Jeroen van den Berg
De historische associatie met nationaalsocialisme wordt direct gelegd en het geheel is ingekapseld in een moreel kader. Vanuit organisaties die de herinnering aan de Holocaust bewaken, wordt de verkiezingsuitslag rechtstreeks verbonden met het Duitse verleden. Eva Umlauf, Auschwitz-overlevende en voorzitter van het Internationale Auschwitz Comité, verklaarde: “Deze uitslag beangstigt ons. Dat een extreemrechtse partij opnieuw de sterkste fractie in een Duits deelstaatparlement wordt, hadden wij als Holocaustoverlevenden nooit voor mogelijk gehouden.” De herdenkingscentra Buchenwald en Mittelbau-Dora spreken zelfs van een “historische breuk”. Hier wordt zichtbaar hoe gemakkelijk de discussie over AfD wordt belast met een historische schuld waarvoor de huidige partij onmogelijk verantwoordelijk kan worden gehouden. AfD bestond tijdens het Derde Rijk niet en haar huidige kiezers kunnen evenmin worden vereenzelvigd met de Duitsers die het nationaalsocialisme destijds steunden. Auschwitz wordt ingezet als moreel-politiek referentiepunt, waarmee een hedendaagse partij, en indirect miljoenen kiezers, bij voorbaat in een verdacht historisch kader worden geplaatst.
In het redactionele commentaar van NRC is een vergelijkbaar mechanisme zichtbaar. De krant opent met de stelling dat “voor het eerst in tachtig jaar” een extreemrechtse partij opnieuw in Duitsland zou kunnen regeren. Hoewel NRC erkent dat AfD democratisch is gekozen en dat niet iedere AfD-kiezer extreemrechts is, wordt die relativering direct ondergeschikt gemaakt aan de historische vergelijking. Daarmee ontstaat een denkpatroon waarin een verkiezingsuitslag van 2026 wordt bekeken door de bril van 1933. De historische waarschuwing blijft het uitgangspunt, terwijl de oorzaken van de electorale verschuiving buiten beeld blijven. De BBC kwam na de overwinning direct met de veelzeggende formulering “AfD win poses challenge for German democracy”. Daarmee ligt het interpretatiekader eigenlijk al vast en zien we een ultiem voorbeeld van een voorgeschreven werkelijkheid. De reguliere media zijn op geen enkele manier meer in staat om zich een evenwichtig beeld te vormen van de werkelijke politieke situatie en hierover verslag te doen.
Om dit fenomeen te duiden, is het noodzakelijk dat we eerst kijken naar een woord dat inmiddels zó vaak wordt gebruikt dat men zich nauwelijks nog afvraagt wat het eigenlijk betekent, namelijk het woord ‘radicaal’. Het woord is afkomstig van het Latijnse ‘radix’, wat wortel betekent. Radicaal handelen behelst in oorspronkelijke zin een probleem bij de wortel aanpakken. In de politiek wordt daarmee doorgaans een beweging bedoeld die geen beperkte aanpassingen binnen het bestaande bestel verlangt, maar diepgaande veranderingen nastreeft.
Het onderscheid tussen radicaal en extreem is belangrijk. Een radicaal kan de bestaande politieke orde ingrijpend willen veranderen en daarbij democratische middelen blijven gebruiken. Een extremist gaat een stap verder wanneer fundamentele democratische principes, rechten van anderen, of de democratische rechtsorde zelf worden verworpen. In de oorspronkelijke betekenis kan ook Gezond Verstand radicaal worden genoemd, terwijl extremisme eerder duidt op een sterk door emoties en absolute overtuigingen gedreven ideeënwereld die richtinggevend wordt voor handelen en maatregelen. Radicalisme en extremisme zijn derhalve geen synoniemen. Dat onderscheid is echter in het hedendaagse politieke taalgebruik verloren geraakt. Er is sprake van begripsinflatie. Radicaal-rechts, uiterst rechts en extreemrechts worden in journalistieke berichtgeving stelselmatig gebruikt alsof het gradaties van hetzelfde verschijnsel zijn. Daardoor krijgt het woord radicaal ongemerkt de morele lading van extremisme. Vervolgens ontstaat door associatie een keten: rechts wordt radicaal-rechts, radicaal-rechts wordt extreemrechts en extreemrechts roept in Duitsland automatisch de herinnering aan fascisme op.
Er is sprake van een omgekeerde werkelijkheid binnen de EU, want de heersende politieke klasse wil binnen enkele jaren Europa herbewapenen, honderden miljarden extra voor defensie beschikbaar stellen, de energievoorziening ingrijpend veranderen, Europese schulden gezamenlijk financieren en steeds meer bevoegdheden op Europees niveau organiseren. Juist de politieke klasse die haar tegenstanders als radicaal en extreem bestempelt, voert zelf een agenda die Europa in ongekend hoog tempo fundamenteel moet veranderen. Feitelijk zijn juist deze plannen uiterst radicaal en extreem. Degene die echter vaststelt waar het politieke midden ligt, bepaalt automatisch ook wie zich aan de rand bevindt. Het midden wordt niet aangegeven door wat de kiezer vindt, maar door de grenzen die politici, journalistieke en academische instituties aan het aanvaardbare debat stellen. Radicaal is geen beschrijvende term meer, maar een positioneringsinstrument. Hoe harder het establishment probeert te verklaren waarom mensen niet op AfD moeten stemmen, hoe duidelijker het wordt dat ze niet begrijpen waarom mensen dat wel doen.
Een Nederlandse vertegenwoordiger van dit denken is Beatrice de Graaf. Deze Utrechtse hoogleraar is bekend door haar mening over terrorisme, nationale veiligheid en internationale betrekkingen. Ze is een veelgevraagde gast in de media en heeft in 2025 en 2026 tientallen televisie-, radio-, podcast- en interviewoptredens gedaan. Zo discussieerde zij over de Duitse verkiezingen met de veelzeggende vraag hoe “het fatsoen van het burgerlijke midden van Duitsland” overeind gehouden kon worden. Ook sprak zij over “de Duitse democratie in een existentiële crisis? Extreemrechts rukt op in Duitsland.” De Graaf vertegenwoordigt het wereldbeeld van de gevestigde orde met hun slogan ‘bescherming van de democratie’.
Het feit dat 43,8% van de Duitsers in een deelstaat ‘ineens’ AfD stemt, komt bij deze groep cognitief nauwelijks binnen. Het probleem is enerzijds dat ze onvoldoende begrijpen waarom mensen AfD stemmen, en anderzijds dat de politieke, journalistieke en academische klasse het helemaal niet wíl begrijpen. Werkelijk begrip vereist namelijk aanpassing van het eigen wereldbeeld. Wanneer een waarneming niet overeenkomt met een diepgewortelde overtuiging, ontstaat wat in de psychologie ‘cognitieve dissonantie’ wordt genoemd. Mensen proberen deze ontstane spanning te verminderen. Dat kan door de overtuiging aan te passen, maar ook door de nieuwe informatie zo te interpreteren dat de oorspronkelijke overtuiging intact kan blijven, en dat laatste is precies wat we momenteel waarnemen.
Cognitieve dissonantie verklaart maar gedeeltelijk waarom politici, journalisten en deskundigen zo verbaasd reageren op de enorme groei van AfD. Een ander belangrijk verschijnsel is dat mensen die lange tijd binnen dezelfde bestuurlijke en maatschappelijke omgeving functioneren, een gezamenlijk wereldbeeld ontwikkelen. Politici, beleidsmakers, journalisten, wetenschappers en bestuurders spreken continu met elkaar, halen hun informatie grotendeels uit dezelfde bronnen en ontmoeten vooral mensen met een vergelijkbare opleiding en achtergrond. Daardoor ontstaat groepsdenken. Wat binnen die omgeving als redelijk en vanzelfsprekend geldt, wordt door hen aangezien voor wat de samenleving als geheel redelijk vindt. Daar komt bij, dat deze groep van elites de gevolgen van beleid anders ervaart dan de gemiddelde burger. De sluiting van een fabriek is voor een beleidsmaker onderdeel van een economische transitie, maar voor een werknemer het verlies van zijn baan en bestaanszekerheid. Hoge energieprijzen zijn op papier een economisch vraagstuk, maar betekenen voor een gezin dat er iedere maand minder geld overblijft.
Ook speelt zelfbescherming een rol. Wie jarenlang migratiebeleid, de energietransitie, Europese integratie, sancties tegen Rusland of de koers rond Oekraïne heeft verdedigd, moet bij falende politiek enerzijds erkennen dat het beleid verkeerd heeft uitgepakt, maar ook dat de eigen analyse niet klopte. Dat raakt aan reputatie, carrière en zelfbeeld. Het is psychologisch gemakkelijker de oorzaak buiten de eigen kring te zoeken. De groei van AfD wordt dan verklaard vanuit populisme, desinformatie, Russische beïnvloeding en boosheid. Zo kan een gesloten cirkel ontstaan; hoe groter AfD wordt, hoe sterker men waarschuwt voor radicalisering. Men bekijkt de samenleving vanuit een omgeving waarin het steeds moeilijker wordt zich voor te stellen dat de kiezer een werkelijkheid ziet die binnen de eigen kring niet wordt waargenomen.
AfD is niet in een vacuüm gegroeid. Duitsland kampt met immense economische stagnatie, migratie- en integratieproblematiek, hoge energieprijzen, problemen in de industrie, massaontslagen, dissidenten die gearresteerd worden, infrastructurele achterstanden en grote politieke onvrede. AfD is de enige partij die bereid is onderwerpen ter discussie te stellen waarover binnen het gevestigde politieke spectrum al tijden geen enkele fundamentele discussie meer mogelijk is, zoals: migratie, energiebeleid, Europese integratie, nationale soevereiniteit, de oorlog in Oekraïne, de verhouding tot Rusland en de gevolgen van jarenlange economische en industriële beleidskeuzes.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via