Eric Lopes Cardozo
De meest voor de hand liggende oorzaak is simpelweg een gebrek aan kennis. Dit raakt mensen die geen toegang hebben tot primaire bronnen en hun oordeel baseren op informatie van de instituties die ze vertrouwen. De tweede oorzaak is subtieler, en kan worden getypeerd als ‘institutionele kalibratie’. Hierbij wordt kennis onbewust gefilterd op wat iemands positie qua informatie verdraagt. De derde oorzaak is de gevaarlijkste en wordt het minst besproken. Dit betreft mensen die wel beschikken over kennis, maar daar niet naar handelen.
De verklaring voor het gedrag bij een gebrek aan kennis kan worden gevonden in een herinterpretatie van Stanley Milgrams’ onderzoek naar gehoorzaamheid uit de jaren zestig. Bij dit beruchte experiment bleken proefpersonen uiteindelijk bereid om mensen dodelijke elektrische schokken toe te dienen op gezag van een man in een witte jas. De gangbare conclusie was moralistisch: mensen zijn gevaarlijk volgzaam. De Britse psychologen Alexander Haslam en Stephen Reicher publiceerden in 2012 echter een herlezing en stelden dat de proefpersonen niet blindelings gehoorzaamden op basis van een moreel falen, maar zich identificeerden met de uitvoerder van het experiment en de veronderstelde wetenschappelijke missie. Op die grond lieten zij het vormen van hun oordeel over aan een autoriteit die meer leek te weten dan zijzelf.
Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman liet zien dat het brein sterk de voorkeur geeft aan snelle, intuïtieve beslissingen boven bewuste beraadslaging, een inzicht dat hij uitwerkte in zijn boek Thinking, Fast and Slow (2011). Vertrouwen op autoriteiten is een heuristiek: een onbewust denkproces, waarbij een tekort aan kennis wordt gecompenseerd door een sociaal signaal, bijvoorbeeld in de vorm van een simpele vuistregel. In een stabiel systeem met een competente autoriteit werkt dit uitstekend. Het wordt echter problematisch zodra deze autoriteit een zelf-geformuleerde agenda gaat promoten. Zoals een slager niet zijn eigen vlees moet keuren, is een milieudeskundige die stikstofnormen heeft helpen opstellen, niet de aangewezen persoon om te beoordelen of die normen maatschappelijk proportioneel zijn. De heuristiek maakt dat onderscheid niet. Ze registreert louter de witte jas, ongeacht of deze over de juiste kwalificaties en/of competenties beschikt of niet.
Het tweede mechanisme, institutionele kalibratie, raakt vooral beroepsgroepen, vanwege hun grote afhankelijkheid van institutionele legitimiteit. Een journalist leert snel welke verhalen gemakkelijk door de redactie gaan. De leraar volgt het voorgeschreven curriculum en weet dat afwijking wordt gecorrigeerd. Een politicus bewaakt zijn partijlijn en weet dat hiervan afwijken schadelijk is voor zijn carrièrekansen. Deze vormen van kalibratie verlopen grotendeels onbewust en zijn daardoor voor de betrokkene nauwelijks als conformiteit herkenbaar. De Amerikaanse psycholoog Solomon Asch liet met zijn lijnexperimenten uit de jaren vijftig zien dat mensen hun eigen waarnemingen aanpassen aan die van de groep, niet uit angst voor sancties, maar uit oprechte twijfel aan hun eigen oordeel. Wanneer alle collega-journalisten hetzelfde ‘frame’ hanteren, alle collega-rechters dezelfde jurisprudentie volgen en alle collega-leraren hetzelfde curriculum onderschrijven, dan wordt vasthouden aan een afwijkende opvatting niet alleen maatschappelijk maar ook vakinhoudelijk onhoudbaar.
De rechterlijke macht levert ons hiervan een markant voorbeeld. De Haagse rechtbank schorste in februari 2021 de avondklok, op heldere procedurele gronden. Het gerechtshof draaide die beslissing echter binnen enkele uren(!) terug via een spoedprocedure. De snelheid waarmee het hoger beroep werd afgewikkeld was ongekend. Procedureel ongebruikelijk was ook het als getuige horen van RIVM-directeur Jaap van Dissel, wiens beslissende rol bij de totstandkoming van de avondklok later omstreden bleek. Jeroen Pols en Willem Engel van de stichting Viruswaarheid waren aanvankelijk verrast maar niet ontevreden met de aanwezigheid van Van Dissel, omdat het hen de gelegenheid gaf tot het stellen van vragen. Toen de antwoorden van Van Dissel de zaak van de staat echter zwakker leken te gaan maken, kapte de rechter het getuigenverhoor af. Deze hele gang van zaken was een kalibratiesignaal van de eerste orde. Beroepsgroepen leren niet alleen wat wordt beloond, maar ook wat wordt gecorrigeerd. De boodschap hoeft vaak niet eens hardop te worden uitgesproken om te worden begrepen.
Bij het eerste mechanisme ontbreekt de kennis en bij het tweede mechanisme wordt de kennis (meestal onbewust) gefilterd. De professional ‘gelooft’ grotendeels in wat hij/zij zegt, omdat de omgeving hun waarneming heeft bijgesteld. Bij het derde mechanisme is de kennis echter wel degelijk aanwezig en is de betrokkene zich daar ook van bewust. Men kiest er desondanks voor zich op de vlakte te houden, of over te gaan op zelfcensuur. Hier is geen sprake van kennisachterstand, of onbewuste kalibratie, maar van gecalculeerd gedrag.
Het patroon is tegenwoordig niet moeilijk te herkennen. Een correspondent in Brussel of Washington beschikt over een informatiepositie die die van de gemiddelde burger ver overstijgt. Hij of zij leest de primaire bronnen, kent de insiders en ziet het verschil tussen wat er wordt gezegd en wat er wordt gedaan. Tegelijkertijd wordt de correspondent gevormd door een redactionele cultuur waarin bepaalde ‘frames’ niet ter discussie staan: klimaatdoelstellingen zijn wetenschappelijk dwingend, migratiedoelstellingen zijn humanitair geboden, stikstofnormen zijn juridisch onvermijdelijk. De correspondent die afwijkt van die voorgeschreven werkelijkheid schrijft niet slechts een ander verhaal, maar stelt de eigen carrière, sociale positie en professionele identiteit ter discussie. De meesten kiezen hier dan ook niet voor, en naarmate dit langer aanhoudt, wordt de weg terug steeds moeilijker.
De behandeling van het eindverslag De illusie van een betrouwbare stikstof-modelwerkelijkheid, van hoogleraar Ronald Meester van de Amsterdamse Vrije Universiteit, illustreert hoe alle drie de lagen op elkaar inwerken. Meester onderzocht – nota bene op verzoek van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur – de statistische onderbouwing van het stikstofbeleid. Zijn conclusies waren vernietigend voor het gevoerde beleid. D66, GroenLinks-PvdA en Partij voor de Dieren kozen ervoor het debat over zijn bevindingen niet bij te wonen. Dit werd bevestigd tijdens de voorbereidingsvergadering op 4 maart 2026. Meester wordt tussen de regels door inmiddels met kwalificaties als ‘desinformatie’ en ‘onwetenschappelijk’ weggezet als charlatan. De burger die deze gebeurtenissen volgde, registreerde het gezag van de partijen die zich ervan distantieerden. De journalist die er verslag van deed, wist dat zijn redactie het dossier al jaren als afgehandeld beschouwde. En de wetenschapper die Meesters werk las, zweeg erover en deed dat niet uit onwetendheid.
Nederland is voor deze vormen van gelaagde conformiteit bijzonder vatbaar. De bestuurscultuur die polderen (consensus zoeken, extremen vermijden, het midden bewaken) als deugd beschouwt, leidt in rustiger tijden tot pragmatisme. In crisistijd werkt het echter averechts. Afwijkende geluiden worden niet weersproken, maar weggefilterd. Het resultaat is een beleidsraamwerk van onbetwistbare vooronderstellingen. Partijen met afwijkende standpunten worden niet bestreden met argumenten, maar eenvoudigweg gekwalificeerd als ‘populistisch’, ‘extremistisch’ en ‘anti-rechtsstatelijk’. Een systeem dat zijn eigen grondslagen niet meer kan verdedigen, gaat over tot het diskwalificeren van de criticus. Wie die diskwalificatie accepteert, capituleert. Wie zich verzet, wordt afgestraft.
Wat overblijft is een samenleving die homogener is dan ooit, in al haar publieke uitingsvormen. Burgers, journalisten, leraren, rechters en politici bewegen zich allen in hetzelfde veld, zijn gevoelig voor dezelfde signalen en laten zich corrigeren door dezelfde mechanismen. De aard van die gevoeligheid verschilt echter per laag. De burger volgt, omdat men niet beter weet. De professional volgt omdat de werkomgeving hem/haar heeft gekalibreerd. De ingevoerde insider volgt, omdat afwijking zijn/haar positie in gevaar brengt en die afweging al zo vaak is gemaakt dat het opgehouden is een afweging te zijn. Gedreven door ideologie en technocratie, is gaandeweg een zichzelf in stand houdend systeem ontstaan waarbij volgzaamheid niet met geweld hoeft te worden bewerkstelligd. Het werd jarenlang geslikt en doorgegeven, totdat het uiteindelijk als ‘normaal’ werd gezien. En dat is precies wat het zo moeilijk omkeerbaar maakt.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via