Skip to main content Scroll Top

De grens van het daderschap

141 De grens van het daderschap
De grens van het daderschap

Eric Lopes Cardozo

De grens van het daderschap is geen lijn maar een zone. De gevaarlijkste bewoners van deze zone zijn nooit de mensen die wisten en handelden, maar de mensen die wisten, konden spreken, niets riskeerden en zwegen. Wie denkt dat de parlementaire enquêtecommissie Corona een keuze om te zwijgen zal aanrekenen, komt bedrogen uit. In de eerste plaats is dat geen onderdeel van hun opdracht. In de tweede plaats zijn er in Nederland nog nooit ambtenaren of bewindslieden veroordeeld vanwege beleid dat middels een enquête is onderzocht. Zelfs veroordelingen wegens meineed voor een parlementaire commissie zijn op één hand te tellen en betreffen nooit het beleid zelf. Het vervolgen van verdachten en benoemen van daders is daarbij ook voorbehouden aan het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht. De Tweede Kamer kan hooguit aangifte doen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Word nu abonnee van Gezond Verstand Magazine

Kies uit een jaar– of kwartaalabonnement en ontvang de meest kritische en onafhankelijke kijk op actuele onderwerpen.
Wilt u liever digitaal lezen? Neem dan een digitaal abonnement.
U krijgt na uw bestelling direct toegang tot alle uitgaven.

Met de door de commissie gehanteerde wijze van vraagstelling blijft men ook weg bij het idee van mogelijk daderschap. De openingszin van het eerste openbare verhoor, uitgesproken door commissievoorzitter De Kort op 29 mei 2026, laat aan duidelijkheid niets te wensen over: “De coronapandemie leidde begin 2020 tot een wereldwijde crisis. En ook op de Nederlandse samenleving had deze veel impact. Het kabinet nam maatregelen die ingrijpend waren.” Dat is geen vraag. Het is een vaststelling, uitgesproken voordat de eerste getuige, Marion Koopmans, viroloog, OMT-lid en architect van de Nederlandse advieslijn, ook maar één woord had gezegd. Tijdens haar verhoor was de commissie niet geïnteresseerd of het gehanteerde kader klopte, maar alleen hoe men daarbinnen had geopereerd. Zo kwam bijvoorbeeld de wetenschappelijke basis van het PCR-testprotocol, het instrument waarop het hele Nederlandse crisisbeleid rustte, in dat verhoor niet ter sprake.

Op 5 juni 2026 verscheen Jaap van Dissel, destijds directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding en voorzitter van het OMT, voor de commissie. Tijdens het verhoor parafraseerde Van Dissel Harvard-epidemioloog Marc Lipsitch als pleitbezorger van permanente lockdowns. Het medRxiv-paper van Lipsitch en collega’s, gepubliceerd op 22 maart 2020, betoogt het tegendeel: afwisselende maatregelen op basis van actuele drempelwaarden, ingrijpen wanneer nodig en loslaten wanneer mogelijk. Permanente lockdowns zijn in dat paper niet de conclusie, maar juist het scenario dat de auteurs proberen te vermijden. Van Dissel presenteerde het omgekeerde. De commissie bevroeg hem er niet op.

Op 12 maart 2020 vond binnen het OMT een discussie plaats over schoolsluitingen die niet in het officiële advies werd opgenomen. Een aantal leden had intern twijfels over de noodzaak voor sluiting. Het OMT had de bevoegdheid om een tweeledig advies uit te brengen, met voors en tegens naast elkaar, maar deed dat niet. Dit werd in april 2020 gedocumenteerd door Nieuwsuur op basis van gesprekken met betrokkenen rond het vaste OMT. De interne discussie is niet teruggevonden in de openbare adviestekst. De wetenschappelijke grondslag van de uitspraak over schoolsluitingen ontbreekt eveneens.

Gert-Jan Segers, destijds fractievoorzitter van de ChristenUnie en coalitiepartner gedurende de hele coronaperiode, trok in 2021 publiekelijk het boetekleed aan. Hij erkende dat zijn fractie had toegestaan dat het kritische debat in de Tweede Kamer te beperkt was gebleven. Hij had de informatie en het podium, en riskeerde hooguit zijn positie in de coalitie. De enquêtecommissie heeft hem vooralsnog niet opgeroepen.

Bovengenoemden zijn geen van allen verdachten in strafrechtelijke zin, en dat zullen ze waarschijnlijk ook niet worden. Zij vallen ook buiten de categorie van ‘willfully blind’ uit het Anglo-Amerikaanse rechtssysteem; het begrip voor degene die er bewust voor kiest iets niet te weten, zodat hij later kan zeggen dat hij het niet wist. Niet omdat het Nederlandse recht dit concept volledig vreemd is, maar omdat de hier beschreven figuren het omgekeerde probleem hebben: zij wisten het wel. Het is dan ook de vraag hoever een dergelijke verantwoordelijkheid reikt. Het eerste probleem is de herkenbaarheid van het onrecht op het moment van handelen. De leden van het OMT die op 12 maart 2020 hun twijfels niet lieten opnemen in het officiële advies, deden dat hoogstwaarschijnlijk in een omgeving van oprechte onwetendheid over de aard en ernst van het virus. Hun zwijgen is moreel anders van aard dan het zwijgen van Jaap van Dissel, die op 5 juni 2026 voor een parlementaire enquêtecommissie verscheen, zes jaar na het begin van de pandemie, met alle beschikbare documentatie op tafel. Wie in 2020 zweeg uit onzekerheid verdient een ander oordeel dan wie in 2026 zweeg uit gemak.

141 De grens van het daderschap

Het tweede probleem is de bewijslast voor de innerlijke toestand. Willful blindness vereist aannemelijk te maken dat iemand er bewust voor koos om informatie achter te houden. In het recht kan opzet worden afgeleid uit omstandigheden. Die lenen zich hier echter slecht voor. Zwijgen in een vergadering, het niet vastleggen van twijfel, onvolledige of ontbrekende notulen. Het zijn voorbeelden van gedragingen binnen een omgeving van collectieve besluitvorming, institutionele druk en onzekerheid, die achteraf kunnen worden gecategoriseerd als voorzichtigheid, collegialiteit of onwetendheid.

Het derde probleem is de toerekening. Individuele verantwoordelijkheid binnen een collectief besluitvormingsproces is nu eenmaal lastig vast te stellen. Zelfs als men kon aantonen dat een adviseur bewust twijfel achterhield, dan nog is zijn aandeel in het uiteindelijke beleid niet los te zien van dat van het kabinet, de overige experts, de modellen en de internationale informatiestromen. De keten is zo lang en zo vertakt dat individuele toerekening zowel juridisch als moreel problematisch wordt.

Dit zijn overigens geen nieuwe problemen. In bezet Nederland droegen gemeentelijke ambtenaren en politiefunctionarissen mannen en vrouwen over aan de Duitse bezettingsautoriteiten. Zij handelden binnen hun functie, op instructie van een formeel vastgestelde gezagsstructuur. Na de oorlog werden zij incidenteel vervolgd, maar de meesten werden niet veroordeeld. Het verweer was steevast hetzelfde: bevelen moesten worden opgevolgd en het systeem was overweldigend. De juridische grens tussen instrument en dader bleek voor de rechter niet altijd te trekken.

In de DDR noteerde de Blockwart afwijkend gedrag van zijn buren op formulieren die uiteindelijk in de archieven van de Stasi zouden belanden. Na de val van de Muur werden de Stasi-archieven geopend. In de meest uitgebreide telling, inclusief eenmalige en kortlopende contacten, stonden meer dan 600.000 inoffizielle Mitarbeiter geregistreerd over de veertig jaar van het regime. In de DDR werden naar schatting tussen 180.000 en 250.000 mensen om politieke redenen vervolgd en gevangengezet. Dit staat in schril contrast met de enkele tientallen prominente leiders, ministers en Stasi-officieren die daarvoor zelf strafrechtelijk zijn vervolgd. Het systeem was de dader en de informant slechts een instrument.

Dat is de structuur die de coronaperiode herhaalt, zij het met een cruciaal verschil. In de historische gevallen opereerden de instrumenten van het systeem onder een druk die varieerde van fysieke dwang tot existentiële bedreiging. De ambtenaar in bezet Nederland riskeerde zelf deportatie. De DDR-informant die weigerde riskeerde zijn eigen vrijheid. Voor velen was medewerking geen keuze in de morele betekenis van het woord. Er bestaat een wezenlijk verschil tussen het zwijgen van iemand die zijn leven riskeerde en het zwijgen van iemand die hooguit zijn comfort riskeerde. Wat de coronaperiode toevoegt, is een categorie die de geschiedenis zelden zo helder heeft blootgelegd: de mens die kon spreken, niets riskeerde, het wist en zweeg uit gemak.

De geschiedenis heeft voor deze figuur geen juridische term, maar wel een morele. Het is niet de collaborateur wiens actieve medewerken de grens overschrijdt of de omstander wiens passiviteit of handelen voortkomt uit onwetendheid. Het is iets daartussenin: de ingevoerde zwijger. Iemand die beschikt over informatie, een positie en een podium, maar zijn carrière of positie boven zijn geweten stelt. Hij is niet zeldzaam. Hij is het product van elk systeem dat zwijgen beloont en spreken bestraft. Niet met gevangenschap, maar met ongemak en uitsluiting. Wat hem onderscheidt van de collaborateur, is dat hij niet actief meedeed. Wat hem van de onschuldige omstander onderscheidt, is dat hij ervan wist, maar niet bereid was de prijs te betalen.

Een systeem dat zijn uitvoerders ervan overtuigt dat zij goed handelen, heeft geen dwang nodig. Een systeem dat achteraf niemand aanwijsbaar verantwoordelijk stelt, ontneemt de uitvoerder ook de kans om zijn eigen aandeel te begrijpen. De coronaperiode heeft laten zien dat beide condities tegelijkertijd kunnen bestaan. Het is afdoende als er genoeg mensen met genoeg kennis op het juiste moment zwijgen, om vervolgens gewoon verder te gaan met hun leven.

– einde artikel –

Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand

Volg ons op social media

Kijk en beluister Gezond Verstand via

X


Dit artikel is alleen voor abonnees
Login als abonnee of abonneer je om onbeperkt alle artikelen te lezen.
Word nu abonnee van Gezond Verstand Magazine

Kies uit een jaar– of kwartaalabonnement en ontvang de meest kritische en onafhankelijke kijk op actuele onderwerpen.
Wilt u liever digitaal lezen? Neem dan een digitaal abonnement.
U krijgt na uw bestelling direct toegang tot alle uitgaven.

Gerelateerde berichten

Loading...
Privacybeleid
Wanneer u onze website bezoekt, dan kan deze informatie via je browser opslaan voor specifieke services, meestal in de vorm van cookies. Hieronder kunt je je privacyvoorkeuren wijzigen. Houd er rekening mee dat het blokkeren van cookies van invloed kan zijn op je ervaring op onze website en de diensten die we aanbieden.