Jeroen van den Berg
Bij de Poolse grens werd een locomotief getroffen op een station waar rond hetzelfde tijdstip westerse prominenten passeerden na een bezoek aan Oekraïne. De aanval onderstreept de kwetsbaarheid van de spoorverbinding met Polen, die belangrijk is voor het internationale reizigersverkeer en de bevoorrading van Oekraïne. Samen met aanvallen nabij het centraal station van Kiev maakt dit reizen naar de hoofdstad erg gevaarlijk. De westerse regeringen heroverwegen hun aanwezigheid in de stad Kiev als gevolg van dit alles. Van een daadwerkelijke terugtrekking of verplaatsing van de Oekraïense regering is echter nog geen sprake. Daarnaast zijn er plannen voor een nieuwe reeks grootschalige Russische aanvallen op het elektriciteitsnet voordat de winter begint, met een combinatie van drones en verschillende typen raketten. Energiecentrales en andere voorzieningen zijn door eerdere aanvallen al beschadigd, waardoor nieuwe treffers de elektriciteitslevering, industriële productie en verwarming verder ernstig verstoren of zelfs uitschakelen.
Aan de Zwarte Zeekust, rond de stad Odessa, blijven havens, brandstofopslagplaatsen en de belangrijke brug bij kustplaats Zatoka een doelwit. Het uitschakelen van deze brug zal de transportverbindingen richting Roemenië bemoeilijken. Aan het landfront melden Russische militaire bronnen dat Oekraïense eenheden ten oosten van de stad Vovtsjansk, in de regio Charkiv, zijn omsingeld. Verdere Russische vooruitgang zorgt ervoor dat de Oekraïense verdediging in het oosten van de regio onder grote druk komt. In Donbas ligt het zwaartepunt van de gevechten rond onder meer de stad Droezjkivka. Russische troepen rukken daar verder op en bedreigen de Oekraïense aanvoerwegen. Bij de stad Orichiv, in de regio Zaporizja, wordt gesproken over een Oekraïense terugtocht naar het noordwesten en Russische pogingen om de resterende verbindingen af te snijden. Achter deze plaatselijke gevechten speelt een bredere strijd om productiecapaciteit en luchtverdediging. De inzet van grote aantallen relatief goedkope aanvalsdrones, aangevuld met snellere modellen, dwingt Oekraïne voortdurend af te wegen welke doelen het met schaarse onderscheppingsmiddelen kan beschermen. Tekorten aan luchtafweer- en raketten vergroten daarbij de belasting van vliegtuigen, mobiele verdedigingseenheden en onderscheppingsdrones.
Intussen blijft een diplomatieke doorbraak uit. Nieuwe gesprekken tussen Rusland, Oekraïne en de Verenigde Staten in oktober worden als mogelijkheid genoemd, maar een concrete datum en gezamenlijke agenda ontbreken. Rusland houdt vast aan territoriale eisen en afwijzing van Oekraïens NAVO-lidmaatschap, terwijl Oekraïne de verlangde terugtrekking niet accepteert. Daarnaast ontstaat spanning over aanvallen op Russische raffinaderijen. President Trump heeft aangedrongen op beëindiging daarvan vanwege de gevolgen voor de internationale dieselvoorziening en brandstofprijzen. Europese discussies over verdere militaire betrokkenheid voegen een escalatierisico toe: de Russische regering waarschuwt dat Europese troepen in het conflictgebied als rechtstreekse deelname aan de oorlog worden beschouwd. Het totaalbeeld is daarmee dat Oekraïne gelijktijdig zijn frontposities, energievoorziening en verbindingen met buitenlandse partners moet beschermen, terwijl de voorwaarden voor onderhandelingen ver uiteen blijven liggen.
Oekraïne kampt daarnaast met een oplopend financieringstekort, terwijl Europese geldschieters meer duidelijkheid verlangen over de omvang en besteding van de benodigde steun. De Oekraïense regering meldt een tekort van $ 27 miljard op de defensiebegroting, tegenover een eerdere raming van $ 7,5 miljard. Geld dat voor de laatste maanden van het jaar was bestemd is al uitgegeven. Als globale oorzaken worden hogere uitgaven aan drones, luchtverdediging, artillerie en militair personeel genoemd, naast vertraagde buitenlandse financiering en tegenvallende belastinginkomsten, maar gedetailleerde verklaringen voor de snelle stijging van het tekort ontbreken vooralsnog. Eind augustus jl. was niet voldaan aan de voorwaarden die samenhangen met $ 5,6 miljard aan Europese financiering; daarnaast worden vertraagde betalingen van ongeveer $ 4,3 miljard vanuit de EU en $ 1,66 miljard vanuit het IMF genoemd.
Ook de eigen inkomsten van Oekraïne blijven achter: over januari tot en met augustus had de algemene begroting van ongeveer $ 38 miljard een tekort ten opzichte van de raming dat snel oploopt. Minister van Financiën Sergej Martsjenko waarschuwt voor liquiditeitsproblemen, waardoor betalingen buiten de directe oorlogsinspanning moeten worden uitgesteld. Vanuit het parlement klinkt zelfs de waarschuwing dat bij aanhoudende vertragingen in oktober problemen kunnen ontstaan met de salarissen van leraren, artsen en, in het ongunstigste geval, militairen. Daarnaast is een conflict ontstaan tussen de Oekraïense procureur-generaal Roeslan Kravtsjenko en de leiding van de anticorruptie-instanties. Kravtsjenko heeft strafrechtelijke stappen gezet tegen de directeur van het nationale anticorruptie-bureau NABU en aangedrongen op het vertrek van zowel hem als het hoofd van de gespecialiseerde anticorruptie-instantie SAPO. Kravtsjenko heeft ook zijn eigen ontslag ingediend en het land inmiddels verlaten. Oud-defensieadviseur Sergii Sternenko spreekt van een vlucht, maar Kravtsjenko stelt dat hij op dienstreis is om internationale partners te informeren over vermeende ongecontroleerde machtsvorming binnen de anticorruptie-diensten.
De samenwerking binnen BRICS krijgt steeds duidelijker vorm als een manier van opkomende economieën om hun invloed op de internationale verhoudingen te vergroten, met behoud van hun eigen politieke koers. BRICS wil de handel tussen de aangesloten landen uitbreiden, hun energie- en voedselvoorziening versterken en ontwikkelingslanden meer invloed geven op internationale besluiten. Rond de top in New Delhi van september 2026 krijgen deze doelen vooral vorm in samenwerking op het gebied van olie, kernenergie, landbouw, industrie en betalingsverkeer. Het samenwerkingsverband is inmiddels uitgebreid met landen uit het Midden-Oosten, Afrika en Zuidoost-Azië, waardoor meer producenten van energie en grondstoffen en grote afzetmarkten aan tafel zitten. India legt als voorzitter de nadruk op betrouwbare bevoorrading, technologische ontwikkeling en investeringen die de economische groei ondersteunen.
De samenwerking tussen India en Rusland laat concreet zien wat al is bereikt en welke plannen nog moeten worden uitgevoerd. In augustus van dit jaar leverde Rusland ongeveer 2,1 miljoen vaten olie per dag aan India, goed voor ca. 45% van de Indiase olie-invoer. De relatie omvat ook wederzijdse investeringen. ONGC Videsh, de buitenlandse dochteronderneming van het Indiase staatsolie- en gasbedrijf ONGC, bezit een belang van 20% in het Russische olieproject Sakhalin-1, terwijl het grote Russische olie- en gasbedrijf Rosneft bijna de helft bezit van het Indiase raffinagebedrijf Nayara Energy. Bij een Indiase kerncentrale leveren twee met Russische hulp gebouwde reactoren elektriciteit en zijn vier andere in aanbouw. Deze samenwerking moet bijdragen aan het Indiase doel om in 2047 over honderd gigawatt aan kernenergievermogen te beschikken. Een tweede kerncentrale en kleinere modulaire reactoren worden intussen besproken. Ook bij voedselzekerheid zijn resultaten zichtbaar. Rusland verhoogde zijn kunstmestexport naar India in de eerste helft van 2026 met 20%. Verder rekenen India en Rusland inmiddels het grootste deel van hun onderlinge transacties af in nationale valuta, waardoor problemen bij internationale betalingen worden verminderd.
- Het artikel gaat hieronder verder -
Het cartoonboek bevat een bonte verzameling van de beste, scherpste, mooiste en meest treffende cartoons uit Gezond Verstand.
Maak kennis met de cartoonisten, die u meenemen in het creatieproces en stap voor stap laten zien hoe de cartoons tot stand komen.
Waar komen de ideeën en inspiratie vandaan?
Welke materialen gebruiken ze en wat vinden ze het mooiste en moeilijkste aan hun vak?
Normaal €42,50 voor abonnees €39,50
Voor andere BRICS-landen is dit een relevant voorbeeld van manieren om hun betalingsverkeer minder afhankelijk te maken van de dollar. Voor de Russisch-Indiase handel geldt een doel van $ 100 miljard in 2030. Daarbij blijft het grote Indiase handelstekort een aandachtspunt: Rusland zal meer Indiase producten moeten afnemen om de verhouding evenwichtiger te maken. Nieuwe industriële projecten zullen daarbij helpen. Er wordt onderhandeld over productie van Russische SJ-100-passagiersvliegtuigen in India, terwijl ook gezamenlijke productie van Su-57-gevechtsvliegtuigen op de agenda staat. In de ruimtevaart ondersteunt Rusland het Indiase bemande programma Gaganyaan met astronautentraining en ruimtepakken. Deze resultaten tonen aan welke concrete samenwerking uit de bijeenkomsten kan voortkomen.
Op BRICS-groepsniveau blijven hervorming van internationale instellingen, betere betaalmogelijkheden en samenwerking rond digitale infrastructuur, gezondheidszorg en duurzame energie belangrijke doelen. De uitvoering vraagt afzonderlijke afspraken, financiering en politieke overeenstemming. India probeert daarvoor ruimte te behouden door met Rusland en China samen te werken en tegelijkertijd zijn betrekkingen met de Verenigde Staten en Europa voort te zetten. Andere leden maken eveneens eigen keuzes. Het resultaat is een samenwerkingsverband waarin landen praktische overeenkomsten kunnen sluiten zonder op alle politieke onderwerpen dezelfde positie in te nemen.
Een praktisch obstakel voor verdere BRICS-samenwerking is dat betalingen in nationale valuta nog niet overal op elkaar aansluiten. Rusland kan bijvoorbeeld olie aan India verkopen en daarvoor roepies ontvangen, maar die vervolgens niet zonder meer gebruiken om Chinese producten te kopen. Daarom wordt gewerkt aan het verbinden van nationale betaalsystemen en het vereenvoudigen van onderlinge verrekeningen. De uitdaging is vooral om bedrijven een betrouwbaar en betaalbaar alternatief te bieden. Daarvoor zijn technische verbindingen nodig, maar ook afspraken over wisselkoersen, de beschikbaarheid van valuta en de verdeling van financiële risico’s.
De oorlog tussen de Verenigde Staten en Iran krijgt een steeds sterkere regionale dimensie, waarbij vooral de toegang tot belangrijke olie- en scheepvaartroutes onder druk staat. Terwijl Iran het verkeer door de Straat van Hormuz beperkt, hebben strijdkrachten van de met Iran verbonden Ansarallah-beweging (Houthi) de havenstad Al-Mokha en strategische eilanden bij de zeestraat Bab al-Mandab ingenomen. Daarmee vergroten zij hun mogelijkheden om de zuidelijke toegang tot de Rode Zee te beheersen en Saudische scheepvaart te bedreigen. Saudi-Arabië gebruikte zijn oost-westpijpleiding om olie buiten Hormuz om naar de Rode Zee te vervoeren. De Saudische positie wordt verder verzwakt door terugtrekkende bondgenoten en verdeeldheid tussen door Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten gesteunde milities. De nederlagen hebben binnen het Saudische kamp geleid tot wederzijdse verwijten over gebrekkige voorbereiding, uitblijvende luchtsteun en verdeeldheid onder de betrokken partijen. Militaire bronnen stellen dat de verdediging in Jemen herhaaldelijk om Saudische luchtaanvallen vroeg en van het Amerikaanse militaire commando CENTCOM te horen kreeg dat ondersteuning onderweg was, maar dat deze op beslissende momenten uitbleef. Daarnaast hebben sommige bataljons slechts een vijfde van hun geregistreerde personeelssterkte daadwerkelijk beschikbaar gehad, doordat hun loonlijsten grote aantallen fictieve militairen bevatten. De combinatie van personeelsgebrek, interne verdeeldheid en vertraagde besluitvorming heeft de snelle doorbraak bevorderd. President Trump heeft een verzoek van kroonprins Mohammed bin Salman voor Amerikaanse aanvallen op Ansarallah afgewezen.
De Amerikaanse regering legt de nadruk op bescherming van de vrije scheepvaart en verwacht dat regionale partners de militaire leiding nemen, tegelijkertijd zijn ruim honderd Amerikaanse militairen naar Saudi-Arabië gestuurd voor ondersteuning met inlichtingen en doelinformatie. Ansarallah kondigt aan de door Saudi-Arabië geleide coalitie volledig uit Jemen te willen verdrijven. De veroveringen versterken daarmee niet alleen de positie van de beweging binnen Jemen, maar vergroten ook haar invloed op de toegang tot de Rode Zee. Het wereldwijde dieseltekort en de sterk stijgende brandstofprijzen vergroten de economische gevolgen van de oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten. In de Verenigde Staten steeg de gemiddelde dieselprijs tot ongeveer $ 1,59 per liter, dit is ca. 60% meer dan een jaar eerder. Het dieseltekort raakt niet alleen automobilisten en transportbedrijven: ook landbouwmachines, vrachtwagens en goederentreinen zijn afhankelijk van deze brandstof.
Canada wil onder premier Mark Carney zijn economische en militaire verbindingen met Europa uitbreiden en alternatieven ontwikkelen naast zijn betrekkingen met de Verenigde Staten. Steun aan Oekraïne wordt daarbij verbonden met de opbouw van een eigen defensie-industrie en toegang tot Europese samenwerkingsprogramma’s. Op 10 september jl. ondertekenden Carney en Zelenski in de stad Calgary een verklaring voor een honderdjarig partnerschap, waarvan het concrete raamwerk echter nog moet worden uitgewerkt. Daarnaast maakten beide landen afspraken over defensie, veiligheid en kritieke grondstoffen. Een belangrijk onderdeel is gezamenlijke droneontwikkeling: Canada wil binnen twee jaar de capaciteit opbouwen om miljoenen drones te produceren, waarbij Oekraïense bedrijven hun technische kennis en oorlogservaring inbrengen en Canadese ondernemingen bijdragen met productiecapaciteit en kunstmatige intelligentie. Het is slechts een aangekondigde ambitie; de bijbehorende productie moet nog worden gerealiseerd. De uitvoerbaarheid van de Canadese plannen is erg twijfelachtig. Carney zegt dat de Canadese strijdkrachten op dit moment slechts tweeduizend drones hebben. Canada kan niet snel een grote droneproducent worden, zeker niet zonder Amerikaanse steun. Carney spreekt grote militaire ambities uit zonder industriële basis.
Canada ondersteunt ook Project Freya, een Europees-Oekraïens initiatief voor de ontwikkeling van onderscheppingswapens die goedkoper en in grotere aantallen beschikbaar zouden moeten komen om Russische ballistische raketten te bestrijden. Daarmee verschuift de samenwerking van afzonderlijke leveringen naar het gezamenlijk ontwikkelen en produceren van militair materieel. De toenadering tot Europa sluit hierop aan. Canada neemt als eerste niet-Europese land deel aan SAFE, het Europese programma van € 150 miljard voor defensiefinanciering en gezamenlijke aankopen. Ook is Canada aangewezen als vestigingsland voor een nieuwe bank die defensie- en veiligheidsprojecten van NAVO-landen en partners moet financieren. Daarnaast zijn er verkennende plannen voor een bredere Canadese samenwerking met de EU, waaronder onderzeese datakabels, gezamenlijke datacenters, cloudopslag en satellietverbindingen die de afhankelijkheid van Amerikaanse technologiebedrijven kunnen verminderen. Ook worden energieverbindingen genoemd waarmee Canada meer gas aan Europese afnemers zou leveren.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via