Bertus Bolcnak
Het Global Philanthropy Project, een samenwerkingsverband van 23 internationale financieringsorganisaties, opgericht in 2009, publiceerde in juni 2026 zijn nieuwste inventarisatie van wereldwijde LGBTIQ-financiering. Over de periode 2023-2024 registreerde het meer dan 19.000 subsidies, aan meer dan 7.700 ontvangers, verstrekt door ruim 1.300 foundations, intermediaire organisaties en bedrijven, plus zestien donor-overheden en multilaterale instellingen. Het totaalbedrag: $ 861,5 miljoen.
Dat aanzienlijke bedrag zegt meer over de concentratie dan over de omvang. In de Verenigde Staten kwam in 2024 maar liefst 69% van alle geregistreerde LGBTIQ-foundationfinanciering van slechts twintig grote financiers; de tien grootste alleen al waren goed voor 53%. Een relatief kleine groep vermogende stichtingen bepaalt dus in belangrijke mate welke organisaties professioneel al dan niet kunnen blijven functioneren.
Belangrijker dan het bedrag, is waar het naartoe gaat. Grote financiers als Arcus Foundation, NoVo Foundation, Ford Foundation en Open Society Foundations beschrijven zelf, in hun eigen jaarverslagen en persberichten, dat hun geld niet uitsluitend bestemd is voor hulpverlening. Arcus en NoVo richtten samen het Global Trans Initiative op, met een toezegging van minimaal $ 20 miljoen over vijf jaar, expliciet gericht op het versterken en financieren van transgenderactivisten en -bewegingen. Ford Foundation kondigde in 2022 aan hun investeringen in transgenderorganisaties te verdubbelen. Open Society Foundations noemt organisaties als Transgender Europe als voorbeeld van de groepen die het steunt om wetgeving over juridische gendererkenning te veranderen. Dit is, in de eigen woorden van de financiers, ‘movement building’; het opbouwen van blijvende organisatiecapaciteit, niet alleen individuele bijstand.
Voor een Nederlands publiek is het Europese spoor misschien nog relevanter dan het Amerikaanse. De Europese Commissie voert sinds oktober 2025 haar LGBTIQ+ Equality Strategy 2026-2030 – de opvolger van hun strategie uit 2020. Daarin noemt de Commissie het machtigen van LGBTIQ-gemeenschappen en samenwerking met het maatschappelijk middenveld expliciet als beleidsdoel, gefinancierd onder meer via het Citizens, Equality, Rights and Values-programme, beter bekend als CERV.
Die geldketen is volledig te volgen. Trans Europe and Central Asia, de koepelorganisatie van meer dan tweehonderd transgenderorganisaties in bijna vijftig landen, ontvangt via CERV middelen die het vervolgens zelf weer doorverdeelt onder de aangesloten leden. In 2024 ging het om € 90.000, verdeeld over drie organisaties en in 2025 hetzelfde bedrag over vier organisaties. In de meest recente ronde van 2026 werd hetzelfde bedrag verdeeld over vijf organisaties: in Tsjechië, Frankrijk, Italië, Portugal en Slovenië, voor projecten gericht op belangenbehartiging, juridische gendererkenning en beleidsbeïnvloeding.
Ook ILGA-Europe, de belangrijkste Europese koepelorganisatie voor LGBTIQ-rechten, laat zien hoe vervlochten publiek en privaat geld zijn geraakt. In 2022 rapporteerde de organisatie een jaarbudget van bijna € 3,7 miljoen, met € 1 miljoen rechtstreeks van de Europese Commissie, € 417.670 van de Amerikaanse Wellspring Philanthropic Fund, € 200.000 van Open Society Foundations, € 10.000 van de Nederlandse overheid en nog eens € 464.301 uit het Global Equality Fund, een gezamenlijk initiatief van onder meer de Amerikaanse en de Nederlandse overheid. Eén belangenorganisatie dus, die zowel EU-instellingen als nationale overheden en Amerikaanse private filantropie als financier heeft, en die vervolgens diezelfde EU-instellingen en overheden probeert te beïnvloeden. Dat is geen geheime constructie, het staat in de eigen jaarverslagen.
Deze geldstroom is intussen ook een politiek wapen geworden. Sinds 2021 loopt er een inbreukprocedure van de Europese Commissie tegen Hongarije, wegens de wet die propaganda over homoseksualiteit en genderverandering aan minderjarigen verbiedt; de zaak is uiteindelijk voor het Europese Hof van Justitie gebracht en gekoppeld aan de rechtsstaat-conditionaliteit rond EU-begrotingsmiddelen. Tegen Polen liep een vergelijkbare procedure, vanwege de zogeheten ‘LGBT-ideologievrije zones’. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen noemde dit destijds een kwestie van fundamentele EU-waarden. LGBTIQ-rechten zijn daarmee niet alleen onderwerp van financiering, maar ook instrument geworden in het bredere rechtsstaatconflict tussen Brussel en de rechts-nationalistische regeringen in Boedapest en Warschau.
Wie dit alleen als groeiverhaal vertelt, mist dus een cruciaal deel van het beeld. Omdat het momenteel onder aanzienlijke druk is komen te staan is het duidelijker geworden dat we met een geïnstitutionaliseerd systeem te maken hebben. Sinds de regering-Trump in januari 2025 aantrad, is USAID ontmanteld – dit agentschap sloot definitief per 1 juli 2025 – waardoor de Mondial LGBTIQ-beweging naar schatting meer dan $ 50 miljoen aan financiering verloor. In augustus 2025 schrapte Trump via een omstreden ‘pocket rescission’ (presidentieel cancelen van financiering) $ 5 miljard aan buitenlandse hulp, waarbij LGBTIQ-programma’s expliciet als voorbeeld van verspilling werden genoemd. Het voorgestelde federale budget voor 2027 zou daarnaast ongeveer $ 2,67 miljard aan LGBTIQ-gerelateerde programma’s raken, van transgenderzorg tot de speciale crisislijn voor LGBTIQ-jongeren.
Deze terugval weerspiegelt een bredere maatschappelijke verschuiving. Uit de nieuwste Gallup-peiling (mei 2026) blijkt dat steun voor het homohuwelijk onder Amerikaanse Democraten stabiel blijft op 87% tot 88%, terwijl diezelfde steun onder Republikeinen is gedaald van 55% in 2021-2022 naar 37% nu – het laagste niveau in tien jaar, met het grootste partijverschil dat Gallup ooit heeft gemeten. Het gaat dus niet zozeer om een onderwerp waarvan de belangstelling simpelweg verdwijnt, maar om een onderwerp dat steeds sterker partijpolitiek geladen raakt, met een Republikeinse regering die de financieringsinfrastructuur actief afbouwt, terwijl diezelfde infrastructuur onder eerdere Democratische regeringen juist was opgebouwd.
Binnen dit hele systeem is er één casus waarin financier en doelgroep elkaar op een ondubbelzinnig commerciële manier overlappen. Het TRANScend-programma van Gilead Sciences is een van de grootste producenten van hiv-medicatie en -preventiemiddelen ter wereld, waaronder Truvada en Biktarvy. Sinds de start in 2019 heeft TRANScend meer dan $ 9,2 miljoen verdeeld onder 26 organisaties die zich richten op de gezondheid en veiligheid van transgender Amerikanen. Gilead noemt zelf als reden de hoge hiv-prevalentie onder transgender vrouwen – volgens cijfers van de Amerikaanse gezondheidsautoriteit CDC leeft ongeveer veertien procent van alle transgender vrouwen met hiv.
Dat is op zichzelf geen bewijs van kwade opzet. Het is wel een klassieke – in de medische ethiek al lang erkende – vraag: wanneer een farmaceutisch bedrijf organisaties financiert die dezelfde patiëntengroep vertegenwoordigen en voorlichten waarvoor het bedrijf zelf commercieel relevante producten verkoopt, ontstaat een structureel risico op belangenverstrengeling, ongeacht de goede bedoelingen van de betrokkenen. Transgenderzorg hoort daarvan geen uitzondering te zijn, en het feit dat Gilead deze financiering zelf openlijk documenteert, maakt het juist tot het best onderbouwde voorbeeld in het hele dossier.
Er is nog een laag die deze discussie regelmatig oproept, namelijk de veronderstelde verbinding met transhumanisme: het gedachtegoed dat menselijke verbetering via technologie nastreeft. Die verbinding is niet volledig verzonnen – biotechonderneemster Martine Rothblatt, bestuursvoorzitter van het beursgenoteerde United Therapeutics en zelf transgender, schreef het boek From Transgender to Transhuman en verbindt in haar eigen biografie bij de Terasem Movement Foundation haar vroege werk aan transgenderrechten expliciet met transhumanistische filosofie. Haar bedrijf ontwikkelt xenotransplantatie (transplanteren van cellen, weefsels of organen van dier naar mens) en 3D-geprinte organen.
Dat is een intellectueel opmerkelijk gegeven over één persoon. Het is geen bewijs van een bredere agenda: er is geen aantoonbare persoonlijke of financiële overlap gevonden tussen de grote LGBTIQ-financiers die in dit artikel zijn beschreven en transhumanistische organisaties of biotechbedrijven. Rothblatt laat zien dat de twee ideëënwerelden kunnen samenkomen bij één invloedrijk individu – niet dat ze persé doelbewust met elkaar zijn verbonden.
Niets in dit dossier bewijst dat er één regisseur achter de transgenderbeweging schuilgaat, en die vraag is uiteindelijk ook niet de interessantste. Instituties kunnen elkaar versterken zonder centrale leiding: geld maakt professionalisering mogelijk, professionalisering geeft toegang tot beleidsmakers, beleidsmakers nemen doelstellingen over, en die doelstellingen genereren op hun beurt weer nieuwe financiering voor dezelfde infrastructuur. Dat is geen samenzwering – het is hoe belangenbehartiging in een moderne democratie werkt, voor deze beweging net zo goed als voor vakbonden, milieuorganisaties of religieuze lobby’s.
De relevante vraag is dan ook niet wie het – eventueel in het geheim – regisseert, maar wie er betaalt, welke organisaties daardoor institutionele toegang krijgen, welke commerciële partijen daarvan profiteren en welke onafhankelijke tegenmacht overblijft wanneer activisme, overheid en markt zo nauw met elkaar verweven zijn als in dit dossier zichtbaar wordt.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via