Skip to main content Scroll Top

Blindheid voor onmiskenbaar kwaad

Artikelen 136
Blindheid voor onmiskenbaar kwaad

Karel van Wolferen

Op 14 maart van dit jaar overleed, op 96-jarige leeftijd, Jürgen Habermas. In overlijdensberichten wereldwijd werd hij, zoals al decennialang de gewoonte was, geïdentificeerd als Europa’s belangrijkste filosoof sinds de Tweede Wereldoorlog. Hij was een van de meest geciteerde auteurs in de geesteswetenschappen en ontving zo ongeveer alle prijzen die op zijn vakgebied bestonden. Zijn ideeën gaven onder meer vorm aan het debat over hoe een Europese Unie eruit zou moeten zien. Zijn boek De structuurverandering van het publieke domein, dat in 1962 verscheen, was een pleidooi voor de publieke sfeer die moet bestaan tussen de staat en de burgerij, waarin burgers kunnen deelnemen aan democratisch bereikte politieke besluitvoering via de formatie van de publieke opinie. De belangrijkste eigenschap van die publieke sfeer zou zijn dat het buiten alle controle van de staat functioneert, want Habermas schreef tenslotte in de tijd van een naoorlogse gewetensvolle zelfanalyse van Duitsers die klakkeloze gehoorzaamheid aan de staat als een groot euvel waren gaan zien.

Democratie is volgens Habermas meer dan een bestuurlijk systeem van verkiezingen en meerderheden, omdat het moet vertrouwen op beredeneerde beraadslagingen van burgers om tot legitieme beslissingen te komen. Ideeën daarover verwerkte hij in zijn magnum opus, De Theorie van het Communicatieve Handelen, dat in 1981 verscheen. Dat waren ideeën over menselijke communicatie waarbij wederzijds begrip als belangrijkste doel werd beschouwd. Wat wij als waar, rechtvaardig en oprecht beschouwen zijn aannames die rationeel kunnen worden getoetst. De literatuur van Habermas gaf de stoot tot duizenden artikelen en boeken over politicologie, media en nog meer aangaande maatschappelijke vorming en misvorming. Hij geloofde dat de Verlichting onvoltooid was gebleven en moest worden gecorrigeerd met een focus op betere communicatie. Consensusvorming moest gaan via publieke conversatie waarbij, zoals hij stelde, ideeën aan een “zuurbad van meedogenloos publiek debat” werden onderworpen.

In zijn, voor zover ik weet, laatste boek richtte hij zich op de digitale wereld met sociale media die het beraadslagen onder burgers in gevaar brachten middels de algoritme-gestuurde informatiebubbels en echokamers die AI veroorzaakt, waarbij de publieke ruimte is opgesplitst in meerdere van elkaar afgesloten pseudo-publieken. Precies de thema’s die ook in dit 136e nummer van Gezond Verstand opnieuw aan een kritische blik worden onderworpen.

Iedereen die het bovenstaande allemaal leest zou niet anders kunnen denken dan dat Habermas zijn hart zowel als hoofd op de goede plaats had.

En in 2020 kwam de Covid-crisis. Habermas had nooit het openbare debat dat krantenkoppen opleverde geschuwd. In de jaren tachtig vervulde hij met opiniestukken in dagbladen een hoofdrol in een van de grootste intellectuele veldslagen van het naoorlogse Duitsland, tegen Duitse historici die protest aantekenden tegen de wijze waarop de Holocaust uit de geschiedenis was gelicht als een uniek gebeuren, waarover geen discussie mocht bestaan – de zgn. Historikerstreit.

Hoe bond Habermas tijdens de Covid-pandemie de strijd aan tegen een overheid die de publieke ruimte vernietigde, waarvoor hij als geen ander had geijverd? Ongeremde beraadslagingen onder burgers waren plotseling verboden verklaard met lockdowns, mondkapjes en verboden samenkomsten voor zelfs kerkgang en begrafenissen. Zulk machtsvertoon van de staat hadden de Duitsers nooit eerder, zelfs niet onder het eerdere nazibewind, meegemaakt.

In een artikel ‘Covid-19 en de bescherming van het leven’ in de uitgave van september 2021 van Blätter für deutsche und internationale Politik betoogde Habermas dat de Duitse regering niet ver genoeg was gegaan om de bevolking te beschermen. Hij verdedigde niet alleen de legitimiteit van beperkingen op burgerrechten, zoals vrijheid van vergadering en reizen, de regering schoot volgens hem tekort in haar grondwettelijke plicht om “alle maatregelen uit te sluiten die het leven en de lichamelijke integriteit van een voorzienbaar aantal onschuldige burgers in gevaar brengen”. In een interview met Le Monde in april 2020 had Habermas al verklaard dat noodmaatregelen problemen voor de democratische legitimiteit inhielden, maar dat noodtoestanden tijdens de pandemie noodzakelijk waren om “het fundamentele recht op leven en lichamelijke integriteit” te beschermen.

Keek hij echt niet verder dan zijn neus lang was? Midden 2021 wisten wij allemaal, ook in Duitsland – tenminste onder de vrienden aldaar met wie ik correspondeerde – dat de regering opdrachten opvolgde afkomstig van supranationale organisaties en van de EU. Had hij geen contact met zijn belangrijke Italiaanse collega, de publieke intellectueel en filosoof Giorgio Agamben, die het gevaar van sluipend autoritarisme begreep, en aan het begin van de veronderstelde pandemie verklaarde dat er “een toenemende neiging bestaat om de noodtoestand als normaal regeringsmodel te gebruiken”? Dit zou Habermas eraan hebben moeten herinneren hoe Joseph Goebbels gebruikmaakte van gefabriceerde noodtoestanden. In publieke uitspraken benadrukte hij dat uitzonderlijke maatregelen ter bescherming van levens democratisch legitiem zijn als ze worden gesteund door een meerderheid van de bevolking. Daarbij hield hij geen rekening met de propagandistische macht van de regering om die steun van de bevolking af te dwingen, en hij verdiepte zich niet in de ruimschoots beschikbare informatie dat mensenlevens niet door een levensgevaarlijk virus in gevaar werden gebracht maar door verkeerde behandelingen in ziekenhuizen.

Een redacteur van de Duitse krant Die Welt, Andreas Rosenfelder, reageerde op 11 oktober 2021 op het Habermas’ artikel in Blätter met ‘De dictatuur van Habermas’ waarin hij Duitslands beroemdste voorvechter van burgerdiscussies ter legitimering van regeringen beschuldigde een “biopolitieke Leviathan te hebben gecreëerd die elke vrijheid kan beperken met het oog op infectiebestrijding, zonder voorwaarden altijd en overal”. Er waren in de zomer van 2020 al veel Duitsers die net als wij begonnen te zien dat wat er gebeurde een poging tot een mondiale machtsgreep was, die niet anders dan de meest formidabele aanval op de menselijke beschaving kon inhouden. Jürgen Habermas leek niet in de buurt te komen van zo’n besef. Hoe dit te duiden, deze blindheid voor onmiskenbaar kwaad?

Was hij een voorbeeld van academische misvorming als gevolg van het verdwalen in politieke theorie waarbij abstracties en concrete realiteit met elkaar worden verward? Habermas was eerder in een dialoog verwikkeld geweest met John Rawls, die in de Verenigde Staten werd vereerd als een verondersteld baanbrekend politiek filosoof – en het etiket van de belangrijkste filosoof van de hele wereld opgeplakt had gekregen. Op de rand van heiligverklaring theoretiseerde Rawls over een ideale politieke organisatie waarbij rechtvaardigheid jegens alle deelnemers aan de maatschappij voorop stond. Het was politieke filosofie waarbij de factor van macht, dus ook corruptie, niet de plaats kreeg die het moest hebben om realistisch te zijn over praktische mogelijkheden. Toen Rawls in 2002 overleed en ik in tientallen overlijdensberichten opnieuw zijn politieke filosofie met dat gebrek tegenkwam, kwam bij mij de vraag op: kijken jullie wel eens uit het raam naar de wereld?

Ik denk dat diezelfde vraag passend is voor Jürgen Habermas.

Op de hieropvolgende bladzijde buigt een artikel zich over de door Habermas onmisbaar geachte communicatie tussen burgers, en de hedendaagse limieten ervan door smartphone en AI, waar Habermas in zijn laatste boek over schreef. Het artikel is in de ongewone vorm gegoten die u zich kan herinneren van de persoonlijke ervaringen van onze schrijvers in onze kerstnummers – de beste manier om het persoonlijke, het private onderdeel van menselijke communicatie weer te geven. Ingrid Schaafsma beschrijft de manier waarop met het verlies van echte onderlinge communicatie de menselijke maat in het vormen van een betekenisvolle samenleving verloren is geraakt.

Het daaropvolgende artikel legt uit hoe een digitale werkelijkheid voor een toenemend aantal mensen de belangrijkste representatie vormt van de hun omringende wereld, waarbij met de inzet van algoritmes een algoritmisch spiegelbeeld wordt voorgeschoteld, waardoor informatie en opvattingen die niet overeenkomen met wat men altijd al dacht worden genegeerd.

In de rubriek ‘Medische Werkelijkheid’ laat arts in ruste Bert Timmermans onderzoeken de revue passeren die nagaan of AI-hulpmiddelen als ChatGPT cognitieve achteruitgang veroorzaken door de wijze waarop deze veronderstelde kunstmatige intelligentie onze breinfuncties verandert.

Verder wijdt deze aflevering van Gezond Verstand aandacht aan zaken die vooral in Europa spelen, met artikelen over de Duitse bondskanselier Merz die struikelt over miskleun na miskleun, over de militarisering van de EU als krampachtige poging om te overleven, en over het krankzinnige idee dat wat door technocratisch bestuur wordt vernield, gerepareerd zou kunnen worden met nog meer technocratisch bestuur. Toegespitst op Nederland komt daar een artikel bij over de duchtige verbouwing van ons land in verband met ‘klimaatadaptatie’.

De belangrijke vraag over hoe kernwapens de geopolitiek van het Midden-Oosten gijzelen komt aan bod in een artikel van Jeroen van den Berg, die ook, zoals gebruikelijk is geworden, de rubriek ‘hoe ging het verder’ op de laatste pagina’s verzorgde.

Tot slot wil ik hier nog wat zeggen over de oppervlakkige manier waarop in doorsnee ‘andersdenkend’ commentaar de motieven en gedragingen van Donald Trump worden becommentarieerd. Veel ervan heeft meer weg van scheldpartijen dan nieuwsvoorziening. Veel ervan is aanwijsbaar onjuist, zoals de aanname dat niettegenstaande zijn acties die al meer dan een jaar lang het tegendeel bewijzen, hij toch wordt aangedreven door de zucht naar wereldhegemonie, en de grote misvatting dat hij als schoothondje van Netanyahu in de wereldpolitiek opereert. Het bekende ‘Trump Derangement Syndrome’ lijkt een metamorfose te hebben ondergaan waardoor het met dubbele kracht Amerikaanse kiezers aanstuurt op Trumps verlies bij de midtermverkiezingen deze herfst.

De redactie van Gezond Verstand heeft ook betreurd dat, anders dan in juni vorig jaar met de Twaalfdaagse Oorlog tegen Iran, Trump niet kon volstaan met een toneelstuk waarbij hij geen werkelijk bombardement op Iran uitvoerde. De bijzonderheden van de manier waarop hij ditmaal in een val is gelokt zijn nog onbekend, maar dat hij er is ingeluisd wordt ook door een aantal van zijn tegenstanders erkend.

Voor commentatoren die het schelden op Trump moe zijn en zoeken naar hints om verslaggeving te hervatten, zou het interessant moeten zijn om na te gaan wat er inmiddels vanwege de blokkade van de scheepvaart in de straat van Hormuz is gebeurd met het monopolie van Lloyd’s of London, het syndicaat van banken en de markt voor scheepvaartverzekeringen dat een elementair onderdeel was van het netwerk van macht van de Londense City, waartegen Trump strijd voerde. Onder de huidige omstandigheden, en door toedoen van Trump, is Lloyd’s dit monopolie nu kwijtgeraakt.

– einde artikel –

Volg ons op social media

Kijk en beluister Gezond Verstand via

Loading...
Privacybeleid
Wanneer u onze website bezoekt, dan kan deze informatie via je browser opslaan voor specifieke services, meestal in de vorm van cookies. Hieronder kunt je je privacyvoorkeuren wijzigen. Houd er rekening mee dat het blokkeren van cookies van invloed kan zijn op je ervaring op onze website en de diensten die we aanbieden.