Eric Lopes Cardozo
Het wetsvoorstel om de energielabels E, F en G voor huurwoningen te gaan verbieden, dat op 14 juli 2026 door minister Boekholt-O’Sullivan naar de Kamer werd gestuurd, is een treffend voorbeeld van het verbloemen van Agenda 2030. Als motivering wordt aangevoerd dat huurders hiermee meer grip krijgen op hun energierekening. Dit is echter een drogreden. Diezelfde energierekening steeg dit jaar al met € 25,- door hogere nettarieven, een direct gevolg van investeringen om de elektriciteits- en gasnetten klaar te maken voor de toekomst. Netbeheer Nederland raamt die investering op € 235 miljard tot 2040. Het Planbureau voor de Leefomgeving berekende in mei 2026 dat de energierekening van een doorsnee rijtjeshuis door de Europese koolstofheffing ETS2, die in 2027 ingaat als onderdeel van de Green Deal, jaarlijks tussen de € 100,- en € 250,- hoger kan uitvallen. Geen van beide kostenposten wordt genoemd in de motivering van het energielabel-verbod.
Behalve dat deze nieuwe wet een probleem moet oplossen dat mede is veroorzaakt door voorgaande beleidskeuzes, wordt verzwegen dat het energielabel-verbod geen op zichzelf staande keuze is van het ministerie van Volkshuisvesting. Het staat aan het einde van een keten die begint op 11 december 2019, ofwel op de datum waarop de Commissie-Von der Leyen met het communicatiestuk COM 640 het startsein voor de European Green Deal gaf. De eerste paragraaf van dat communiqué stelt dat de Green Deal een integraal onderdeel is van de strategie voor het implementeren van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en de Sustainable Development Goals. Ook het ‘toekomstklaar’ maken van de energienetten is een uitvloeisel van diezelfde keten.
De versnelde, gesubsidieerde inzet op zon- en windstroom en de herziene Richtlijn Hernieuwbare Energie komen – net zoals ETS2 – rechtstreeks uit hetzelfde Fit for 55-pakket, Europese wetgeving voor de reductie van de netto-uitstoot van broeikasgassen in de EU tegen 2030 met minstens 55% ten opzichte van 1990. Het pakket vormt de kern van de Green Deal en moet ervoor zorgen dat Europa in 2050 volledig ‘klimaatneutraal’ is. Iemand die zich afvraagt waarom er nog wordt doorgegaan met het plaatsen van windturbines, ziet hierin zijn vraag beantwoord. Een nieuw wetsvoorstel daaromtrent stelt ‘balans’ te zoeken tussen de belangen van omwonenden en de woningbouw- en klimaatdoelstellingen. Het bevat onder meer een omstreden afstandsnorm tot woningen, waarmee wordt voorbijgegaan aan de zorgen van omwonenden en artsen wat betreft geluidsoverlast, slagschaduw en mogelijke gezondheidseffecten. De motivatie is dat een strengere afstandsnorm de aanleg van nieuwe windparken en woningbouwprojecten op veel plekken lastiger zou maken.
Ministers die spreken over ‘de grip op huurderslasten’, of ‘zoeken naar balans’, hoeven zich niet te verantwoorden voor het zich moeten schikken naar een van bovenaf opgelegd, ideologisch gedreven kader. Dit is een bekend patroon, dat bekendstaat als ‘blame avoidance’ (schuld vermijden). Politicoloog R. Kent Weaver beschreef het in 1986 al in Journal of Public Policy. Bestuurders worden niet afgerekend op de vraag of een keuze werkt, maar op de vraag of zijzelf persoonlijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het gevolg. Het effect is voorspelbaar; een instrument dat faalt, wordt bijgesteld. De keuze die eraan voorafging, wordt zelden herzien, omdat erkenning van falen moet worden voorkomen. Christopher Hood werkte in 2011 het mechanisme verder uit in zijn boek The Blame Game (Princeton University Press). Hij stelde dat instituties stelselmatig meer investeren in het ontlopen van verantwoordelijkheid dan in het oplossen van het onderliggende probleem.
Twee gebeurtenissen, drie weken na elkaar, laten zien hoe de blame-avoidance-reflex in de praktijk functioneert. Op 27 februari 2024 nam het Europees Parlement met een grotere meerderheid dan verwacht (329 stemmen voor, 275 tegen) de Natuurherstelwet aan. Dit, ondanks maandenlange boerenprotesten. Het kerndoel: 20% natuurherstel vóór 2030, bleef ongewijzigd. Alleen de uitvoeringstekst werd wat afgezwakt. Op 7 februari 2024 trok diezelfde Commissie een ander voorstel volledig in, namelijk de verordening die het Farm-to-Fork-doel van 50% minder gewasbeschermingsmiddelen moest afdwingen. Het verschil zat hem niet in de hevigheid van de boerenprotesten, maar in wat op het spel stond: een resolutie waarvan de reikwijdte pas op termijn voelbaar wordt, tegenover een verordening die rechtstreeks ingreep in de dagelijkse bedrijfsvoering van boeren, vier maanden voor de Europese verkiezingen.
Dat men blind is voor falen, blijkt uit de omgang met de Europese CO2-vlootnormen, ook onderdeel van het Fit for 55-pakket. Transport & Environment (T&E), een Europese koepelorganisatie van ngo’s voor duurzaam vervoer, documenteerde op 8 september 2025 hoe autofabrikanten de prijzen van hun elektrische modellen tijdelijk hadden verlaagd, in een poging om aan de aangescherpte 2025-norm te voldoen. Zodra Brussel diezelfde norm versoepelde, draaiden fabrikanten die korting weer terug. Het prijsverschil met een vergelijkbare benzineauto, tijdelijk kunstmatig verkleind om de norm te halen, liep daardoor in juni 2025 weer op tot veertig procent. T&E raamde daardoor een tekort van twee miljoen elektrische auto’s over de periode 2025-2027. De norm zelf, niet enige overtuiging over elektrisch rijden, bepaalt zo het gedrag van de markt.
Het klimaatdoel voor 2040 volgt op EU-niveau hetzelfde stramien. De Europese Raad kwam op 5 november 2025 een CO₂-uitstootreductie van 90% overeen. Dit getal, sinds het wetenschappelijk advies van de Commissie als noodzakelijk beschouwd, bleef tot nu toe overeind. Tot 10% daarvan mag worden ingevuld met internationale koolstofkredieten, zoals herbebossingsprojecten in Zuid-Amerika. De pijnlijkste maatregel, namelijk de nieuwe emissiehandel voor gebouwen en brandstoffen, werd uitgesteld naar 2028. Klimaatwetenschappers noemden het werkelijke effect van zulke kredieten vaak onduidelijk. Het getal negentig bleef in de tekst staan. De weg ernaartoe werd verzacht.
Rond elk instrument ontstaat een bedrijfstak, die vervolgens onafhankelijk van de uitkomst voortbestaat. Marktonderzoekers hebben de markt voor ESG-advies en -rapportage – mede verplicht gesteld door de Europese Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) – getaxeerd op $ 18,92 miljard. De afzonderlijke Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) verplicht bedrijven om hun duurzaamheidsprestaties meetbaar te maken. Met de goedkeuring van het Europese Omnibus I-vereenvoudigingspakket is de rapportagedrempel, sinds 18 maart 2026, verhoogd van 250 naar meer dan 1000 werknemers, waardoor veel bedrijven van de plicht zijn vrijgesteld.
Het contrast met de Verenigde Staten maakt zichtbaar dat deze voortzetting geen natuurwet is. President Trump ondertekende op 20 januari 2025 – zijn eerste ambtsdag – Executive Order 14162. Die order gelastte terugtrekking uit het Klimaatakkoord van Parijs en beëindigde de Amerikaanse financiering onder de VN-Klimaatconventie. Zeven weken later, op 7 maart 2025, sprak Edward Heartney voor de Algemene Vergadering. De adviseur Economische en Sociale Zaken bij de Amerikaanse VN-missie verklaarde Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te verwerpen, te ontkennen en niet langer routinematig te zullen herbevestigen.
Nederland deed in dezelfde jaren het tegenovergestelde. Het stelde een Nationale SDG-coördinator aan, ondergebracht bij Buitenlandse Zaken, met een jaarlijkse vlaggenactie op 25 september, de verjaardag van de 2030 Agenda.
Wat overeind blijft, is niet het argument waarmee het beleid ooit werd gestart. Dat wisselt van ‘morele plicht’ in de mededeling van 2019, naar ‘concurrentievoordeel’ in het Competitiveness Compass-document dat de Europese Commissie op 29 januari 2025 publiceerde. Daarin wordt dezelfde klimaatneutraliteit ineens gepresenteerd als de kans om “de plek te worden waar de technologie en schone producten van de toekomst worden uitgevonden”. Wat blijft staan, is het jaartal en het percentage. Zeven dossiers op twee continenten bevestigen dat patroon goeddeels, op de ingetrokken pesticiden-verordening na, die onder acute electorale druk sneuvelde.
Instrumenten worden voortdurend herzien, uitgesteld, versoepeld, van compensatieroutes voorzien en teruggetrokken wanneer de verkiezingsdatum dichterbij komt. De keuze waarvan ze zijn afgeleid, wordt bijna nooit herzien. Dat is precies waarom niemand ervoor verantwoordelijk hoeft te worden gehouden. Een doel dat nooit wordt losgelaten, hoeft ook nooit te worden verdedigd.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via