Jeroen van den Berg
Het militaire overwicht van Rusland geldt aan het front, maar tevens vooral ook door een vrijwel permanente operatie tegen de Oekraïense luchtverdediging, logistiek en economie. Centraal daarin staat de inzet van nieuwe Geran-4- en Geran-5-drones met straalmotoren, die sneller en hoger vliegen dan de oudere door propellermotoren aangedreven varianten. Waar de oorspronkelijke drones grotendeels vooraf geprogrammeerde routes volgden en daardoor beter konden worden opgespoord en onderschept, kunnen de nieuwe versies tijdens hun vlucht contact onderhouden met Russische operators, camerabeelden doorgeven en eventueel naar een ander doel worden geleid. Rond Kiev kan die verbinding via inlichtingenstations in Belarus verlopen, maar voor operaties diep in West-Oekraïne maakt Rusland gebruik van het hiervoor aangepaste Rassvet satellietcommunicatiesysteem. Daardoor kunnen drones mogelijk tot duizend kilometer binnen Oekraïne operationeel blijven.
De combinatie van straalaandrijving, grote vlieghoogte, besturing op afstand en flexibele positionering maakt de drones bijzonder moeilijk neer te halen. Rusland kiest daarbij niet noodzakelijk voor een overweldigende zwerm, maar voor een uitputtingsstrategie: kleinere aantallen drones, die iedere dag en nacht blijven circuleren en toeslaan. Met een gemelde voorraad van circa 7.000 exemplaren en een stijgende productie kan Moskou deze campagne langdurig volhouden. De gevolgen zijn zowel militair als psychologisch. Oekraïense luchtverdedigers raken uitgeput, terwijl burgers voortdurend rekening moeten houden met drones boven hun steden. Bovendien worden magazijnen, distributiecentra, haveninstallaties en transportknooppunten rond Kiev, Odessa en elders systematisch beschadigd.
Ook op de grond probeert Rusland zijn slagkracht te stroomlijnen. De bevelstructuur in Donbas is aangepast en generaal Andrej Ivanajev heeft als commandant van legergroep Centrum de verantwoordelijkheid gekregen over formaties van meerdere legereenheden die opereren rond de steden Slovjansk, Kramatorsk, Lyman en Dobropillja. Daarmee ontstaat één gecentraliseerd commando, voor wat mogelijk de laatste grote strijd om Donbas wordt. Ivanajev wordt omschreven als een georganiseerde beroepsmilitair met ervaring in Syrië, eerdere succesvolle operaties en een opleiding aan de Russische Generale-Stafacademie. Zijn komst heeft al geleid tot snellere Russische penetraties rond de elektriciteitscentrale van Slovjansk en een omsingeling van Oekraïense eenheden bij de strategisch gelegen stad Dobropillja.
De Russische centralisering van het bevel valt samen met een steeds ernstiger Oekraïens personeelstekort. Oekraïne heeft maandelijks minstens 30.000 nieuwe militairen nodig om de omvang van het leger op peil te houden. Er is een dagelijkse uitval van ongeveer duizend mensen, waarbij het naast gesneuvelden ook om gewonden en andere verliezen gaat. Door dit tekort wordt de frontlinie dun bezet en worden nieuwe, vaak kostbare tegenaanvallen steeds moeilijker vol te houden. In deze context wordt gesproken over verdere aanscherping van de mobilisatie, het oproepen van achttienjarigen en zelfs het invoeren van een dienstplicht voor vrouwen. Oekraïne bevindt zich in een ernstige demografische crisis, waarin het aantal sterfgevallen volgens officiële cijfers ongeveer viermaal hoger ligt dan het aantal geboorten. Binnen het land is de weerstand zo groot dat dit plan voorlopig terzijde is geschoven, maar het feit dat het überhaupt wordt besproken, laat zien hoe acuut het tekort aan infanterie is. Pogingen om gevluchte Oekraïense mannen uit Europese landen terug te halen zijn vanwege juridische en praktische problemen grotendeels vastgelopen.
De Oekraïense droneaanvallen diep in Rusland leveren steeds minder strategisch resultaat op. Zij veroorzaken lokaal schade en kunnen het dagelijks leven tijdelijk ontregelen, maar hebben door de enorme omvang van Rusland nauwelijks invloed op de Russische economie, militaire productie of algemene oorlogsinspanning. De uiterst kostbare campagne staat daardoor niet in verhouding tot haar beperkte materiële effect. Russen hebben een diepgeworteld cultureel pragmatisme en een groot vermogen zich snel aan veranderende omstandigheden aan te passen. Wanneer digitale systemen, distributiecentra of andere moderne voorzieningen uitvallen, schakelt de samenleving relatief gemakkelijk terug op lokale winkels, contant geld, telefoongesprekken, pen en papier en eenvoudige reparaties, zonder dat het dagelijks leven onmiddellijk vastloopt. Deze praktische zelfredzaamheid zit in de volkscultuur: problemen worden niet eindeloos geanalyseerd, maar opgelost met de middelen die beschikbaar zijn.
De Amerikaanse regering maakt zich op voor een frontale aanval op het financiële fundament van ngo’s. De minister van Financiën Scott Bessent en de belastingdienst bereiden een omvangrijk onderzoek voor naar organisaties die hun belastingvrije status mogelijk hebben gebruikt om politieke agitatie en zelfs illegale activiteiten te ondersteunen. Bovenaan de lijst staat George Soros’ Open Society Foundations, naast het Southern Poverty Law Center, de Council on American-Islamic Relations en een reeks andere organisaties. De juridische basis ligt in een decreet uit 2025, dat optreden mogelijk maakt tegen non-profitorganisaties met een ‘substantieel illegaal doel’. Ook worden aanklachten genoemd wegens materiële steun aan terrorisme, georganiseerde misdaad, brandstichting en fraude. Voor Trump en zijn achterban is het netwerk rond Soros een politieke infrastructuur die kleurenrevoluties, protestbewegingen, juridische campagnes en ideologische machtsvorming financiert met fiscale privileges. Washington heeft daarnaast Europese radicale organisaties op sanctielijsten geplaatst, waarmee belastingbeleid, terrorismebestrijding en geopolitiek steeds meer in elkaar grijpen.
De VS heeft naar eigen zeggen “de grootste oliedeal in de wereldgeschiedenis” afgesloten. Het is een overeenkomst met Venezuela, die de VS controle geeft over 65 miljard vaten ruwe olie en daarmee de Amerikaanse reserves ruimschoots zou verdubbelen. Volgens Trump moet de deal de energiezekerheid versterken en de benzineprijzen voor Amerikaanse consumenten verlagen. Minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio noemt het een overwinning voor zowel Amerikanen als Venezolanen, omdat Washington toegang krijgt tot goedkope olie in het eigen halfrond, terwijl Caracas kan rekenen op buitenlandse investeringen in zijn zwaar verwaarloosde olie-industrie. Venezuela beschikt over de grootste bewezen oliereserves ter wereld, maar jaren van sancties, wanbeheer, kapitaalgebrek en vervallen infrastructuur hebben de productie sterk beperkt. Het akkoord moet daarom worden gezien als een claim op toekomstige olie, niet als een onmiddellijke verdubbeling. Geopolitiek gezien is de timing erg belangrijk. Terwijl Washington Iran probeert te isoleren en de kwetsbare oliestroom door de Straat van Hormuz veilig wil stellen, verankert het tegelijkertijd een enorme energievoorraad dichter bij huis.
Scott Bessents ‘Economic D-Day’ is de naam waarmee Washington de start van Operation Economic Outcast heeft aangekondigd: een langdurige, brede campagne, die naast Iran zelf ook het volledige internationale netwerk rond Iraanse olie, banken, scheepvaart, technologie en betalingsverkeer moet isoleren. Het Amerikaanse ministerie van Financiën zegt inmiddels ieder knooppunt en iedere tussenpersoon te hebben geïdentificeerd waarmee Teheran sancties omzeilt en de Revolutionaire Garde financiert. De eerste maatregelen omvatten vijf nieuwe sanctiegrondslagen, sancties tegen internationale ondernemingen in de Iraanse petroleumsector en dreiging met uitsluiting van het dollarsysteem voor buitenlandse banken die Iraanse transacties blijven verwerken. Deze netwerken hebben veelal sterke banden met de Londense City.
De bank Banque Misr UAE werd als voorbeeld gesteld: zijn toegang tot Amerikaanse banken dreigt te worden ingetrokken wegens vermeende verwerking van miljarden dollars voor Iraanse netwerken. Bessents drijfveer is tweeledig. Strategisch wil hij Iran voor de keuze plaatsen tussen economische verstikking en een onderhandelde terugkeer naar het mondiale systeem; financieel gebruikt hij de centrale positie van de dollar om derde landen te dwingen partij te kiezen. Het plan is daarmee breder dan klassieke sancties: ook Europese, Aziatische en Golfstatenbedrijven worden geraakt, zelfs wanneer hun handel volgens eigen of internationaal recht legaal is. Voor de EU betekent dit een harde soevereiniteitsproef. Europese banken zullen uit vrees voor secundaire sancties, boetes en verlies van dollartoegang nog voorzichtiger worden, terwijl hogere energie- en transportkosten, minder handel met Iran en verdere verstoring van toeleveringsketens de toch al zwakke Europese industrie treffen. Daarnaast vergroot Amerikaanse financiële druk de urgentie van Europa’s Savings and Investments Union, waarmee Brussel de enorme particuliere spaarvoorraad wil verbinden aan Europese investeringen in innovatie, de klimaattransitie, industrie en defensie. Ursula von der Leyen heeft hierover gezegd dat Europa de “enorme rijkdom van private besparingen” beter moet inzetten voor innovatie en de schone en digitale transities.
De VS oefent onder Trump een ongekende economische en politieke druk uit op Canada, waarbij het allang niet meer alleen gaat om invoertarieven of een klassiek handelsconflict. Washington verlangt zeggenschap over het Canadese externe handelsbeleid, zelfstandige overeenkomsten met andere landen en zelfs binnenlandse regels, waaronder de Franstalige etikettering en taalbescherming in Quebec. Aanvaarding van zulke voorwaarden zou Canada formeel onafhankelijk laten, maar het feitelijk veranderen in een ondergeschikte staat binnen een door de VS beheerste economische ruimte. De Amerikaanse machtspositie is enorm, omdat 76% van de Canadese export naar de VS gaat, meer dan 60% van de import daarvandaan komt en circa 2,5 miljoen Canadese banen rechtstreeks van de bilaterale handel afhankelijk zijn. De totale handelsrelatie vertegenwoordigt meer dan een biljoen dollar en zou ongeveer 16% van de Canadese economie raken. Trump beschikt daarmee over de mogelijkheid om Canada ernstige en blijvende economische schade toe te brengen. Belangrijk is om te beseffen dat Canada een belangrijk bruggenhoofd vormt voor de financiële en geopolitieke invloed van de Londense City.
Op 25 augustus jl. vond een bezoek plaats van CIA-directeur John Ratcliffe aan Moskou. Hij arriveerde in een groot C-17-transportvliegtuig en sprak met de directeuren van de Russische veiligheidsdiensten. Hij ontmoette Poetin niet persoonlijk, maar de Russische president werd onmiddellijk over de gesprekken geïnformeerd. Vrijwel gelijktijdig bevond ook aartsbisschop Paul Richard Gallagher, de buitenlandminister van de Heilige Stoel, zich in Moskou voor gesprekken met de Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov, de Russisch-Orthodoxe Kerk en vertegenwoordigers van de katholieke gemeenschap. Gallagher verklaarde dat Rusland en Oekraïne voorwaarden moeten scheppen voor echte onderhandelingen, bescherming van burgers en humanitaire samenwerking rond gewonden en krijgsgevangenen. Het Vaticaan is financieel, institutioneel en diplomatiek zeer machtig: het staat aan het hoofd van een wereldwijde katholieke structuur met vastgoed, scholen, universiteiten, ziekenhuizen, liefdadigheidsinstellingen, mediakanalen en immense financiële activa op vrijwel ieder continent.
Rond Ratcliffe’s bezoek ontstonden ondertussen veel theorieën. Verschillende commentatoren speculeren dat Washington en Moskou samen een geplande valse vlag-operatie hebben verijdeld die Rusland de schuld moest geven van een aanval en de VS rechtstreeks de Oekraïneoorlog in had moeten trekken. Aanwijzingen hiervoor zijn de verhoogde paraatheid rond Kaliningrad, zoals NAVO-oefeningen, Poolse waarschuwingen, berichten over Zweedse troepen richting Finland en Britse en Duitse oproepen om civiele bescherming en schuilkelders gereed te maken. Verder zijn er berichten over verdachte onderzeeëractiviteit voor de kust van Long Island en de inzet van Amerikaanse toestellen voor onderzeebootbestrijding, wat kan betekenen dat Washington informatie over een dreiging had ontvangen. Kort na Ratcliffe’s bezoek zijn drie grote opslagplaatsen met NAVO-munitie in en rond Kiev vernietigd.
De regering-Trump probeert Rusland nadrukkelijker bij internationale diplomatieke overleggen te betrekken. Zo werd de Russische minister van Financiën Anton Siluanov uitgenodigd voor de G20-bijeenkomst, tot grote ergernis van verschillende Europese landen. Scott Bessent sprak met Siluanov over Oekraïne en toekomstige economische samenwerking.
De Shanghai Cooperation Organisation (SCO) ontwikkelt zich steeds nadrukkelijker tot een politiek, economisch en veiligheidsplatform voor de opkomende multipolaire wereldorde. Wat begon als een beperkt samenwerkingsverband tussen Rusland, China, Kazachstan, Kirgizië en Tadzjikistan, omvat inmiddels tien volwaardige leden, vijftien dialoogpartners en twee waarnemende staten. De recente bijeenkomst in Bisjkek, waar Vladimir Poetin afzonderlijk sprak met Xi Jinping en Narendra Modi, onderstreept dat Rusland ondanks westerse sancties niet internationaal geïsoleerd is, maar nauwere verbindingen opbouwt met twee van de grootste economieën en bevolkingen ter wereld. De SCO richt zich naast veiligheid en terrorismebestrijding ook op handel, transportcorridors, energie, kerntechnologie en financiële samenwerking. Rusland ziet de organisatie als een middel om economische relaties buiten het door de dollar en westerse instellingen gedomineerde systeem te verdiepen; China gebruikt haar voor Euraziatische stabiliteit en infrastructuur, terwijl India haar benut om strategische autonomie te bewaren en tegelijk relaties met zowel Rusland als het Westen te onderhouden. Modi’s oproep tot vrede in Oekraïne toont dat SCO-lidmaatschap geen volledige politieke gelijk-gerichtheid vereist: de deelnemende staten werken samen waar hun belangen samenvallen, zonder hun zelfstandige buitenlandse beleid op te geven. Juist daarin ligt de kracht van de organisatie. Het is een flexibel netwerk, waarin grootmachten en regionale staten praktische overeenkomsten kunnen sluiten zonder zich aan één ideologisch centrum te hoeven onderwerpen.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via