Eric Lopes Cardozo
Nederlandse en Amerikaanse onderzoeken naar de effecten van massale immigratie laten een opvallend vergelijkbaar beeld zien. In tal van studies worden positieve effecten benadrukt. Negatieve bevindingen worden in het publieke debat echter nauwelijks besproken. Media en politiek benadrukken vooral het ‘Diversity is Strength’-narratief met als achterliggende aanname dat massa-immigratie leidt tot meer diversiteit, waarbij wordt verondersteld dat diversiteit een positief effect heeft op de maatschappij. Onderzoeken laten echter ook al jaren negatieve effecten zien ten aanzien van sociale cohesie, arbeidsmarkt en overheidsfinanciën.
Studies over de impact van massa-immigratie zijn verre van nieuw. Al in 2007 publiceerde Harvard-politicoloog Robert Putnam een onderzoek waarin hij data had geanalyseerd van circa 30.000 Amerikanen in 41 gemeenschappen. Dit onderzoek liet zien dat een hogere, met name door immigratie veroorzaakte, etnische diversiteit op korte termijn ten koste gaat van sociale cohesie. Dit blijkt onder meer uit een daling in vertrouwen, zowel onderling als in de eigen groep. Andere gevolgen zijn: minder animo voor vrijwilligerswerk, minder sociale contacten en een afname van gemeenschapszin. Putnam constateerde verder dat bewoners zich, ongeacht ras of etnische groep, terugtrekken. De publicatie werd overigens enkele jaren uitgesteld vanwege de gevoeligheid van de bevindingen.
Econoom George Borjas, eveneens van Harvard, onderzocht vanaf 1980 de effecten van migratie op de arbeidsmarkt. Zijn analyses tonen aan dat immigratie van laagopgeleiden ten koste gaat van de lonen en baankansen van laagopgeleide Amerikanen. Het werkt volgens Borjas concurrentie op de arbeidsmarkt in de hand die tot lagere lonen leidt in sectoren met veel immigranten. Hoogopgeleiden en werkgevers profiteren daarentegen juist van de lagere arbeidskosten. Borjas benadrukt dat het totale bbp kan stijgen, maar dat de verdeling van de effecten ongelijk is. De eigen laagopgeleide bevolking is daarbij veelal de grote verliezer.
Aangaande de negatieve effecten van massa-immigratie bracht in juni vorig jaar Jason Richwine van het Center for Immigration Studies (CIS) een metastudie uit op basis van 72 recente Amerikaanse studies. De geconstateerde effecten zijn onder meer verdringing op de arbeidsmarkt, hogere huisvestingskosten, tragere assimilatie over generaties, en hogere overheidsuitgaven voor laagopgeleide immigranten via onderwijs, zorg en sociale voorzieningen. Onderzoek van het Amerikaanse National Academies of Sciences, Engineering, and Medicine (NASEM) uit 2017 laat eveneens een netto negatieve fiscale bijdrage zien van laagopgeleide immigranten op zowel lokaal als staatsniveau.
In Nederland uitgevoerde onderzoeken laten vergelijkbare resultaten zien. De Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 (2024) schetste scenario’s tot 2050 die wijzen op risico’s van hoge migratie voor ruimte, economie en publieke voorzieningen, druk op solidariteit en mogelijke toename van ongelijkheid. Scenario’s met een sterke bevolkingsgroei leiden tot extra vraag naar woningen, zorg en onderwijs. De commissie pleitte dan ook voor een gematigde groei naar 19-20 miljoen inwoners in plaats van een hoge groei tot 23 miljoen. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) rapporteert in diverse publicaties over ‘integratie-uitdagingen’, taalachterstanden bij bepaalde groepen en verschillen in deelname op de arbeidsmarkt. Daarnaast beschrijft de commissie hoe migratie bijdraagt aan vergrijzing en diversiteit, maar ook aan duidelijke fricties in sociale cohesie.
De Rapportage Integratie en Samenleven 2024 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) brengt blijvende verschillen in kaart tussen groepen qua herkomst op terreinen als onderwijs, inkomen, criminaliteit en participatie. Niet-westerse herkomstgroepen laten gemiddeld een lagere arbeidsdeelname, hogere uitkeringsafhankelijkheid en hogere criminaliteitscijfers op bepaalde delicten zien. SCP-rapporten over sociale cohesie meten bovendien een dalend vertrouwen en een toenemende ‘wij versus zij’-perceptie. Deze cijfers worden in beleidsstukken echter vaak geplaatst in een bredere context van inclusiebeleid, waarbij de nadruk ligt op kansen en verrijking.
Qua overheidsfinanciën zijn vergelijkbare patronen zichtbaar. Berekeningen over niet-westerse immigratie melden hogere uitgaven aan sociale zekerheid, zorg en onderwijs dan bijdragen via belastingen. Een eerdere schatting uit 2021 noemde een jaarlijks benodigd bedrag van circa € 17 miljard. De begroting van het ministerie van Asiel en Migratie voor 2025 bedroeg aanvankelijk rond de € 9,5 miljard voor toegang, toelating en opvang. Actuele begrotingsstukken laten nog steeds miljardenuitgaven zien voor opvang, IND-procedures en gerelateerde kosten.
De onderzoeksresultaten die de negatieve aspecten van massale immigratie laten zien, staan haaks op het internationale kader waarin migratie sterk wordt gepromoot. De Verenigde Naties hebben migratie zowel als thema en als oplossing opgenomen in de Sustainable Development Goals (SDG’s) van Agenda 2030. SDG 10.7 roept op tot het faciliteren van “ordelijke, veilige, regelmatige en verantwoorde migratie en mobiliteit van mensen, onder meer door de uitvoering van een planmatig en goed beheerd migratiebeleid”. Migratie wordt hierbij gezien als algemene oplossing voor tal van problemen die terugkomen in andere SDG’s, zoals armoedebestrijding, economische groei en terugdringen van ongelijkheid.
Het Global Compact for Safe, Orderly and Regular Migration (GCM) uit 2018 bouwt hierop door. Het is de eerste inter-gouvernementeel onderhandelde VN-overeenkomst waarin alle aspecten van internationale migratie zijn vervat. Dit overigens niet-juridisch bindende samenwerkingskader bevat 23 doelstellingen ter verbetering van het migratiebeleid, ter bescherming van de rechten van migranten en ter ondersteuning van de bescherming van de soevereiniteit(!) van staten. De bescherming van soevereiniteit bestaat er uit dat het GCM het soevereine recht van staten bevestigt ten aanzien van het zelf kunnen bepalen van het immigratiebeleid, alsmede het kunnen bepalen wie hun grondgebied mag betreden en wie er mag verblijven. Gezien de huidige Europese immigratieproblematiek lijkt dit onderdeel van de overeenkomst in vergetelheid te zijn geraakt.
De praktijk laat zien dat promotie van migratie vanuit de VN via de SDG’s en het Global Compact wel degelijk een internationaal referentiekader vormt. Overheden, inclusief Nederland, rapporteren periodiek over voortgang op SDG 10.7. Het kader benadrukt de voordelen voor herkomst- en ontvangstlanden, zoals ‘remittances’ en arbeidsaanbod. Remittances zijn door migranten of buitenlandse werknemers verstrekte geldoverboekingen naar familie of vrienden in het land van herkomst. Remittances vormen vaak een cruciale, stabiele inkomstenstroom voor ontwikkelingslanden, vaak groter dan internationale ontwikkelingshulp. Onder het mom van het uitbannen van armoede promoot de VN daarmee in feite nivellering op wereldschaal.
In de Nederlandse media en politiek krijgt het narratief van “diversiteit als kracht” nog altijd veel ruimte. Ondanks de vele rapporten over negatieve effecten blijven termen als ‘inclusie’ en ‘verrijking’ dominant in beleidsstukken en berichtgeving. Bevolking, media en politiek lijken daarmee in verschillende werkelijkheden te leven. Zo signaleert het SCP in Burgerperspectieven 2025 dat burgers immigratie als een onopgelost probleem ervaren, terwijl het publieke debat zich richt op genuanceerde of positieve kanten ervan. Een meerderheid van de Nederlanders (59%) is van mening dat Nederland aan het afglijden is. Immigratie is daarbij, naast wonen en vertrouwen in de politiek, een van de meest genoemde zorgen.
Zowel de Amerikaanse als de Nederlandse onderzoeken bieden een feitelijk beeld van de complexiteit van massale immigratie. Desondanks blijft het dominante discours gericht op ‘diversiteit is kracht’ en blijven de bevindingen uit de studies over negatieve effecten grotendeels buiten het publieke en politieke debat. Het Europese Pact over Migratie en Asiel illustreert deze spanning treffend. Hoewel het procedures aanscherpt en de implementatiedatum van medio 2026 nadert, verandert het niets aan de SDG-doelstellingen van de VN die migratie blijven promoten als instrument voor duurzame ontwikkeling. Ondertussen blijven de instroomcijfers structureel hoog en verandert er niets aan de feitelijke druk op woningmarkt, zorg en onderwijs. Het pact oogt daarmee als een stevige hervorming, maar lijkt vooralsnog vooral een papieren exercitie die de onderliggende ideologie niet aantast.
Wat vertel ik mijn medemens?
- Migratie wordt actief gepromoot, onder meer als onderdeel van Agenda 2030. Het Europese Migratie- en Asielpact verandert daar niets aan.
- Onderzoeken laten al jaren negatieve effecten van massale immigratie zien, maar deze worden in het publieke debat nauwelijks besproken.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via