Gilian van Doorn
Het grote nadeel voor de inwoners van een gefuseerde gemeente is dat ze de controle over hun bestuur kwijtraken, en dat de belangen van hun gemeente als geheel op de achtergrond raken. De afstand tussen bestuurders en inwoners wordt groter, en wanneer de inwoners ergens mee zitten, wordt het bij de grotere gemeenten alleen maar lastiger om verhaal te halen bij de bestuurders. Dus bij een grotere gemeente zal er meer over de mensen dan met de mensen geregeerd worden. Daardoor ontstaat een autoritaire stijl van bestuur. Deze autoritaire stijl van bestuur is een trend die al langer gaande is, waarbij veel onpopulaire en ondemocratische beslissingen door bestuurders worden genomen waar de gewone inwoner nooit om heeft gevraagd. Als vervolgens een gemeentelijke fusie doorgaat, zal de identiteit van de desbetreffende gemeente grotendeels verloren gaan. Tegelijkertijd verdwijnt de menselijkheid en de interactie die men met de gemeente heeft.
Begin 2013 opperde de voormalige minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk dat gemeenten op termijn zouden moeten fuseren, tot zij samen minstens 100.000 inwoners zouden hebben. De gemeenten werden ook bijgestaan met het document Handboek gemeentelijke herindeling, dat hen instrueerde over de procedures die ze zouden moeten volgen om een fusie er van A tot Z doorheen te loodsen. Dit beleid werd gelegitimeerd met het idee dat de Rijksoverheid gezien had dat veel complexe zaken, zoals bijvoorbeeld jeugdzorg, alleen efficiënt konden worden behandeld door grotere gemeenten, die makkelijker konden samenwerken met landelijke bestuursorganen. Om dit te kunnen realiseren, moesten op termijn de kleinere gemeenten zich fuseren tot grotere gemeenten, of kleine gemeenten moesten zich bij een grotere gemeente voegen.
Onderzoek door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen liet echter zien dat deze aanpak bij de grotere gemeenten na een fusie die efficiëntie niet opleverde. De directeur van dit onderzoekscentrum, Maarten Allers, kwam tot deze conclusie nadat hij 39 Nederlandse herindelingen had onderzocht. Fusies leveren gemiddeld geen besparingen op. Ook worden er zaken als machtscontrole, zelfbestuur, identiteit en andere verworvenheden die een bepaalde gemeente in de loop der eeuwen heeft opgebouwd, te grabbel gegooid. Wanneer de overheid verstandig zou zijn geweest en het beste met de Nederlandse bevolking voor zou hebben gehad, zou die na het advies van COELO op zijn minst pas op de plaats hebben gemaakt. Dit is niet gebeurd, waardoor het erop lijkt dat er andere belangen spelen bij het er willens en wetens doorheen rammen van deze fusies.
Natuurlijk is niet elke gemeente hetzelfde. Zo zijn er gemeenten waar de bestuurders het fusiebeleid braaf uitvoeren, in de hoop in de toekomst een betere positie te krijgen, zoals een raadslid dat in een andere gemeente wethouder kan worden, of een wethouder die in een andere gemeente waarnemend burgemeester kan worden. Maar afgezien van de mogelijkheid dat bestuurders opportunistisch handelen, kunnen ze ook daadwerkelijk zo goedgelovig zijn dat zij denken het juiste te doen, terwijl ze tegelijkertijd ook wel aanvoelen dat er niemand in hun gemeente echt zit te wachten op een fusie. Maar omdat een fusie niet zo’n grote rol speelt in de gedachten van burgers als bijvoorbeeld een asielzoekersverblijf, en mensen door de complexiteit ervan niet meteen de nadelen ervan inzien, wordt het voor een gemeente meestal wat makkelijker om de fusies door te voeren.
Ook heeft de staat kleine gemeenten met lasten opgezadeld die ze niet goed aankunnen, door bovengemeentelijke taken, zoals bijvoorbeeld jeugdzorg, op alle kleine gemeenten in ons land te storten die daar de capaciteit niet voor hadden, en meestal nog steeds niet hebben. Hierdoor kunnen deze kleine gemeenten niet meer goed functioneren, en hebben zij moeite hun verplichtingen op dit gebied na te komen. Het wordt dan van hen verwacht dat zij specialisten op dat gebied aannemen of inhuren, wat vaak een aanslag is op de financiële middelen van zo’n kleine gemeente.
- Het artikel gaat hieronder verder -
De Gift Card is een leuke manier om Gezond Verstand eenjaar lang cadeau te doen. De Gift Card is digitaal verkrijgbaar én als pasje met daarop een unieke code + een feestelijke cadeau-enveloppe.
Abonnees krijgen 15% korting!
Gezond Verstand 24x cadeau doen
Op papier én digitaal
De landelijke overheid heeft als het ware een probleem gecreëerd, waarbij het ook meteen de oplossing meegeeft. Wat voor zo’n kleine gemeente natuurlijk betekent: fuseren met een buurgemeente, zodat de middelen en capaciteiten gemeenschappelijk tot stand komen om deze bovengemeentelijke taken op zich te nemen. De term ‘bestuurskracht’ komt vaak langs bij deze kleine te fuseren gemeenten. In essentie worden kleine gemeenten dus gechanteerd en gedwongen te fuseren, omdat ze anders in de toekomst niet aan de verplichtingen kunnen voldoen die het Rijk hen heeft opgelegd.
De ene gemeente kan het soms langer volhouden om zelfstandig te blijven dan de andere. Wanneer een gemeente financieel nog gezond is, zal het minder snel ten prooi vallen aan een min of meer gedwongen fusie met een buurgemeente, dan een kleine gemeente die financieel minder vet op de botten heeft.
Een voorbeeld waarbij men toch geprobeerd heeft om een financieel gezonde kleine gemeente te laten fuseren, was Scherpenzeel, in 2021. Op 18 januari 2021 werd de heer Eppie Klein door de heer John Berends, toenmalig commissaris van de koning van de provincie Gelderland, aangesteld als waarnemend burgemeester van Scherpenzeel. Zijn hoofdtaak was om Scherpenzeel te doen fuseren met de naastgelegen gemeente Barneveld. Na een inwonerspeiling, op 17 maart 2021, bleek echter dat 82% van de inwoners van Scherpenzeel daar niet mee instemden. Waarnemend burgemeester Eppie Klein accepteerde deze democratische uitslag en besloot het fusieproces te stoppen. Scherpenzeel bleef een onafhankelijke gemeente, dankzij de grote weerstand van de Scherpenzeelse bevolking en de inzet van deze waarnemend burgemeester.
Terwijl de tegenstanders van deze fusie in de gemeente Scherpenzeel de heer Eppie Klein waarschijnlijk erg dankbaar zijn geweest, was de heer Berends dat niet, en werd Eppie Klein op 7 oktober 2021 door hem ontslagen.
Het moedige dwarsliggen van Eppie Klein is vrij zeldzaam, en gemeentelijke fusies worden er doorgaans met succes doorheen gejast. De inwoners van de gemeente Scherpenzeel zagen waarschijnlijk in, dat een grotere gemeente samen met Barneveld meer centralisatie, een grotere afstand tot het gemeentebestuur en minder zeggenschap zou gaan betekenen. En dus staken ze daar een stokje voor.
We kunnen dit voorbeeld als inspirerend zien, waarbij met succes een fusie tegengehouden werd en de waarnemend burgemeester daadwerkelijk een goede burgervader was voor zijn inwoners en naar hen geluisterd had. En bovenal een voorbeeld van genoeg mensen in een gemeente die hun democratisch recht gebruikten om nee te zeggen tegen een opgedrongen gemeentelijke fusie. Wanneer zij dat doen is de kans groot, of in ieder geval groter, dat zo’n fusie er ook niet gaat komen.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via