Eric Lopes Cardozo
Het doet denken aan Maslows hamer, of ‘de wet van het instrument’, die stelt dat als het enig voorhanden stuk gereedschap een hamer is, het verleidelijk is om alles te behandelen alsof het een spijker is. Het is een waarschuwing tegen overmatige afhankelijkheid van één bekende methode. De technocratische variant is een zichzelf versterkende reflex die het systeem uiteindelijk de das omdoet. Het leidt tot een nagenoeg onherstelbaar verval van de maatschappij in termen van sociale cohesie, cultuur en praktische kennis en kunde.
Dit verval kan een lange tijd worden getolereerd omdat de technocratische elite, die bij machte is om beleid op te leggen, lange tijd zelf gevrijwaard blijft van de gevolgen van het falen van dat beleid. Het voorstel van het Adviescollege Rechtspositie Politieke Ambtsdragers om in 2026 de salarissen van politici flink te verhogen, met een stijging tussen de 15 en 18% over drie jaar, is daar een treffend voorbeeld van. De gevolgen komen terecht bij de ‘onderklasse’ die juist baat zou moeten hebben bij het systeem en die het systeem überhaupt mogelijk maakt.
De technocraat presenteert zich als neutrale deskundige die tot inzichten komt op basis van modellen, datasets en risicoanalyses. In Nederland zien we dat terug bij instituties als het CPB (Centraal Planbureau), het RIVM, De Nederlandsche Bank en talloze commissies. Hun taak is echter vooral het legitimeren van beleid en hun taal is die van scenario’s, impactstudies en ‘noodzakelijke maatregelen’. Van neutraliteit is derhalve geen sprake. Het doel is vooral om bestaande systemen koste wat kost in stand te houden. Zo wordt het mogelijk een land te gronde te richten door krampachtig vast te houden aan een streven naar ‘net-zero’. In plaats van een neutrale onderzoeker is de technocraat eerder te vergelijken met een seculiere opvolger van de priester, de uitdrager van een geloof waar geen kritiek op mogelijk is. Rituelen als mis en biecht zijn daarbij vervangen door persconferenties, modellen en ‘wetenschappelijke consensus’.
In het technocratische wereldbeeld dienen instrumenten als macroprudentieel toezicht, pandemieplannen, CO₂-budgetten en Europese begrotingskaders ter voorkoming van het ineenstorten van de maatschappij. Dit is een denken dat in Nederland diep is verankerd. Zo wordt de begroting door het CPB doorgerekend en wordt klimaatbeleid opgehangen aan modellen. De energievoorziening en de gezondheidszorg worden overgelaten aan de markt die door toezichthouders moet worden bewaakt. En als er iets faalt, dan volgt automatisch een aanpassing van de raamwerken en toezichtkaders. De achterliggende gedachte of angst is dat als een ministerie omvalt, een bank sneuvelt of een centraal plan mislukt, dit direct leidt tot de ineenstorting van de maatschappij. De geschiedenis leert echter dat als grote systemen instorten, de maatschappij zichzelf reorganiseert: boeren gaan ruilen, buren vangen elkaar op, ambachtslieden vinden informeel werk en families trekken naar elkaar toe.
In Nederland werd tijdens corona zichtbaar hoe ver dit fatalistische denken is doorgeschoten. Het voorkomen van ‘besmettingen’ was verheven boven sociale, psychische en economische verwoesting. De ‘druk op de IC’ was belangrijker dan de druk op gezinnen, jongeren en kleine ondernemers. Grote ketens en multinationals bleven draaien en webgiganten profiteerden, terwijl kleine horeca, detailhandel en cultuur de deuren dicht moesten houden. Naleving en schaalgrootte werden beloond. Nabijheid en menselijkheid werd gestraft. De technocraat zag geen buurtcafé met drie generaties historie, maar een ‘contactlocatie met risico’. In dezelfde geest werden scholen maandenlang gesloten terwijl de RIVM-modellen en OMT-adviezen als onfeilbaar golden, met als gevolg een generatie kinderen die leerachterstanden opliep en verlies aan sociale vaardigheden. Het geloof dat het leven slechts een variabele in een model is, tekent de fatale grens van de technocraat.
Het technocratische denken staat ver af van de werkelijkheid. Het tracht het systeem overeind te houden zonder oog te hebben voor het fundament: familie, ambacht, lokale netwerken, verenigingen, kerken en informele zorg. Een fundament dat thans onder constante druk staat. Ruimtelijke ordening en stikstofbeleid breken familiebedrijven in de landbouw. Generaties aan kennis over bodem, landschap en veestapel worden in enkele beleidscycli gedegradeerd tot ‘emissieprofielen’. Boeren in Noord-Brabant en Gelderland zagen na decennia van zorgvuldig bodembeheer hun bedrijf plotseling stilvallen door uit Den Haag en Brussel afkomstige stikstofkaarten en stikstofplannen.
De kleine aannemer, loodgieter, bakker en zelfstandige huisarts worden geknecht door regelgeving, schaalvergroting en stijgende kosten. De ‘continuïteit’ van het systeem gaat dan ten koste van de mensen die een gemeenschap laten functioneren voor zichzelf en volgende generaties. Een generatie die niet heeft geleerd om zelf verantwoordelijkheid te nemen, iets op te bouwen en door te geven, laat echter een vacuüm achter dat niet kan worden opgevuld door een taskforce of een subsidieregeling.
Een kenmerk van de technocratische klasse is dat zij zich bedient van moreel taalgebruik, zoals rechtvaardigheid, klimaatverantwoordelijkheid en solidariteit, maar nooit kan uitleggen waar die moraal op berust. Het zijn altijd dezelfde vage of misplaatste kreten of concepten als: ‘We doen het voor de kwetsbaren, voor toekomstige generaties of voor de planeet.’ Ondertussen worden concrete kwetsbaren zoals ouderen in zorginstellingen, kinderen in kwetsbare gezinnen en kleine ondernemers onderworpen aan beleid dat hun leefwereld juist verslechtert. Moraliteit veinzen legitimeert maatregelen, maar de last komt steevast terecht bij mensen die geen stem hebben bij het bepalen van beleid en maatregelen. De technocraat is daarmee niet per se dom of kwaadwillend, maar duidelijk wel volledig blind voor de gevolgen van zijn handelen. Zonder gronding in familie, buurt, beroepseer en zonder zelf te worden geraakt door het eigen handelen, verschuift moraal onvermijdelijk naar macht; wie de modellen en de taal beheerst, beslist. De rest verwordt tot datapunt. Het gevolg is een omkering van wie dienstbaar zou moeten zijn aan wie. Duidelijk is dat thans de overheid, de markt, de EU en de banken zich zijn gaan gedragen alsof de samenleving er voor hen is, in plaats van andersom.
Van de zogeheten nieuwe bestuurscultuur is in Nederland tot op heden niets terechtgekomen. Echte vernieuwing vraagt in deze om een omkering van perspectief. Er moet worden afgestapt van het idee dat systemen voor eeuwig in de lucht moeten worden gehouden. Een meer constructieve houding vergt nadenken over wat resteert in het geval een institutie faalt en het veiligstellen van een herstart met een schone lei. Dit vraagt echter om het afstappen van systeemdenken op grote schaal en een nieuwe waardering van het fundament van de samenleving: de huishoudens die nog samen aan tafel eten, de familiebedrijven die kinderen inwerken, de buurt waar mensen elkaar kennen en een ambachtsschool die meer leert dan competenties alleen.
De zichzelf versterkende technocratische reflex kan niet zomaar worden doorbroken omdat het een radicale omkering vergt van zowel de huidige politieke koers als culturele trend. De technocratie richt zich thans op macro-stabiliteit, aansluiting bij globalistische instituties en het overeind houden van instituties en instellingen. Verder bestaat er in zowel de politiek als de maatschappij een dwangmatige neiging tot het uitsluiten van risico’s, terugdringen van ongelijkheid, uitwissen van de eigen geschiedenis en verpropagandisering van het onderwijs. Dit staat haaks op bijvoorbeeld het idee om beleid te toetsen aan de impact op familie, ambacht en lokale gemeenschappen. Het staat ook haaks op waardering voor ambachten en praktische beroepen, dragers van cultuur en beschaving, die thans zijn gededuceerd tot ‘laagopgeleid werk’. Een omkering vraagt ook om een hernieuwde waardering voor het mkb, van oudsher de motor van de economie. En dit staat haaks op de huidige regelgeving die kleine praktijken dwingt om zich aan te sluiten bij ketens en die zelfredzame zzp’ers terug in loondienst dwingt. Vasthouden aan de technocratische reflex zal niet leiden tot het volledige uiteenvallen van de samenleving, maar wel tot een stelselmatige toename van maatschappelijke leegte.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via