Bert Timmermans
Een bedenkelijk voorbeeld is chemotherapie, een vaak toegepaste behandeling tegen kanker. Chemotherapeutica zijn erop gericht om tumoren te vernietigen. Dat lukt echter niet voor de volle 100%. Klinische studies tonen aan dat ‘slapende’ tumorcellen in het lichaam niet allemaal door chemotherapie kunnen worden verwijderd. Soms leidt dit tot terugkeer van tumoren. Daarnaast veroorzaakt chemotherapie ook ernstige bijwerkingen.
Maar daar blijft het niet bij. Een studie in Cancer Cell onthulde dat chemotherapeutica als Doxorubicine en Cisplatine niet volledig gedode ‘slapende’ kankercellen kunnen reactiveren, met uitzaaiingen tot gevolg. Op die manier raakt de patiënt met zijn behandeling van de regen in de drup.
Behandelingen tegen kanker beogen genezend, levensverlengend, of bij de palliatieve zorg tenminste pijn-reducerend te zijn. Chemotherapie staat bekend als een veel gebruikte agressieve vorm van behandelen. Om chemotherapie te willen, is het logisch dat er effect van verwacht mag worden. Chemotherapie maakt die verwachting niet waar. Hoogleraar oncologie Casper van Eijck stelt dat de hele zware chemotherapie maar voor 20 tot 30 procent van de mensen werkt. En dat betekent dat 70 tot 80 procent alleen maar doodziek wordt, zonder het gewenste effect. Een andere studie in Cancer Cell onthult ook nog dat chemotherapie slapende kankercellen kan reactiveren, met uitzaaiingen tot gevolg, met name in de longen. Chemotherapie geeft dus niet alleen ernstige bijwerkingen, het blijkt zelf ook kankerverwekkend te zijn.
Deze constatering laat zien dat het eindelijk tijd is om kankerbehandelingen te onderzoeken die niet het hele lichaam schaden en slapende kankercellen niet opnieuw tot leven kunnen wekken.
De aanzetten zijn er, want er worden steeds meer middelen in beeld gebracht die wat bestrijding van kanker betreft veelbelovend zijn. En toch gebeurt er op dit terrein nauwelijks iets aan serieus klinisch onderzoek. Dat komt omdat iedere serieuze poging stuit op weerstand bij de farmaceutische industrie. Deze sector waakt tegen middelen die effectief en goedkoop zijn en dus een grote bedreiging vormen voor hun gigantische inkomstenstromen.
Een voorbeeld is Ivermectine. De zojuist gepubliceerde studie Een overzicht van het gebruik van Ivermectine bij kankerpatiënten: Is het tijd om de Ivermectine te hergebruiken in kankerbehandelingen? omvat een systematisch review om te bezien of Ivermectine kan worden gebruikt als antikankermiddel. Op basis van deze review lijkt het veilig te zijn en worden positieve resultaten gemeld, zelfs bij mensen die actieve chemotherapie ondergaan. Dit gegeven ondersteunt de kandidatuur van Ivermectine voor een grootschalig klinisch onderzoek. Maar dat komt er niet. De medische gemeenschap, die – zoals de ervaring heeft geleerd – zonder inbreng van de macht van de farmaceutische industrie geen eigen beslissingen neemt, blijft verdeeld over de kwestie. Sommige experts blijven sceptisch, terwijl anderen Ivermectine zien als een veelbelovend geneesmiddel in de oncologie.
Naast Ivermectine kennen we Fenbendazol, een medicijn dat wordt gebruikt als antiparasiticum voor dieren. Verschillende recente onderzoeken hebben laten doorschemeren dat Fenbendazol tumor-bestrijdende eigenschappen heeft. Het medicijn is inmiddels met succes gebruikt voor de behandeling van verschillende vormen van kanker, waaronder alvleesklier-, prostaat-, long-, darm- en colorectale kanker, melanoom, lymfoom en glioblastoom.
Wanneer het samen met bepaalde vitaminesupplementen wordt ingenomen, vertoont Fenbendazol zelfs krachtige anti-tumoreigenschappen. Het werkt ook goed als aanvullende therapie bij chemotherapie en bestraling.
Desondanks worden er geen verdere stappen ondernomen om te onderzoeken hoe Fenbendazol in de klinische praktijk zou kunnen worden toegepast. Immers, het octrooi is verlopen en er kan geen winst mee worden behaald.
Een andere veelbelovende maar vaak over het hoofd geziene benadering in de westerse geneeskunde is het gebruik van paddenstoelen tegen kanker. Die belofte wordt ondersteund door biologische mechanismen en epidemiologisch c.q. opkomend klinisch bewijs.
Ba et al. voerden een systematische review en meta-analyse uit van studies die de relatie tussen paddenstoelenconsumptie en kankerrisico onderzochten, en vonden een significant omgekeerd verband en algemene vermindering van kankerrisico tot wel 34%. De sterkste associatie werd gevonden voor borstkanker, met een 35% lager risico in de groep met de hoogste paddenstoelenconsumptie.
Waar niemand echt serieus aan schijnt te denken is dat paardenbloemextract ook kanker kan vernietigen terwijl gezonde cellen volledig ongemoeid worden gelaten. Zo zijn inmiddels tientallen peer-reviewed studies gepubliceerd die vergelijkbare resultaten lieten zien bij melanoom, dikkedarm-, alvleesklier-, prostaat- en borstkanker.
Het extract werkt via meerdere mechanismen tegelijk, waardoor van een massale aanval op tumorcellen kan worden gesproken. Daarom is het voor kankercellen bijzonder moeilijk om er weerstand tegen op te bouwen. Vergelijk dat met chemotherapie, die doorgaans maar één enkel type aanval pleegt, waardoor de effectiviteit beperkt blijft en resistentie wordt uitgelokt (weerstand van kankercellen tegen het chemotherapeuticum).
Toch staat een grootschalig klinische studie bij mensen nog altijd niet op de agenda. Een extract zonder patent, van een plant die in iedere tuin groeit, levert de farmaceutische industrie natuurlijk ook niets op. Een paardenbloem kan niet worden gepatenteerd. Dus is grootschalig onderzoek financieel onaantrekkelijk voor de partijen die normaal gesproken de kar trekken. Intussen blijven patiënten met uitbehandelde kanker in het duister tasten over de vraag hoe verder, zonder toegang te kunnen krijgen tot een behandeling die bij onderzoek al jaren indruk maakt.
Medisch oncoloog Prasanth Reddy stelt dat dit soort nog weinig onderzochte alternatieven eerder in het behandeltraject moeten worden overwogen, en niet pas als een patiënt al alles heeft geprobeerd. Dat is precies wat het systeem verhindert: zolang er geen dure, gepatenteerde studie achter staat, wordt een veelbelovende behandeling structureel buitenspel gezet.
Dat geldt ook voor behandeling van kanker met vitamine C. Dit werd aanvankelijk weggezet als niet werkzaam. Dat concludeerde de Mayo Clinic in de jaren tachtig in twee grote studies. De reguliere geneeskunde nam die conclusie gretig over, en vitamine C werd weggezet als kwakzalverij. Wat aan dit onderzoek niet klopte, was dat de Mayo Clinic-studies uitsluitend gebruikmaakten van orale toediening. Studies van Cameron en Pauling zagen positieve effecten door de combinatie van intraveneuze én orale toediening. Onderzoekers identificeerden inmiddels minstens vier verschillende lijnen waarlangs vitamine C kanker kan aanpakken. Volgens epidemioloog Nicolas Hulscher onderbouwen meer dan honderd studies deze werkingsmechanismen.
Onderzoekers verbonden aan de McGill University benadrukken dat positieve gevallen tot nu toe geen definitief bewijs vormen dat vitamine C genezing veroorzaakt. Maar ze verhogen de klinische en biologische geloofwaardigheid van de behandeling aanzienlijk. Zij pleiten expliciet voor verder onderzoek.
Ivermectine, Fenbendazol, paardenbloemextract en vitamine C zijn niet de enige alternatieven die worden gebruikt naast – of in plaats van – conventionele kankertherapie. Er bestaat een snelgroeiend arsenaal aan ernstig onderschatte kankergenezende stoffen, waaronder voedingssupplementen, vitamine D, kurkuma, groene thee-extracten, of kruidenextracten zoals gember, Artemisia, Essiac-thee, cannabis/CBD of mistletoe. Het is allemaal aan Big Pharma en de reguliere geneeskunde niet besteed. Organisaties die hierin iets zouden kunnen betekenen, of over fondsen kunnen beschikken, zoals KWF Kankerbestrijding, vinden dat het gebruik van alternatief werkende geneesmiddelen grote gezondheidsrisico’s met zich mee kunnen brengen en de kans verkleint op terugdringen van de ziekte of langdurige ziektevrije overleving. Hetgeen voorbijgaat aan bijvoorbeeld de beperkte werkzaamheid, de zeer schadelijke bijwerkingen en het inmiddels ontdekte kankerverwekkende effect van chemotherapie. En dat maakt medicijnen als deze minstens zo dubieus als het geringschattende oordeel over de alternatieve therapieën.
Patiënten met gevorderde kanker, die geen chemotherapie willen of er niet meer op reageren, hebben recht op voldoende bewijs om te kunnen worden behandeld met effectieve en veilige middelen buiten de reguliere om. Helaas is het voor hen wachten op studies die niemand wil financieren.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via