Désirée L. Röver
Het wetsvoorstel Wvggz en Wzd draait om het nieuwe artikel 8:9, lid 6. Artikel 8:9 verplicht de behandelaar momenteel om betrokkene te horen voordat een zorgmaatregel wordt verlengd. Het daarbij gevoegde nieuwe lid 6 creëert een uitzondering. Bij ‘ongewijzigde voortzetting’ van een crisisplaatsing of zorgmachtiging vervalt deze hoorplicht. De Staat mag dit zeven jaar achtereenvolgens via de rechter afdwingen. Maar de hoorplicht kost geld vanwege de functionarissen en deskundigen die erbij zijn betrokken, en het bureau Significant Groep dat dit in mei vorig jaar in opdracht van het ministerie van VWS moest berekenen, kwam met een besparing van ruim € 5,1 miljoen per jaar. Op het totale budget voor de sector geestelijke gezondheidszorg in 2025 van ruim € 10 miljard, verspreid over vijf financieringswetten, is dat minder dan 0,05%.
Praktisch betekent dit wetsvoorstel dat als de betrokkene al eerder gedwongen is opgenomen en de maatregel zonder formele wijziging wordt verlengd, de rechter de zaak niet opnieuw inhoudelijk hoeft te toetsen. De opgesloten mens wordt niet meer gehoord. De maatregel blijft gehandhaafd of wordt voortgezet. Het amendement is een structurele verzwakking van de rechtsbescherming van mensen in de meest kwetsbare positie denkbaar. Dit wetsvoorstel gaat bovendien lijnrecht in tegen de kritiek van de evaluatie van de Wvggz (Trimbos, 2021) door het ministerie van VWS zelf.
De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg kent drie gronden voor gedwongen opname: gevaar voor zichzelf of anderen, maatschappelijke teloorgang van de persoon, of “de oorzaak zijn van agressie van anderen”. Elk van deze gronden berust op een cirkelredenering. Wie ontkent gevaarlijk te zijn, bewijst daarmee zijn gebrek aan ziektebesef – en daarmee een gevaar te zijn voor zichzelf of anderen. Wie aantoont dat hij niet achteruitgaat, bewijst dat de behandeling werkt – die moet dus worden voortgezet. Wie onrust in zijn omgeving veroorzaakt, is zelf de bron van het probleem, ook al zijn anderen degenen die handelen. Deze structuur is identiek aan wat David Rosenhan in 1973 documenteerde: eenmaal geëtiketteerd wordt alle gedrag door dat etiket gefilterd. Daarnaast constateerde Rosenhan dat de psychiatrie geen onderscheid kan maken tussen geesteszieke en gezonde mensen. Uit doorlopend actieonderzoek in de besloten geestelijke gezondheidszorg in Nederland (2020–2026) blijkt datzelfde.
“De macht verschuift naar degene wiens verhaal het snelst bestuurlijk wordt geloofd”, is zoals onderzoeker Krijn ten Hove het treffend formuleerde in reactie op een momenteel vergelijkbaar voorstel in de jeugdbescherming. Ook in verband met het hier besproken wetsvoorstel is het niet de gestigmatiseerde opgeslotene die snel wordt geloofd.
Artikel 8:9, lid 6 maakt het nog moeilijker om die omstandigheid van buitenaf te doorbreken. Wanneer de betrokkene bij een verlenging niet meer hoeft te worden gehoord, vervalt het enige procedurele moment waarop de diagnose kan worden gecorrigeerd. Al maakt het in de praktijk van nu weinig verschil, want in genoemd onderzoek van 2021 wordt gemeld dat rechtbanken stelselmatig, dus zonder zelfstandige toetsing, de psychiatrische oordelen van behandelaars overnemen. Dit alles pleit eerder voor een kostenbesparing door betere rechtsbescherming, want een onterechte dwangopname is kostbaar, voor de samenleving en voor de betrokkene.
Het wetsvoorstel zwijgt over een reeks wezenlijke problemen in de huidige Wvggz-praktij, zoals elektroconvulsietherapie (ECT) bij minderjarigen. Emeritus hoogleraar Peer van der Helm (UvA) stelde in een persoonlijke mededeling aan de auteur: “In de psychiatrie zijn behandelingen mogelijk die in de gesloten jeugdzorg expliciet verboden zijn.” Hij publiceerde in maart 2026 in Sociale Vraagstukken dat de jeugdzorg niet beter wordt met wetten alleen. En in de GGZ is ook de wet zelf onvoldoende. Want in augustus 2024 documenteerden De Andere Krant en het AD een casus van een minderjarig meisje dat in een academisch ziekenhuis gedwongen tien ECT’s onderging. De langetermijngevolgen daarvan zijn zeer ernstig. De Wvggz biedt geen enkele drempel voor dergelijke ingrepen bij minderjarigen. De psychiatrie lijkt als sector geen enkel zelfreinigend vermogen te kennen, noch enig functioneel toezicht.
Nog een probleem is de toename van diagnoses. De Britse arts Suzanne O’Sullivan beschrijft in De eeuw van de diagnose (2024) hoe de explosie van DSM-diagnoses in de geestelijke gezondheidszorg leidt tot medicalisering van normaal menselijk leed. Psychiater Jim van Os schreef in februari 2026 in Nature dat in rijke landen één op de vier mensen een psychiatrisch etiket krijgt, en dat psychisch lijden slechts wordt gevangen in symptoomlijstjes. Het wetsvoorstel adresseert deze diagnostische druk niet, maar maakt het eenvoudiger om op basis van die labels mensen op te sluiten. Dit fenomeen kleurt ook de cijfers, want een stijgend aantal diagnoses vertaalt zich direct in hogere declaraties, meer bedden, langere wachtlijsten om meer budget te krijgen en meer subsidieaanspraken voor de sector, onder andere voor ECT bij wilsonbekwaam verklaarde kinderen.
Ook bevat de Evaluatiewet geen voorzieningen voor geïnformeerde toestemming bij dwangbehandeling, geen procedure voor het melden van behandelschade, en geen systematische follow-up van mensen die na gedwongen opname de geestelijke gezondheidszorg verlaten. De Wvggz kent geen proportionele schadevergoedingsregeling bij behandelletsel – vergoedingen blijven in de praktijk slechts symbolisch.
Betrouwbare nationale tijdreeksen over dwangopnames bestaan niet meer sinds 2014. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) erkende in 2025 dat haar registratiedata structureel onbetrouwbaar zijn. Op basis van wat wel beschikbaar is, blijkt het aantal rechterlijke machtigingen sinds 2010 fors gestegen. Tegelijkertijd is sinds 2009 de politieke kreet “verward gedrag” in zwang gebracht. Hiervoor werd politiecode E33 ingevoerd in 2011 en daaronder werden in dat jaar 45.000 meldingen geregistreerd; in 2025 kwamen er 140.000 meldingen bij de politie binnen. Een groei van meer dan 200%, zonder dat er een wettelijke definitie is vastgesteld van wat er precies met “verward gedrag” wordt bedoeld.
De diagnostische grondslag is al even wankel. De GAF-schaal (Global Assessment of Functioning), die in Nederland nog steeds als rechtsgrond voor gedwongen opname wordt gebruikt, werd vanwege onvoldoende betrouwbaarheid in 2013 door de American Psychiatric Association uit de DSM-5 verwijderd. Een meetinstrument dat de eigen beroepsgroep heeft afgekeurd, bepaalt hier nog altijd wie wordt en blijft opgesloten. Opmerkelijk is dat de gestelde diagnoses – die als DBC-code (Diagnose Behandel Combinatie) de financiering bepalen – doorgaans pas na opname worden vastgesteld.
Een wetsvoorstel dat de toetsingsprocedures verlicht terwijl de onderliggende data en behoorlijke definities ontbreken, is beleid dat berust op nog meer drijfzand dan er al was sinds de komst van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg in 2020. Dat was het jaar waarin overheden verregaande bevoegdheden claimden en zo wel erg gemakkelijk critici konden negeren.
De onderzoeker van het White Witold project – verwijzend naar Witold Pilecki die zich vrijwillig liet interneren om onderzoek te kunnen doen – heeft binnen zes maanden in slechts een enkele casus meer dan zeshonderd gedocumenteerde procedurele overtredingen van de Wvggz verzameld. Die zijn aangegeven via diverse speciale rapporteurs aan de VN voor het recht op gezondheid, mensenrechtenadvocaten en die voor marteling, onmenselijke behandeling en willekeurige vrijheidsberoving.
De Evaluatiewet Wvggz en Wzd bevindt zich op dit moment bij de Raad van State. Het parlement heeft de wet nog niet gezien. Dit is het moment van bijsturing, want dit voorstel negeert de conclusies van de Trimbos-evaluatie en de harde tik op de vingers door de VN in september 2024.
Wat nodig is, is geen verdere versoepeling van toetsingsprocedures, maar het omgekeerde: versterkte rechtsbescherming, betrouwbare incidentregistratie, heldere normen voor behandeling van minderjarigen onder dwang, een echt onafhankelijke klachtenprocedure die deze naam verdient en functioneel toezicht. Verder zouden misdaden binnen de zorg ook via het strafrecht te adresseren moeten zijn, zoals zorgadviseur Marvin Asoro onlangs in een interview al stelde. Of wellicht zelfs zoals professor Peter Gøtzsche betoogt in zijn boek Is Psychiatry a Crime Against Humanity? (2024) en zegt in een artikel uit januari 2025: “Onder het Statuut van Rome voldoet gedwongen psychiatrische behandeling aan de definitie van misdaden jegens de mensheid.”
Een vangnet dat niemand kan tegenhouden, dat zo verwordt tot een aanzet richting maatschappelijke teloorgang en ten slotte levensbeëindiging door isolatie en uitzichtloosheid, is geen gezondheidszorg maar opsluiting met een zorglogo.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via