Robert-Jan Bijlmakers
De studie, die in februari 2026 online werd gepubliceerd door Cambridge University Press, onderzocht gevallen van omkoping binnen de farmaceutische industrie. Daarbij werd een periode van meer dan 25 jaar in kaart gebracht. Tot de expliciet genoemde ondernemingen behoorden enkele van de grootste geneesmiddelenproducenten ter wereld, waaronder Novartis, Johnson & Johnson, Pfizer, AstraZeneca, GlaxoSmithKline en Novo Nordisk, naast minder grote firma’s. De onderzoekers melden dat omkoping regelmatig wordt goedgekeurd door senior managers of bewust door hen wordt getolereerd. Dochterondernemingen, externe leveranciers en ingewikkelde bedrijfsstructuren zijn herhaaldelijk ingezet om betalingen aan het zicht te onttrekken. In totaal waren de onderzochte zaken goed voor minstens $12,6 miljoen aan geïdentificeerde illegale betalingen en resulteerden ze in meer dan $1,1 miljard aan financiële sancties.
Artsen en andere zorgprofessionals kregen luxe reizen, geschenken, entertainment en allerlei andere voordelen aangeboden. In sommige gevallen hielden farmaceutische vertegenwoordigers nauwlettend bij hoeveel geneesmiddelen artsen voorschreven, om vast te stellen of het verstrekte geld en de aangeboden voordelen het gewenste rendement opleverden. Zo sponsorde Novartis bijvoorbeeld artsen om internationale congressen bij te wonen. Volgens het rapport, dreigde het bedrijf die ondersteuning echter in te trekken wanneer de afgesproken voorschrijfdoelstellingen niet werden gehaald. Andere voorbeelden waren gezinsvakanties, skitrips, toeristische uitstapjes en luxegoederen.
De studie identificeerde gevallen waarin zogenaamd wetenschappelijke onderzoeken in de eerste plaats werden opgezet als een mechanisme om artsen te betalen. Sommige werden gepresenteerd als fase-IV-onderzoeken, observationele studies of epidemiologisch onderzoek, terwijl het werkelijke doel was om bepaalde geneesmiddelen te promoten of artsen die deze middelen voorschreven te belonen. In een geval werd een klinische studie gebruikt om Lucentis te promoten – een geneesmiddel dat in het oog wordt geïnjecteerd en dat in de Verenigde Staten ongeveer tweeduizend dollar per dosis kan kosten. In een ander geval werden betalingen versluierd via een schijnonderzoek op het gebied van de neurowetenschappen.
Een andere terugkerende methode was het inschakelen van artsen of overheidsfunctionarissen als zogenaamde consultants, sprekers of Key Opinion Leaders. De onderzoekers troffen gevallen aan waarin personen aanzienlijke bedragen ontvingen voor weinig of zelfs helemaal geen daadwerkelijke werkzaamheden. De betalingen werden administratief vastgelegd als advieskosten, consultancyvergoedingen of andere professionele diensten. In een bijzonder opvallend geval ontving een hoge Oekraïense gezondheidsfunctionaris $200.000 per maand aan vermeende consultancyvergoedingen. Farmaceutische bedrijven maakten gebruik van distributeurs, offshorebedrijven en fictieve leveranciers om betalingen aan het zicht te onttrekken. Met behulp van valse facturen werd vervolgens de indruk gewekt dat het geld bestemd was voor reclame, opslag, marketing, consultancy of andere legitieme diensten. De onderzoekers verwijzen onder meer naar een zaak waarin de Russische tak van Eli Lilly maar liefst 96 schijnovereenkomsten voor marketing- of andere diensten sloot met 42 offshore-entiteiten. Uiteindelijk zou via deze constructies meer dan 11 miljoen dollar aan overheidsfunctionarissen zijn betaald.
Dan zijn er nog corrupte manieren om regulatoire- en inkoopbeslissingen te beïnvloeden die bepalen welke geneesmiddelen überhaupt tot een gezondheidszorgsysteem worden toegelaten. De studie beschrijft gevallen waarin farmaceutische bedrijven overheidsfunctionarissen omkochten of tussenpersonen inzetten om goedkeuringen door toezichthouders te versnellen, productregistraties te verkrijgen of contracten met (staats)ziekenhuizen binnen te halen. Dergelijke constructies waren gericht op ministeries van Volksgezondheid, overheidsinstanties voor inkoop en door de overheid beheerde zorgverzekeringsprogramma’s.
De onderzoekers brachten bovendien gevallen van farmaceutische omkoping aan het licht die verband hielden met het VN-programma Oil-for-Food in Irak. Bedrijven manipuleerden contractprijzen en verhulden opgeblazen betalingen als commissies voor tussenpersonen, waarbij het overtollige geld uiteindelijk bij Iraakse overheidsfunctionarissen terechtkwam. Wanneer financiële prikkels invloed hebben op welke geneesmiddelen artsen voorschrijven, welke medicijnen overheden inkopen of welke middelen goedkeuring van toezichthouders krijgen, kan corruptie rechtstreeks ingrijpen in het functioneren van complete gezondheidszorgsystemen.
De onderzoekers benadrukken dat hun analyse uitsluitend betrekking heeft op zaken die voldoende aan het licht kwamen om tot officiële onderzoeken en strafvervolgingen te leiden. Bedrijven die actief zijn in landen waar het toezicht en de handhaving zwakker zijn, zaken die vertrouwelijk werden afgehandeld en corrupte constructies die nooit zijn ontdekt, komen niet in de dataset voor.
De auteurs spreken daarom over een onzichtbare ‘dark figure’ van corruptie, een aanzienlijk deel van de corruptie dat nooit officieel wordt geregistreerd of gedocumenteerd. Volgens hen is het dan ook waarschijnlijk dat de ontdekte corruptie slechts een fractie van de totaliteit is.
Uit de studie bleek bovendien dat dochterondernemingen betrokken waren bij twaalf van de onderzochte zaken. Senior managers bleken opgeblazen betalingen of verhulde uitgaven te hebben goedgekeurd, terwijl interne waarschuwingen en compliance-controles soms al duidelijke problemen aan het licht brachten, maar er desondanks niet in slaagden de praktijken te stoppen.
Dat roept een voor de hand liggende vraag op van hoeveel vergelijkbare constructies van omkoping nog meer bestaan die nooit ontdekt zijn.
De betekenis van deze studie gaat veel verder dan de afzonderlijke bedrijven en zaken die erin worden genoemd. Omkoping kan het gezondheidszorgsysteem namelijk ernstig verstoren, zelfs wanneer een geneesmiddel op zichzelf aan de officiële kwaliteitsnormen voldoet. Wanneer een arts een bepaald medicijn voorschrijft vanwege financiële voordelen in plaats van omdat het daadwerkelijk de meest geschikte behandeling voor de patiënt is, kan uiteindelijk de patiënt de dupe worden. Wanneer een overheidsbesluit over de aankoop van geneesmiddelen wordt beïnvloed door smeergeld, kunnen belastingbetalers uiteindelijk meer betalen voor medicijnen die niet noodzakelijkerwijs de meest geschikte keuze zijn. En wanneer besluiten van toezichthouders door financiële belangen worden beïnvloed, kunnen de gevolgen nog aanzienlijk ernstiger zijn.
Veelzeggend is dan ook dat de onderzoekers concluderen dat het probleem systemisch van aard is en niet beperkt blijft tot een bepaald land of een bepaalde regio. De door hen onderzochte gevallen hadden betrekking op omkoping in 30 landen, verspreid over Azië, Oost-Europa, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika.
Dat is des te belangrijker omdat de farmaceutische industrie al tientallen jaren probeert een imago te cultiveren van een streng gereguleerde, door wetenschap gedreven sector, waarvan het primaire doel zou zijn geneesmiddelen te ontwikkelen die de menselijke gezondheid verbeteren. De in deze studie gedocumenteerde feiten laten echter zien hoe financiële prikkels kunnen doordringen tot vrijwel alle niveaus van het systeem – van de arts die het recept uitschrijft, via de ambtenaar die het geneesmiddel goedkeurt, tot de overheid die bepaalt welke medicijnen worden ingekocht. Het beeld dat hieruit naar voren komt, is dan ook een stuk minder rooskleurig. Waar enorme financiële belangen samenkomen met medische besluitvorming, kunnen commerciële prikkels de grens tussen gezondheidszorg en winstbejag gevaarlijk doen vervagen.
Misschien wel het meest opmerkelijke aspect van dit onderzoek is niet alleen wat de onderzoekers hebben ontdekt, maar vooral hoe weinig aandacht de bevindingen lijken te hebben gekregen. De studie werd op 10 februari 2026 online gepubliceerd, is vrij toegankelijk en verscheen bij Cambridge University Press in het Journal of Law, Medicine & Ethics. De bevindingen hebben betrekking op enkele van de grootste farmaceutische bedrijven ter wereld en documenteren gevallen van omkoping waarbij artsen, overheidsfunctionarissen, toezichthouders en openbare inkoopinstanties betrokken waren. Toch lijkt het verhaal, in plaats van de krantenkoppen te domineren, vrijwel volledig te zijn genegeerd.
Farmaceutische bedrijven behoren tot de machtigste zakelijke adverteerders ter wereld, terwijl veel mainstream- en gevestigde mediabedrijven in aanzienlijke mate afhankelijk zijn van commerciële advertentie-inkomsten. Ongetwijfeld heeft deze financiële relatie invloed op welke aspecten van de farmaceutische industrie langdurig en kritisch onder de loep worden genomen.
De discrepantie tussen het belang van de bevindingen en het kennelijke gebrek aan publieke discussie is zonder twijfel opmerkelijk. Want als bewijs van omkoping waarbij enkele van de grootste geneesmiddelenproducenten ter wereld betrokken zijn nauwelijks of niet tot een maatschappelijk debat leidt dan zegt dat veel over de informatie die het publiek uiteindelijk over de farmaceutische industrie bereikt. De gevallen die werden onderzocht zijn vrijwel zeker slechts het topje van de ijsberg.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via