Sander Boon
Donald Trump liet begin oktober openlijk weten dat een hogere inflatie misschien helemaal niet zo slecht is, omdat daarmee de enorme Amerikaanse staatsschuld in reële termen kan worden verminderd. Die uitspraak lijkt achteloos, maar markeert een fundamentele breuk met de monetaire politiek van de afgelopen decennia. Sinds de jaren negentig werd de westerse financiële orde gekenmerkt door een voortdurende uitbreiding van krediet en schulden, ondersteund door dalende rentes, globalisering en een groeiende vraag naar Amerikaanse staatsleningen. Na de financiële crisis van 2008 werd dit systeem met uitzonderlijk lage rentes en grootschalige obligatieaankopen door centrale banken overeind gehouden.
De geopolitieke strijd in Oekraïne vanaf 2022 maakte een einde aan deze periode. De rentes stegen, de financiering van schulden werd duurder en de geopolitieke verhoudingen veranderden ingrijpend. Nu zet Washington een volgende stap: het verminderen van de reële waarde van de uitstaande schulden door economische groei, inflatie en financiële repressie.
Met de val van de Sovjet-Unie verdween de tegenstander waarop de westerse veiligheidsorde bijna een halve eeuw was gebouwd. De Koude Oorlog was gewonnen, maar de geopolitieke strijd om het Euraziatische continent was daarmee niet voorbij. Voor de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk bleef het voorkomen van een dominante Euraziatische grootmacht een strategisch belang. Een economische samenwerking tussen de Duitse industrie en de enorme Russische grondstoffenvoorraden zou een machtsblok kunnen vormen dat minder afhankelijk was van de Amerikaanse veiligheidsarchitectuur en het door de dollar gedomineerde financiële systeem. Tegelijkertijd bood het economisch verzwakte Rusland van de jaren negentig grote mogelijkheden voor westers kapitaal om toegang te krijgen tot grondstoffen en staatsbezittingen.
Deze twee belangen, geopolitieke controle en financiële expansie, kwamen uiteindelijk samen in Oekraïne. Vladimir Poetin bleek echter niet bereid de afhankelijke positie van Rusland onder Boris Jeltsin te accepteren. Zijn aanvankelijke toenaderingen tot Europa leverden geen duurzame nieuwe veiligheidsorde op. Het Westen koos voor confrontatie. De NAVO breidde verder uit en na de door het Westen geïnitieerde politieke coup in Kiev in 2014 werd Oekraïne steeds meer het strijdtoneel van een geopolitieke confrontatie. De Russische inval van februari 2022 maakte daarvan een open oorlog.
De strijd om Oekraïne heeft een financiële dimensie die in het publieke debat te weinig aandacht krijgt, terwijl het de geopolitieke koers bepaalt. Historisch waren oorlogen niet alleen een militair of politiek vraagstuk, maar ook een investeringsvraagstuk. Banken en financiers verstrekten leningen aan vorsten en staten in de verwachting dat een overwinning later kon worden verzilverd via herstelbetalingen, handelsmonopolies, grondstoffen, of confiscatie van bezittingen. In de moderne financiële orde werkt dit ingewikkelder, maar het onderliggende mechanisme is vergelijkbaar. Het monetaire en financiële systeem zoals dat vanaf 1955 vanuit de Londonse City is geëvolueerd (de eurodollarmarkt), is een op schulden gebaseerd systeem, dat voortdurend economische groei en in waarde stijgend onderpand nodig heeft om de schulden houdbaar te houden. Het is een neokoloniaal systeem, dat grondstoffen uit satellietstaten gebruikt om te kunnen groeien.
Sinds 2022 hebben westerse landen honderden miljarden aan militaire en financiële steun beschikbaar gesteld aan Oekraïne. Het probleem voor het Westen is dat de strategische overwinning uitbleef. Rusland is economisch niet ingestort, het politieke systeem in Moskou bleef overeind en de Russische economie heeft een groter deel van zijn handel naar Azië verplaatst. Daardoor kunnen de economische kosten van de confrontatie niet meer worden terugverdiend.
De Verenigde Staten onder Trump erkennen dat de geopolitieke machtsverhoudingen hierdoor fundamenteel zijn veranderd. De aandacht verschuift naar de eigen hemisfeer, een koers die inmiddels wordt aangeduid als de ‘Donroe Doctrine’. De VS concentreert zich sterker op het Amerikaanse continent en lijken meer ruimte te willen overlaten voor invloedssferen van andere grootmachten. Dat betekent niet dat Washington zijn mondiale machtspositie vrijwillig opgeeft, maar wel dat het de kosten van die positie opnieuw tegen de opbrengsten afweegt.
Europa kiest daarentegen voor een voortzetting van de confrontatie met Rusland en verhoogt de defensie-uitgaven structureel. Daarmee ontstaat een opmerkelijke tegenstelling. De Verenigde Staten proberen hun geopolitieke verplichtingen beter in overeenstemming te brengen met hun economische draagkracht, terwijl Europa nieuwe financiële verplichtingen aangaat op het moment dat de economische groei stagneert, de energieprijzen structureel hoger liggen en de staatsschulden al omvangrijk zijn. De militaire oplossing voor het geopolitieke probleem dreigt daardoor het fiscale probleem te vergroten. Dat fiscale probleem speelt ook in de Verenigde Staten. De Amerikaanse staatsschuld passeerde in augustus 2026 de grens van 40 biljoen dollar, terwijl de lange rente op staatsleningen sterk is opgelopen. De Amerikaanse overheid betaalt inmiddels ongeveer een biljoen dollar per jaar aan rente. Dat is een probleem, omdat steeds grotere delen van de bestaande schuld tegen hogere rentes moeten worden geherfinancierd.
Trumps uitspraak over inflatie geeft daarmee een inkijk in de monetaire strategie die Washington voor ogen heeft. Na de Tweede Wereldoorlog slaagden de Verenigde Staten erin hun enorme staatsschuld relatief snel terug te brengen door een combinatie van economische groei, inflatie en financiële repressie. De nominale rente werd laag gehouden, waardoor spaarders en obligatiehouders een deel van de kosten droegen. Wanneer aflossing politiek onhaalbaar is en de groei onvoldoende, wordt die laatste mogelijkheid steeds aantrekkelijker. De Amerikaanse minister van Financiën, Scott Bessent, probeert de markt voor Amerikaanse staatsleningen actiever te beheren. In augustus werd het terugkoopprogramma voor langlopende staatsleningen uitgebreid, waarmee Washington de liquiditeit en verhandelbaarheid van zijn schuldpapier wil verbeteren. Naarmate de financieringskosten verder oplopen, neemt de druk toe om de lange rente met steeds zwaardere maatregelen te dempen.
Dat kan via een groter aandeel kortlopende staatsleningen, aanvullende interventies op de obligatiemarkt en uiteindelijk mogelijk een vorm van rentecurve-controle. Tegelijkertijd zijn er aanwijzingen dat Washington opnieuw nadenkt over de rol van goud en andere reële activa in het monetaire systeem. De nieuwe voorzitter van de Federal Reserve, Kevin Warsh, had op 7 augustus ontmoetingen met Axel Merk van goudfondsuitgever Merk en met voormalig Credit Suisse-analist Zoltan Pozsar. Die laatste beschreef al in 2022 een overgang naar Bretton Woods III, waarin grondstoffen en goud opnieuw een grotere monetaire betekenis krijgen.
Ook China kijkt uitdrukkelijk naar een nieuwe rol voor goud, maar vanuit een ander perspectief. De People’s Bank of China kocht in augustus 20,2 ton goud, de grootste maandelijkse aankoop sinds oktober 2023. Daarmee steeg de officiële Chinese goudvoorraad naar ongeveer 2.387 ton. De aankopen passen in een langer lopende strategie om de afhankelijkheid van buitenlandse schuldinstrumenten te verminderen. Goud heeft namelijk een eigenschap die Amerikaanse staatsleningen niet hebben: het is geen verplichting van een tegenpartij. Een Amerikaanse staatsobligatie is een vordering binnen een financieel systeem dat uiteindelijk onder Amerikaanse jurisdictie valt. De bevriezing van Russische centrale-bankreserves in 2022 heeft zichtbaar gemaakt dat financiële reserves een geopolitiek instrument zijn geworden. Fysiek goud dat binnen de eigen landsgrenzen wordt bewaard, kent dat risico niet. Het betaalt geen rente en financiert geen begrotingstekorten, maar behoudt zijn functie als neutrale reserve buiten het internationale schuldensysteem. Daarmee reageren Washington en Beijing op hetzelfde probleem vanuit tegengestelde richtingen. De VS probeert met een combinatie van hoge inflatie en economische groei de schuld houdbaar te houden, terwijl China juist zijn afhankelijkheid van die schuld wil verminderen.
De Europese Unie beschikt niet over de monetaire en fiscale slagkracht van de Verenigde Staten, terwijl China zijn industriële en financiële strategie veel directer kan coördineren. Tegelijkertijd heeft Europa door de strijd tegen Rusland een belangrijk concurrentievoordeel verloren. Goedkope Russische energie vormde decennialang een fundament onder de Duitse industrie en indirect onder de Europese welvaart. Die economische verwevenheid is verdwenen. Daar komen stijgende defensie-uitgaven, vergrijzing en een steeds zwaardere schuldenlast bovenop. Het Europese antwoord bestaat vooralsnog uit meer overheidsuitgaven, subsidies, gezamenlijke financieringsconstructies en verdere politieke centralisatie. Daarmee probeert Europa de problemen van het bestaande systeem op te lossen met dezelfde instrumenten die de financiële kwetsbaarheid ervan hebben vergroot. Een opgeklopte geopolitieke strijd met Rusland wordt gevoerd voor binnenlandse doeleinden. Binnenlandse spanningen in de EU worden steeds nadrukkelijker als veiligheidsprobleem behandeld, om het eigen falen te verbloemen. Zo vervaagt de grens tussen bescherming van de bevolking en bescherming van de bestaande politieke instituties.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via