Berry Aarts
Het Huis voor Klokkenluiders werd in juli 2016 met veel goede bedoelingen opgericht. Binnen een jaar liep het al vast. Het vernietigende rapport-Ruys uit 2017 dwong het voltallige bestuur af te treden. Twee jaar later, in november 2019, moest Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen opnieuw ingrijpen: hij trof een instituut aan met een “enorme achterstand” aan onderzoeksaanvragen, met een advies- en een onderzoeksafdeling die elkaars kennis niet deelden, en dat zijn eigen taak zo had ingericht dat de bescherming van de klokkenluider niet centraal stond. Transparency International Nederland en Stichting Beroepseer wezen erop dat grote groepen zoals zzp’ers, vrijwilligers en stagiairs helemaal buiten de bescherming vielen en dat anoniem melden niet mogelijk was. Een oud-onderzoeker van het Huis gaf zelf ooit toe dat de prijs die een klokkenluider betaalt zo hoog is dat zwijgen voor de meeste mensen een rationele keuze wordt.
Dat is precies waar het wringt. Een instituut met een miljoenenbegroting, opgetuigd met advocaten en mediators, zou een totaal ander werkwijze moeten toepassen. In de praktijk doet het dat niet. Sterker nog: het middel dat zou moeten helpen, namelijk mediation, wordt in de praktijk regelmatig ingezet om het conflict of de misstand glad te strijken en tegelijkertijd de klokkenluider zo geruisloos mogelijk weg te werken.
Bij Defensie is dat mechanisme haarscherp gedocumenteerd door onderzoeksplatform Follow the Money. In de zogeheten Eindhoven-zaak werd de mediation tussen een klokkenluider en de organisatie gecoördineerd door commandant Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) Hans Vroegh als een van de personen op wie de meldingen van de klokkenluider zelf betrekking hadden. Een evidenter belangenconflict is nauwelijks denkbaar. Toen de klokkenluider weigerde onder die omstandigheden mee te werken, werd hem dat later tegengeworpen bij sollicitaties: hij zou “niet hebben meegewerkt aan een oplossing”. Nog schrijnender is wat er met zijn medisch dossier gebeurde. Daarin werd genoteerd dat hij op consult was geweest bij een arts op de vliegbasis, waarbij psychische problemen zouden zijn vastgesteld. De klokkenluider kon aantonen dat hij op het moment van dat zogenaamde consult in Zuid-Afrika was. Interne onderzoeken bij Defensie bleken bovendien vooral personen te horen op wie de meldingen betrekking hadden, en nauwelijks de getuigen die de klokkenluider zelf aandroeg. Tekenend voor de organisatie.
Dit is geen incident. Het is een organisatie die de instrumenten die voor bescherming zijn bedoeld, zoals mediation, intern onderzoek, medische zorg juist inzet om de melder te isoleren en diens geloofwaardigheid te ondermijnen. En dat, ondanks het Huis voor Klokkenluiders en bijbehorende wetgeving, gebeurt structureel.
Bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers ligt de situatie net iets anders, maar de onderliggende dynamiek is identiek. Het is een zelfstandige organisatie, met beperkt extern toezicht, waar personeel geacht wordt zich stil te houden zodra het lastige vragen gaat stellen. Follow the Money onthulde hoe het COA buiten de aanbestedingsregels om zaken deed met tussenpersoon René D. en de familie Van der Valk voor het onderbrengen van asielzoekers in hotels. Volgens hoogleraar aanbestedingsrecht Elisabetta Manunza had hier een transparante aanbesteding móéten plaatsvinden. Dat gebeurde niet. De marges liepen op tot ongeveer honderd euro per persoon per dag, met geschatte jaarwinsten van € 36,4 miljoen voor de tussenpersonen. Justitie legde uiteindelijk beslag op tientallen miljoenen euro’s aan vermogen wegens vermoedens van fraude en omkoping.
Dit soort bedragen komt niet vanzelf boven water. Het komt boven water omdat een handjevol onderzoeksjournalisten en klokkenluiders zich niet lieten afschepen. De vraag die te weinig gesteld wordt, is hoeveel van dit soort constructies er níét worden blootgelegd – juist omdat medewerkers weten wat er gebeurt met hen die de mond opendoen.
Misschien wel de meest tastbare illustratie van hoe openbaarheid selectief wordt toegepast, speelt zich af rond datacenters. Onderzoek van denktank Leitmotiv, aangehaald door vakblad H₂O, laat zien dat 27 datacenters in Nederland weigeren hun energie- en waterverbruik openbaar te maken. Vierentwintig daarvan zijn in Amerikaanse handen. Microsoft markeert de gegevens van zijn datacenter in Wieringermeer, met tien datahallen, simpelweg als ‘vertrouwelijk’. Uit eerdere cijfers bleek dat deze locatie in warme periodes overschakelt van lucht- naar waterkoeling, en daarbij in het verleden tientallen miljoenen liters drinkwater per jaar verbruikte. Het ministerie van Klimaat en Groene groei bevestigt dat bedrijven bedrijfsgevoelige informatie mogen weglaten uit hun verplichte milieurapportages. Een wettelijke achterdeur die de onzichtbaarheid mogelijk maakt, maar waar burgers tegenaan lopen.
Want terwijl techbedrijven hun waterverbruik geheimhouden, gelden in diezelfde regio’s onttrekkingsverboden en sproeiverboden voor huishoudens. Waterschappen breiden die verboden ieder droog seizoen verder uit. De boodschap aan de burger is: wees zuinig, uw tuin mag verdrogen. De boodschap aan een Amerikaans techbedrijf is: vink het vakje ‘vertrouwelijk’ aan, en niemand hoeft te weten hoeveel u onttrekt.
Wie de dossiers naast elkaar legt, ziet niet drie losse incidenten, maar één terugkerend mechanisme. Roelie Post werd door de Europese Commissie geïsoleerd nadat ze kinderhandel bij internationale adoptie aan het licht bracht – zelfs een unanieme kamermotie was niet in staat minister Blok tot meer dan een symbolisch gebaar richting Brussel te laten maken. Paul van Buitenen trok zich terug in isolement nadat hij bewijs vond dat het Openbaar Ministerie een kansrijke zaak tegen de gemeente Enschede na de vuurwerkramp actief blokkeerde. Bij Defensie wordt mediation gevoerd door de beschuldigde zelf. Bij het COA verdwijnen tientallen miljoenen via constructies buiten de aanbestedingsregels. Bij datacenters wordt grondwaterverbruik weggestopt achter het etiket ‘vertrouwelijk’, terwijl de burger een sproeiverbod krijgt opgelegd.
Het gemeenschappelijke element is niet één kwaadwillende minister of één corrupt bedrijf. Het is een systeem waarin instituties en protocollen, die zichzelf presenteren als ‘bescherming biedend’ zoals een Huis voor Klokkenluiders, een interne onderzoeksprocedure of een vertrouwelijkheidsclausule in een milieurapportage in de praktijk ertoe dienen de status quo te beschermen in plaats van hen die misstanden aan het licht brengen. Zolang mediation wordt gevoerd door de partij die wordt beschuldigd, zolang miljoenenconstructies pas na jaren journalistiek graafwerk aan het licht komen, en zolang burgers wél worden aangesproken op hun waterverbruik maar techgiganten niet, blijft ‘klokkenluidersbescherming’ in Nederland vooral een geruststellend etiket op een systeem dat in de praktijk het tegenovergestelde doet van waar het voor is opgericht.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via