Bert Timmermans
Gezond Verstand heeft vanaf haar eerste nummer, eind september 2020, geregeld geschreven over de grootste misdaad tegen de mensheid, die is gepleegd met de verzonnen Covid-19-pandemie. Onze berichtgeving ging lijnrecht in tegen de voorgeschreven werkelijkheid: de veronderstelde uitbraak van een uiterst dodelijke virusziekte, afkomstig van een markt in het Chinese Wuhan. De Covid-19-‘pandemie’ zou zonder de WHO, die door Bill Gates als het ware was gekocht, niet hebben bestaan. Covid-19 was geen gruwelijke ziekte, maar een normale seizoensgebonden luchtwegaandoening – weliswaar met verhoogde intensiteit door gain-of-functiontechnologie, ontwikkeld in biologische-oorlogsvoering laboratoria. Dat laatste blijkt uit talrijke onderzoeksresultaten die nu in overvloed verschijnen en uit de vele schokkende getuigenissen in enquêtes en onderzoeken wereldwijd van slachtoffers van dit beleid, vooral over de levensgevaarlijke en frauduleus als een vaccin gepresenteerde Covid-19-injecties.
Dit laatste heeft algemene twijfel aan de veiligheid en het nut van vaccins doen ontstaan. Die twijfel is aanzienlijk toegenomen en bij velen in afwijzing veranderd, vanwege studies aangaande de schadelijke bijwerkingen van de vaccincocktails die kinderen toegediend krijgen. Onder meer is niet-erfelijk autisme teruggeleid tot deze cocktails. Wetenschappelijk serieuze vergelijkingen tussen al dan niet gevaccineerde kinderen tonen eveneens aan dat de niet-gevaccineerden na hun opgroeien op een betere gezondheid kunnen rekenen. Ook daarover heeft Gezond Verstand op deze bladzijden van Medische Werkelijkheid veelvuldig verslag uitgebracht.
Het moge duidelijk zijn dat vaccin-twijfel en vaccin-afwijzing voor het eerst een kolossale bedreiging vormen voor de financiële toekomst van de grote farmaceuten. Vandaar dat paragraaf 57 van de VN-Pandemieverklaring expliciet overheden oproept om vaccinatietwijfel te bestrijden, samen met andere gezondheidsgerelateerde ‘misinformatie’ en ‘desinformatie’. De verklaring zegt dat er sprake is van desinformatie wanneer de veiligheid, effectiviteit, noodzaak of langetermijngevolgen van een ‘vaccin’ in twijfel worden getrokken. De verklaring gaat nog verder door dit expliciet ‘infodemiebeheer’ te noemen. Infodemie is een door de WHO bedachte term om anti-vaccin-activisme en twijfel aan het gezag van de WHO ook als een pandemie te zien. Met andere woorden: alles wat de farmamacht tegenwerkt, is een aandoening die ons denken in de weg zit.
De VN miskent dus dat twijfel een essentieel onderdeel vormt van wetenschappelijk onderzoek en weloverwogen medische besluitvorming. Regelgevende beslissingen mogen ook niet worden aangevochten, tegenstrijdige bevindingen niet gepubliceerd en volksgezondheidsbeleid niet ter discussie gesteld. De verklaring laat zien dat de intenties die erachter zitten gericht zijn op wetenschappelijke censuur, lockdowns, verplichte inentingen en dus op een medische dictatuur.
De VN-verklaring staat bol van voorspelbare clichés van de WHO-ambtenarij. Het vraagt om sterkere nationale, regionale en internationale samenwerking en roept op tot meer investeringen in ‘veerkrachtige’ gezondheidssystemen, vroegtijdige waarschuwingssystemen, ziektebewaking, laboratoriumcapaciteit, routinevaccinaties en eerstelijnszorg.
Er moet meer lokale en regionale capaciteit komen om gezondheidsproducten te onderzoeken, te ontwikkelen en te produceren. Het doel is dat betaalbare vaccins, behandelingen en diagnostiek binnen de eerste honderd dagen van een pandemische ‘dreiging’ volledig beschikbaar zullen zijn.
Landen blijven primair verantwoordelijk voor de gezondheid van hun bevolking, maar effectieve preventie en respons zouden vragen om internationale samenwerking. De VN-lidstaten worden geacht om in 2028 over de voortgang aan de Algemene Vergadering te rapporteren.
Het zwaartepunt in de verklaring betreft het thema ‘beschikbaarheid van ‘vaccins’ binnen de eerste honderd dagen van een pandemie’. Die eis heeft veel weg van Operation Warp Speed, een Amerikaans overheidsprogramma dat in mei 2020 werd gelanceerd om via samenwerking tussen overheid en de farmaceutische industrie zo snel mogelijk vaccins, medicijnen en tests tegen Covid-19 te kunnen ontwikkelen en verspreiden.
Wat de verklaring wel degelijk gevaarlijk maakt, is het verband met de Internationale Gezondheidsregels (IHR) van de WHO. De IHR vormen namelijk bindende wettelijke eisen tijdens een noodsituatie van internationaal belang voor de volksgezondheid. Die Internationale Gezondheidsregels vormen sinds 2005 een juridisch bindend kader, dat grensoverschrijdende gezondheidsdreigingen regelt. Op basis hiervan krijgt de WHO meer macht, vooral onder invloed van de farmaceutische industrie. Door de relatie met de IHR krijgt de pandemieverklaring van de VN dus een niet te veronachtzamen uiterst dubieuze betekenis.
Na de ‘coronapandemie’ begon de WHO in 2022 een proces om de IHR te herzien. Op 1 juni 2024 keurde de Wereldgezondheidsvergadering een pakket amendementen goed. Deze introduceren een ‘pandemische noodsituatie’ als nieuwe alarmfase, verplichten landen om nationale IHR-autoriteiten op te richten en geven de WHO meer bevoegdheden om richtlijnen uit te vaardigen, zoals over digitale gezondheidsdocumenten en een rechtvaardige verdeling van ‘vaccins’ en andere medische producten. Vage formuleringen bieden de WHO alle ruimte om verregaande aanbevelingen op te leggen, die in de praktijk als bindend kunnen worden opgevat.
De nadruk op snelle toegang tot ‘vaccins’ en andere farmaceutische producten verraadt het feit dat de WHO nog altijd het instrument is van de private belangen van Bill Gates, samen met de farmaceutische industrie. Samenwerkingen zoals die met de Coalition for Epidemic Preparedness Innovations (CEPI) en COVAX – beide scheppingen van Gates – spelen hierin ook een dubieuze rol. Het is belangrijk om te beseffen dat een noodzakelijk en robuust mechanisme om de WHO ter verantwoording te roepen totaal ontbreekt.
De regels van de IHR zijn juridisch bindend, maar de WHO heeft geen directe handhavingsmacht. Landen behouden formeel de vrijheid om aanbevelingen naast zich neer te leggen, al kan de politieke en economische druk om te volgen groot zijn.
Nederland is volgzaam, zoals valt af te leiden uit de maatregelen die de Nederlandse overheid heeft vastgelegd in de Wet Publieke Gezondheid (WPG). Het gaat om relevante wijzigingen, de zogenaamde ‘gereedschapskist’, gericht op een versterkte pandemische paraatheid, oftewel een verzameling wettelijke maatregelen en bevoegdheden waaruit bestuurders kunnen putten als de nood aan de man komt.
Individuele maatregelen vormen de bestaande basis van de WPG. Dat zijn maatregelen gericht op één persoon, zoals onderzoek, melding, voorlichting, quarantaine, isolatie en andere vormen van afzondering. De GGD voert deze uit en de burgemeester en de minister hebben daarbij eigen bevoegdheden.
Collectieve maatregelen brengen een nieuwe dimensie aan de inhoud van de ‘gereedschapskist’. Hiermee levert de WPG een wettelijk kader tegen een pandemie, of een directe dreiging daarvan. De ‘gereedschapskist’ vaardigt maatregelen uit voor de hele bevolking, of voor grote groepen, zoals het beperken of sluiten van openbare plaatsen en de opstelling van door de overheid gewenste gedragsregels.
De collectieve maatregelen zijn pas bruikbaar nadat de pandemische dreiging van een ziekte is vastgesteld. De Tweede Kamer heeft een blokkeringsrecht, waarmee zij zeggenschap houdt over de collectieve maatregelen. Bij zware potentieel dystopische maatregelen hoort ook een vervaltermijn van acht weken, waarbij de maatregel niet in werking kan treden als de Tweede of Eerste Kamer daar niet mee instemt. Daarnaast bestaat er een noodbevoegdheid voor situaties waarin de lijst met specifieke maatregelen tekortschiet.
De herziene IHR en de Nederlandse ‘gereedschapskist’ zijn allebei ontstaan in de nasleep van de ‘coronacrisis’. De WPG voor het nationale instrumentarium, de IHR voor de internationale afstemming. Een uitroeping door de directeur-generaal van de WHO zet de WPG-maatregelen niet vanzelf aan. In Nederland blijft een eigen nationale aanwijzing nodig. Dat zou een veilig gevoel kunnen geven, maar de volgzaamheid van regering en parlement inzake internationale verdragen maakt dat in de praktijk sprake is van een bijna naadloos aaneengesloten ketenbesluitvorming. De pandemieverklaring van de VN is voor de Nederlandse houding inzake pandemische paraatheid ook nog eens een flinke aanmoedigingsprijs. Dat maakt de kans groot dat Nederland na uitroeping van een pandemie door de WHO, onverkort zal kunnen besluiten om de WPG-gereedschapskist in te zetten.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via