Margreet Booij
Bij het Starlink programma van Musk, met 10.000 satellieten en plannen voor nog eens 200.000 stuks, of zelfs een veelvoud daarvan, vallen de satellietprogramma’s van China, Rusland en de EU in het niet. China heeft 1.300 satellieten in de ruimte, maar heeft plannen voor uitbreiding tot ver boven de 100.000 stuks. Webshop Amazon heeft er 400 en wil naar 3.000 stuks. Rusland heeft tussen de 250 en 700 satellieten en wil fors uitbreiden, maar kampt met microchiptekorten. Europa is hekkensluiter met slechts 30 satellieten, maar werkt aan nog eens 3.000 stuks, zonder daar enige ruchtbaarheid aan te geven. De behoefte aan satellieten is schijnbaar groot, maar de vraag is: wie heeft de grootste belangen?
Parallel aan Starlink loopt – in samenwerking met het Pentagon – het militaire satellietprogramma Starship. Beide programma’s zijn onmisbaar voor Oekraïne, dat van data wordt voorzien betreffende Russische aanvalspunten en troepenverplaatsingen. Enerzijds is de Europese Unie op ramkoers met Musk zijn vrije internetplatform X, anderzijds moeten zij hem te vriend houden om te voorkomen dat hij Starlink voor Oekraïne afsluit. De EU wil een eigen satellietprogramma, met als argument dat het noodzakelijk is voor de eigen veiligheid en heeft de wens om de afhankelijkheid van de VS te verminderen. De afhankelijkheid van Musk zal echter voorlopig blijven, want de investering van € 10 miljard in een eigen satellietnetwerk, IRIS genaamd, zal niet vóór 2031 gereed zijn.
Het is de bedoeling dat de hele aarde tot op de laatste vierkante centimeter middels satellieten in kaart wordt gebracht. Afrika is het laatste continent dat wordt gedigitaliseerd en zodra dat gereed is, hebben satellieten de hele aarde en haar bewoners onder controle. Musk wil AI-datacenters naar de ruimte brengen, om daar middels zonne-energie te kunnen beschikken over onbeperkte en kosteloze energie. Dit zou vanwege ‘lichtvervuiling’ het zicht op de hemel ingrijpend verslechteren. SpaceX wil de helderheid van satellieten wel verminderen, met het oog op astronomische telescoopwaarnemingen.
Satellieten begeven zich op 550 km boven de aarde, in de exosfeer, waar nog steeds sprake is van wrijving door zwaartekracht. Wanneer de satellieten geen brandstof meer hebben – zo tussen vijf en zeven jaar na hun lancering – zijn ze onbruikbaar geworden en dalen af naar de mesosfeer. Dat is tot op 50 tot 85 km van de aarde. Daar verbranden ze, met een grote impact op de troposfeer waarin wij leven, doordat het chemische afval op aarde neerdaalt, waaronder ook grotere brokstukken die de hitte hebben doorstaan. In 2025 zijn in slechts enkele maanden tijd vele honderden opgebruikte satellieten verbrand.
Dit komt bovenop alle andere schade voor gezondheid en milieu en de verstoring van de biologische klok van mens, dier en ecosystemen. Niemand kan voorspellen wat honderdduizenden satellieten uiteindelijk voor rampzalige gevolgen kunnen hebben.
In de reguliere media blijft men de schade van de door de mens geproduceerde CO2 benadrukken, en ons ontmoedigen om te vliegen. Een vlucht van Amsterdam naar Los Angeles met een Boeing 747 verbruikt tussen 100.000 en 120.000 liter kerosine, terwijl bij lancering van een satelliet –afhankelijk van de grootte – tussen 100.000 en 350.000 liter kerosine wordt verbruikt. Er worden zo’n vijftig satellieten per dag gelanceerd, waarvoor omgerekend gemiddeld 15 miljoen liter kerosine benodigd is, wat met de explosief stijgende aantallen satellieten rampzalige milieuschade zou kunnen gaan veroorzaken.
Wij weten dat de schade van CO₂-uitstoot van mens en dier door de EU disproportioneel wordt uitvergroot als een kolossaal groot gevaar, maar tegelijkertijd werkt de EU aan een eigen onafhankelijk en schadelijk satellietprogramma. Iedere satellietlancering gaat gepaard met grote hoeveelheden roetuitstoot, wat deels meegenomen wordt in de stratosfeer. Na ongeveer dertig jaar keert dit roet door de zwaartekracht heel langzaam terug in de troposfeer.
Tevens is de productie van het aluminium en de batterijen ten behoeve van de satellieten schadelijk voor het milieu. Dan volgt de lancering, wat roetdeeltjes van de kerosine meeneemt de ruimte in, met vijfhonderd keer meer impact op de atmosfeer dan roetdeeltjes op aarde. De uitstoot van auto’s met verbrandingsmotoren is in deze volledig te verwaarlozen en het thematiseren van milieuschade door auto’s kan derhalve als lachwekkend worden afgedaan.
Dit alles heeft wel effect op het weer. Bij de verbranding van satellieten komen roet- en aluminiumdeeltjes vrij die in de stratosfeer als katalysator fungeren, wat zowel het weer als ook de zogenaamde jetstream (of straalstroom, een smalle zone van hoge windsnelheden in de hoge troposfeer) verandert, die zich normaal gesproken volgens een vast patroon manifesteert, maar nu een golvende vorm aanneemt. Het gevolg is dat hoge- of lagedrukgebieden langere tijd op dezelfde plek blijven hangen.
Aan de hand van rekenmodellen geven steeds meer wetenschappers toe dat de impact van satellieten op het weer en ‘El Nino’ zeer groot blijkt te zijn.
In februari 2025 is na een mislukte lancering de bovenste trap van een Falcon-9-raket ten westen van Ierland neergestort, waar in de media niets over werd vermeld. Er ontstond een enorme vuurbal, die een lithiumwolk teweegbracht. De volgende dag werden in Noord-Duitsland metingen verricht die tienmaal hogere lithiumconcentraties lieten zien dan normaal. Onderzoekers hebben alarm geslagen, want dergelijke lithiumconcentraties kunnen de ozonlaag vanaf de aarde beschadigen.
Satellieten communiceren via laser met bodemstations op aarde. Door de laserstralen kunnen trekvogels gedesoriënteerd raken. Er zijn steeds meer bodemstations nodig om de steeds grotere hoeveelheden data van de zich gestaag uitbreidende hoeveelheid satellieten op te vangen. Deze stations worden vaak in woestijngebieden geplaatst, waar geen stroomvoorziening is. Dat wordt opgelost met dieselgeneratoren, wat ook weer een belasting voor het milieu betekent. Musk laat zich er niet door weerhouden en gaat door met zijn missie om steeds meer satellieten de ruimte in te schieten. Er worden aantallen genoemd van rond een miljoen, voor zijn beide programma’s.
Ook in het Middellandse Zeegebied worden stations geplaatst. Europa ligt in de directe invloedsfeer van de Noord-Atlantische jetstream die door de opgewarmde stratosfeer in de war is geraakt en het weer beïnvloedt.
Spanje, Italië en Griekenland kunnen daardoor in de zomer volledig verdrogen, met grote gevolgen voor de oogsten. Midden-Europa moet rekening houden met zware regenval en de VS zal te maken kunnen krijgen met een tweedeling. Zuidwest Amerika en Californië kunnen slachtoffer worden van extreme droogte, terwijl de oostkust rekening moet houden met overstromingen.
In China zal de onontbeerlijke Moessonwind veranderen, of helemaal uitblijven, met grote gevolgen voor de oogsten. Dit kan gepaard gaan met extreme regenval en overstromingen, evenals in India, waar vergelijkbare situaties kunnen ontstaan. Uitblijvende oogsten zullen honger tot gevolg hebben, wat wereldwijd massale sterfte van mens en dier zou betekenen.
Met de ‘slechts’ 10.000 operationele satellieten die nu reeds merkbare schade aan het milieu toebrengen, laat zich raden wat er met onze planeet gebeurt wanneer er honderdduizenden zijn gelanceerd.
Wij worden voor de gek gehouden met de zogenaamd door de mens veroorzaakte klimaatverandering, waarvoor wij echter wel – middels CO₂-belasting – de rekening gaan betalen voor dit onschadelijke en zelfs onmisbare gas. De immense schade aan het milieu die satellieten reeds aanrichten en nog zullen gaan aanrichten, alarmeert schijnbaar niemand. De EU houdt zich er niet mee bezig, en dientengevolge zwijgen ook de Europese mainstreammedia erover.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via