Skip to main content Scroll Top

In een muizenval is de kaas gratis

137 In een muizenval is de kaas gratis
In een muizenval is de kaas gratis

Diana Saaman

Een meerderheid van de boeren is aangesloten bij de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO), een organisatie die zich presenteert als belangenbehartiger van boeren. Echter, deze organisatie helpt openlijk en actief de beleidmakers om stikstofreductie en mestbeperkingen vorm te geven en uit te werken. Maatregelen die ingrijpen in het voortbestaan van boerenbedrijven. Zo was de LTO direct betrokken bij een passage in het huidige regeerakkoord waarin is opgenomen dat boeren die te weinig stikstof reduceren, gekort kunnen worden op hun productierechten. Dat is de zwaarst denkbare sanctie, die je een boer kunt opleggen. Onlangs, bij een initiatief voor een moratorium op het stikstofbeleid, koos de LTO ervoor dit niet te ondersteunen. Zij besloot dit zonder het eerst aan haar leden voor te leggen. Daarmee zou de invulling van belangenbehartiging feitelijk en zichtbaar onder druk moeten komen te staan.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Word nu abonnee van Gezond Verstand Magazine

Kies uit een jaar– of kwartaalabonnement en ontvang de meest kritische en onafhankelijke kijk op actuele onderwerpen.
Wil je liever digitaal lezen? Voor slechts €60 per jaar heb je al een digitaal abonnement.
Je krijgt na je bestelling direct toegang tot alle uitgaven op de website.

Niets is minder waar. Dit is geen losse observatie, maar een patroon dat zich telkens opnieuw aftekent. Vanuit de boeren komt er veel kritiek op de LTO, omdat de organisatie de ingrijpende stikstof- en mestmaatregelen steunt. Toch leidt dit niet tot leegloop van de organisatie; nog altijd blijft een meerderheid van de boeren lid van de LTO. Die combinatie van scherpe kritiek hebben en toch verbonden blijven, zegt iets over hoe mensen zich verhouden tot systemen. De vraag dringt zich op wat belangenbehartiging nog voorstelt. In de praktijk betekent het dat kritiek zelden gepaard gaat met een breuk. Boeren blijven lid, nemen deel aan overheidsprojecten en bewegen zich binnen de regels die ze ter discussie stellen. Dat is niet per se tegenstrijdig gedrag, maar eerder een uitkomst van de positie waarin zij zich bevinden.

Landbouwbedrijven zijn verweven met beleid, door het ontvangen van subsidies, projectgelden en inkomenssteun uit Brussel. Wie zich daarvan losmaakt en het lidmaatschap van de LTO opzegt, meent direct risico te lopen. Daarmee wordt blijven een rationele keuze, ook als het inhoudelijk allang niet meer klopt. Op het erf wordt kritiek geuit op het beleid en de LTO, maar onder die gesprekken ligt een andere realiteit. De vraag verschuift in het boerenbrein van ‘wat vind ik?’ naar ‘wat kan ik mij veroorloven?’ Dat maakt het speelveld dubbel: er is kritiek op de richting van het beleid en de belangenclubs, maar dat systeem beloont deelname royaal en biedt daardoor toch stabiliteit.

Het samenspel tussen de overheid en de LTO heeft meerdere gevolgen. Neem nu stikstof, dat door de overheid als ernstig probleem wordt neergezet. De LTO heeft deze taal overgenomen en stikstof komt via hen als een probleem de sector in. Het stikstofbeleid wordt toegelicht, herhaald en vertaald naar concrete maatregelen. Daar zit de omslag. De discussie gaat niet meer over de vraag of het probleem klopt, maar over wat de boer ermee moet. De LTO haalt dan in Den Haag de scherpe randjes van de maatregelen af en boekt daar in de ogen van de boeren toch een beetje resultaat mee. Dat versterkt het gevoel dat er iets wordt afgezwakt, terwijl het onderliggende probleem niet meer ter discussie wordt gesteld. Waarom boeren daarin meegaan, is duidelijk; de boodschap komt van hun eigen belangenorganisatie. Dezelfde lijn keert terug in overleggen, communicatie en gesprekken onderling. Tegelijkertijd dwingt de praktijk tot handelen. Investeringen lopen door en vergunningen zijn nodig. In zo’n situatie is reageren onvermijdelijk en raakt het bevragen van de basis op de achtergrond. Wat via de LTO wordt herhaald en uitgewerkt, gaat functioneren als uitgangspunt, als waarheid. De meerderheid van de boeren denkt inmiddels dat stikstof werkelijk een probleem is.

Belangenbehartiger LTO heeft haar eigen logica. Wie invloed wil houden aan tafel, moet opereren binnen de agenda die er ligt. Het bevragen van die agenda levert minder op dan het vormgeven van de uitwerking. Daarmee verschuift de rol van het niet ter discussie stellen van het probleem naar het begeleiden van de oplossing.

Een vergelijkbare dynamiek is breder merkbaar in de samenleving. Zekerheden rond werk, inkomen en sociale voorzieningen maken dat mensen minder snel buiten de bestaande structuren treden, zelfs wanneer ze die bekritiseren. Hier tekent zich een paradox af. Organisaties die voortkomen uit onvrede met een systeem, raken er op termijn onvermijdelijk mee verweven. In de negentiende eeuw organiseerden arbeiders zich buiten de bestaande orde in vakbonden en politieke bewegingen die niet langer afhankelijk waren van de gevestigde machtsstructuren. Iets vergelijkbaars gold ook voor boerenorganisaties. Zij ontstonden als collectieven om een positie te creëren tegenover markt en overheid. Maar waar die beweging begon als tegenmacht, is zij in de loop der tijd onderdeel geworden van het systeem zelf. Organisaties als LTO Nederland of de FNV opereren inmiddels midden in het beleidsproces. Ze zijn gesprekspartner van zowel de overheid als van de belanghebbenden-keten en daarmee medeverantwoordelijk voor de uitkomsten van het beleid.

137 In een muizenval is de kaas gratis

Daarmee is de rol van belangenbehartiger veranderd van tegenover de macht naar speler binnen dezelfde macht. Door die verschuiving ontstaat afstand tot de achterban en daarmee ruimte voor kritiek en nieuwe initiatieven van die achterban. Toch is er geen sprake van een duidelijke breuk. Boeren blijven aangesloten, ook wanneer ze zich niet vertegenwoordigd voelen. In de landbouw is er wel een dynamiek waarbij nieuwe belangenclubs en initiatieven ontstaan wanneer de spanning oploopt. Ze trekken boeren aan die zich niet gehoord voelen en formuleren scherper wat er speelt. Maar invloed vraagt aansluiting. Wie wil meepraten, moet aan tafel zitten. En wie aan tafel zit, beweegt mee met de regels van dat spel. In die zin zijn alternatieve boerenclubs geen eindpunt, maar een fase. Een tijdelijke route, een geitenpaadje, dat ontstaat wanneer de hoofdweg niet meer voldoet. Maar na verloop van tijd wordt ook dat pad onderdeel van het landschap. Daarmee wordt ook duidelijk waarom het systeem zelf stabiel blijft. Het kan kritiek opnemen, zonder daardoor wezenlijk te veranderen. Onvrede krijgt alleen een plek. Zolang een meerderheid aangehaakt blijft, blijft de basis van het systeem intact.

Die stabiliteit zit hem niet alleen in regels en geldstromen, maar ook in de rol die de organisaties zelf vervullen. Voor veel boeren is lidmaatschap van een belangenorganisatie niet alleen een kwestie van vertegenwoordiging, maar ook van toegang, informatie en verbondenheid met de sector. Tegelijkertijd leeft het idee dat invloed alleen van binnenuit kan worden uitgeoefend. Kritiek leidt dan niet tot vertrek, maar tot blijven, in de hoop dat het binnen de organisatie alsnog verschuift. Daarbij speelt ook mee dat alternatieven vaak versnipperd zijn, of snel onderdeel worden van hetzelfde speelveld. Daarmee ontstaat een situatie waarin onvrede niet leidt tot massale afstand, maar tot een vorm van blijven zonder volledige overtuiging. De stap om los te komen is groter dan het vertrouwen dat het buiten het systeem beter wordt.

Een deel van die stabiliteit zit hem ook in de verwevenheid van de rollen binnen de landbouwsector zelf. Bestuurders van belangenorganisaties zijn vrijwel allemaal zelf boer. Sectorpartijen en agribusiness bewegen zich binnen hetzelfde netwerk. Rollen wisselen en posities verschuiven in het old boys network, maar het speelveld blijft hetzelfde. Wie namens de boeren spreekt, opereert tegelijk binnen een netwerk van partijen die direct betrokken zijn bij beleid, markt en uitvoering. Daarmee wordt het moeilijker om scherp en objectief tegenover dat systeem te gaan staan.

De metafoor van de muizenval maakt het fenomeen zichtbaar. Een muizenval werkt niet door dwang, maar door verleiding. Er ligt een stuk kaas. Gratis, aantrekkelijk en ogenschijnlijk zonder consequenties. Maar het ligt binnen een constructie die bepaalt wat er gebeurt zodra je het pakt. Voor boeren kan die kaas bestaan uit subsidies, vermeende invloed via belangenorganisaties, betaalde deelname aan projecten, of simpelweg de zekerheid van onderdeel zijn van een groter geheel. Het zijn reële voordelen, maar ze verbinden de boer ook aan het systeem waar hij kritiek op heeft en het beleid dat daadwerkelijk zijn bedrijfsvoering in toenemende mate beknot, of zelfs onmogelijk gaat maken. Zolang de voordelen op de korte termijn opwegen tegen de nadelen op de korte termijn, blijft het huidige beleid met hulp van belangenbehartiger LTO in stand. Kritiek van de boeren vertaalt zich nog niet in ander gedrag.

De vraag is wanneer de muizenval zwaarder gaat wegen dan de gratis kaas.

– einde artikel –

Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand

Volg ons op social media

Kijk en beluister Gezond Verstand via

X


Dit artikel is alleen voor abonnees
Login als abonnee of abonneer je om onbeperkt alle artikelen te lezen.
Word nu abonnee van Gezond Verstand Magazine

Kies uit een jaar– of kwartaalabonnement en ontvang de meest kritische en onafhankelijke kijk op actuele onderwerpen.
Wil je liever digitaal lezen? Voor slechts €60 per jaar heb je al een digitaal abonnement.
Je krijgt na je bestelling direct toegang tot alle uitgaven op de website.

Gerelateerde berichten

Loading...
Privacybeleid
Wanneer u onze website bezoekt, dan kan deze informatie via je browser opslaan voor specifieke services, meestal in de vorm van cookies. Hieronder kunt je je privacyvoorkeuren wijzigen. Houd er rekening mee dat het blokkeren van cookies van invloed kan zijn op je ervaring op onze website en de diensten die we aanbieden.