Skip to main content Scroll Top

De van mensenrechten beroofde geest van de burger is uit de fles

142 De van mensenrechten beroofde geest van de burger is uit de fles
De van mensenrechten beroofde geest van de burger is uit de fles

F. van Rozendaal

Recente in hevigheid toenemende opstanden en protesten tegen regeringen in de westerse wereld, met name in het Verenigd Koninkrijk, maar ook in vele Europese Unie-landen, waaronder Nederland, tonen groepen burgers die in essentie door staatsonderdrukking in hun bestaansrecht worden aangetast. Van hardwerkende boeren en mensen van het midden- en kleinbedrijf tot aan zich gediscrimineerd voelende groepen autochtonen die geconfronteerd worden met toenemende massa’s immigranten. Zelfs de reguliere media kunnen er niet meer omheen. De in zijn fundamentele mensenrechten geschonden geest van de burger, ontdaan van zijn/haar menselijke waardigheid, is uit de fles. Er is geen weg meer terug.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Word nu abonnee van Gezond Verstand Magazine

Kies uit een jaar– of kwartaalabonnement en ontvang de meest kritische en onafhankelijke kijk op actuele onderwerpen.
Wilt u liever digitaal lezen? Neem dan een digitaal abonnement.
U krijgt na uw bestelling direct toegang tot alle uitgaven.

Europese regeringen werken openlijk samen bij de onderdrukking van hun burgers. Dit is een onomstotelijk feit, een zich onthullend complot, waarbij de daadwerkelijke individuele soevereiniteit van de natie door deze regeringen aan ‘hoger gezag’ uit handen is gegeven. Dit oppergezag is een ‘landen-overkoepelend en niet door onderdanen gekozen feitelijk dictatoriaal opererend machtsblok’: de Europese Unie (EU). In het huidige decennium is de EU dominant zichtbaar geworden als een naadloos samenwerkend verbond van regeringen dat voortdurend crises creëert – zoals die van de verzonnen pandemie, van dreigende klimaatrampen als gevolg van door mensen geproduceerd CO₂ en een proxy-oorlog tegen Rusland – om vervolgens gezamenlijk hun plannen te verwezenlijken.

Dit zijn allemaal plannen gerelateerd aan ‘Agenda 2030’, vanuit de VN en het World Economic Forum, gepresenteerd als het stelsel van oplossingen voor de huidige wereldproblemen. Dit wordt uitgevoerd via ongrondwettelijke en vrijheidsbenemende maatregelen tegen burgers, vergezeld van voortdurende angstopwekkende propaganda vanuit de reguliere media.

Deze staatstirannie wordt binnen de huidige rechtssystemen in Europa niet afdoende door rechters geredresseerd. Daarmee vindt een teloorgang en minachting plaats van universele klassieke mensenrechten. Om deze ontwikkelingen – met enig toekomstbeeld – nader te duiden, verdienen genoemde feiten wat verdieping vanuit een breder perspectief. Europa jakkert met haar EU door op een massaal vanaf 2020 ingeslagen weg, richting een technocratische wereldregering. Een unipolair systeem. Europa zit nog steeds op die route, ondanks het feit dat inmiddels veel van de rest van de wereld – geïnitieerd vanuit Amerika onder Trump, en aansluitend de grootmachten China en Rusland met de daarbij aangesloten BRICS+ landen – deze massaal ingeslagen weg allang heeft verlaten, richting een multipolaire wereld, met behoud van en nadruk op de soevereiniteit van het eigen land. Binnen Europa kan de situatie in Nederland gezien worden als ‘het braafste jongetje van de klas’ door uitschakeling van rechterlijke toetsing van de mensenrechten; dit afgezet tegen de rol van de (onterecht daarmee geassocieerde) sociale grondrechten.

Staats- en volkenrechtelijk gezien, moeten we de EU niet een sterkere juridische status geven dan zij formeel heeft. En het vooral niet beschouwen als één land, of een federatie van staten met een centrale overheid, zoals bijvoorbeeld de VS, of Duitsland. Formeel vormden de landen binnen de EU oorspronkelijk slechts een samenwerkingsverband van soevereine staten met het oog op ‘vrede, veiligheid en economische en sociale vooruitgang’. De onderdelen binnen de EU zijn supranationale instellingen die kunnen werken aan eigen wetgeving. Op enkele specifieke terreinen, vooral die van economisch handelen, kan dan een stukje soevereiniteit worden afgegeven. De EU kent drie pijlers: Economie, Buitenlandse betrekkingen (met defensiesamenwerking) en Justitie, (met Binnenlandse Zaken en Politie), gericht op samenwerking met andere EU-landen. Dit alles met voor elke lidstaat behoud van eigen wetgeving. Er is dus geen sprake van één federale wetgeving, zoals met wetboeken van strafrecht (strafbare feiten) en strafvordering (opsporing, vervolging en berechting) het geval is. Er is geen sprake van een Europees leger of Europese Politie. Daarbij heeft elke lidstaat ook het wettelijk recht om vrijwillig uit de EU te stappen – vastgelegd in artikel 50 van het ‘Verdrag betreffende de Europese Unie’.

Dit alles houdt in, dat formeel gezien de eigen soevereiniteit van de lidstaten niet aan EU-instellingen is overgedragen. Het verontrustende gegeven daarbij is dat de chaotische massale bureaucratie en corruptie van de EU steeds verder de pan uitrijzen. ‘Tijdschrift voor de Politie’, nr. 3, 2023: “Het is een ernstig probleem voor alle lidstaten. Voor de Europese economie worden inmiddels de onkosten door corruptie geschat op € 120 miljard per jaar.”

Desondanks toont de huidige werkelijkheid ons dat de finale uitvoeringsmacht van de EU-landen onwettig en onrechtmatig aan twee supranationale instellingen is overgedragen – de EU en de NAVO. Onder aanvoering en ‘oppergezag’ van respectievelijk de voorzitter van de Europese Commissie – de zichzelf gekroonde keizerin – Ursula von der Leyen en de secretaris-generaal van de NAVO, onze eigen oorlogshitser Mark Rutte.

142 De van mensenrechten beroofde geest van de burger is uit de fles

Het feit dat een machtsoverdracht naar EU en NAVO heeft plaatsgevonden, werd recentelijk in Nederland vanuit de regering aan de Tweede Kamer erkend, als een zichzelf vrijpleitende reactie op een vanuit de Kamer gewraakte uitspraak. Constateer nu de glijdende schaal van collaboratie.

Aldus toont zich het beeld van de Nederlandse regering als ‘braafste jongetje van de klas’. Om ongestoord de tirannieke machtsuitvoering te kunnen realiseren, met desnoods flagrante mensrechtenschendingen, heeft Nederland ‘als buitenbeentje in de wereld’ dit mede mogelijk gemaakt door de rechterlijke macht te ontdoen van grondrechtentoetsing. Grondrechten, waar de klassieke mensenrechten (vanuit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens) een onderdeel van zijn. Iets merkwaardigs dat daarbij speelt, is de heersende hardnekkige spraakverwarring over de verhouding van de klassieke mensenrechten versus de sociale grondrechten, die in toenemende mate in juridische discussies onterecht als gelijkwaardig worden beschouwd. De klassieke mensenrechten richten zich specifiek op de erkenning van de inherente menselijke waardigheid van de individuele ‘mens als zodanig’, levend in vrijheid. Specifiek gericht op de bescherming van de mens tégen eventuele corruptie van de staat. De staat dient in dat opzicht vooral een ‘dienende staat’ te zijn; het woord minister komt van het latijnse ‘minuster’, oftewel: ‘dienaar’.

Deze geformuleerde klassieke mensenrechten vormen de kern en identiteit van elk ander recht; alle wetten en verdragen zouden dus hieraan moeten worden getoetst. Ze zijn destijds door de VN vastgesteld, als reactie op de eeuwenlange ‘barbaarse’ ervaringen met staatsonderdrukking, leidend tot twee wereldoorlogen en waren nadrukkelijk bedoeld om zich als volk tegen tirannie en onderdrukking door de staat te kunnen verzetten. (Te vergelijken met de eerste tien amendementen van de Amerikaanse Grondwet: ‘The Bill of Rights’, ter bescherming van fundamentele individuele vrijheden).

Daarentegen zijn de nadien gecreëerde ‘sociale grondrechten’ geen inherente mensenrechten ter bescherming van de ‘mens als zodanig’. Sociale grondrechten benadrukken actief overheidsoptreden ten gunste van staatmachtsuitbreiding, met mogelijk inperking van individuele vrijheden. Wanneer je die rechten ultiem doorvoert, geldt overduidelijk de waarschuwing van de gezaghebbende filosoof Kant: “Waar het recht zich ten doel stelt de mensen gelukkig te maken volgens een algemeen recept, heeft men te maken met paternalisme, het groots denkbare despotisme.”

Op het aspect sociale rechten kan de Nederlandse rechter wel toetsen aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), zelfs leidend tot staatsuitvoering. Een kenmerkende illustratie hiervan is het voorbeeld van de Hoge Raad (HR) met de Urgenda-rechtszaak in 2019, dat het adagium dat ‘in elk detail het grotere geheel besloten ligt’, bewaarheidt. Het betrof een bizarre HR-overweging (gebaseerd op de misleidende CO₂-klimaatveronderstelling) dat het binnen de reikwijdte van het EVRM-recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer valt wanneer het welzijn, of de gezondheid van mensen, in het geding komen als gevolg van milieuverontreiniging en milieuschade ten gevolge van klimaatverandering. Gevolgd door de HR-uitspraak, waarmee de staat verplicht wordt “de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met minimaal 25% te (doen) beperken ten opzichte van 1990, om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen”. Dat vele mensenrechten-sites op internet, zoals Amnesty International en het College voor de Rechten van de Mens, in die sfeer klassieke mensenrechten en sociale grondrechten nadrukkelijk onder één noemer willen brengen, is onheilspellend.

Als overblijvend toekomstbeeld manifesteert zich hiermee de EU als ‘de strop om de nek’ van haar lidstaten. Eruit stappen is van levensbelang voor een soevereine staat. Een rechtsfilosofische bewustwording hierbij is, dat elke staatsvorm met haar rechtssystemen berust op een vorm van aanvaarding, die wortelt in vertrouwen. Echter, gebundeld in de gewetenloze valse retoriek, taalmanipulaties, demonisering en leugens vanuit de politiek en de reguliere media, is dit vertrouwen bij de waarheidsgetrouwe en kritische burger geheel ter ziele gegaan. Vertrouwen opkweken via propaganda en terreur is menselijk gezien gedoemd te mislukken. De val van de USSR, na een complete ineenstorting en zo’n tachtig miljoen doden, eind vorige eeuw, moge als dreigend voorbeeld hiervoor dienen.

 

Wat vertel ik mijn medemens?

  1. Klassieke mensenrechten beschermen de vrijheid van de burger tégen de staat (bij corruptie). Sociale grondrechten daarentegen geven de staat juist meer macht, met inperking van individuele vrijheden.
  2. De EU toont zich als een niet door onderdanen gekozen machtsblok. Elke lidstaat heeft het wettelijk recht om vrijwillig daaruit te stappen.

– einde artikel –

Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand

Volg ons op social media

Kijk en beluister Gezond Verstand via

X


Dit artikel is alleen voor abonnees
Login als abonnee of abonneer je om onbeperkt alle artikelen te lezen.
Word nu abonnee van Gezond Verstand Magazine

Kies uit een jaar– of kwartaalabonnement en ontvang de meest kritische en onafhankelijke kijk op actuele onderwerpen.
Wilt u liever digitaal lezen? Neem dan een digitaal abonnement.
U krijgt na uw bestelling direct toegang tot alle uitgaven.

Gerelateerde berichten

Loading...
Privacybeleid
Wanneer u onze website bezoekt, dan kan deze informatie via je browser opslaan voor specifieke services, meestal in de vorm van cookies. Hieronder kunt je je privacyvoorkeuren wijzigen. Houd er rekening mee dat het blokkeren van cookies van invloed kan zijn op je ervaring op onze website en de diensten die we aanbieden.