Bert Timmermans
Deze stoffen zijn niet de enige alternatieven die worden gebruikt naast of in plaats van conventionele kankertherapie. Er bestaat een groeiend scala aan onderschatte kankergenezende stoffen, waaronder voedingssupplementen, vitamine D, curcumine, groenethee-extracten, of kruidenextracten, zoals gember, artemisinine, essiac thee, cannabis/CBD of mistletoe.
Deze stoffen gelden als vervangend of ondersteunend bij de gebruikelijke farmaceutische kankertherapie die bestaat uit chemo-, hormoon- en immuuntherapie. Dit door de farma-industrie gedomineerde arsenaal gaat doorgaans gepaard met ernstige bijwerkingen, en wordt tegen een hoge prijs aangeboden. In totaal zijn die prijzen het afgelopen decennium maar liefst vertienvoudigd. De kosten voor de gebruikelijke geneesmiddelen tegen kanker bedragen rond € 3 miljard per jaar.
Vanzelfsprekend verdient de klinische waarde van de nieuw ontdekte geneesmiddelen, voedingssupplementen en kruidenextracten, vanwege de positieve ervaringen en de lage kosten serieus aandacht. Zowel bij Ivermectine als Fenbendazol zijn wetenschappelijke gegevens over de doeltreffendheid echter schaars. Dat komt omdat iedere serieuze poging om de klinische waarde wetenschappelijk te bepalen, door de farma-industrie wordt tegengehouden. Deze macht waakt effectief tegen elk middel dat als effectief en goedkoop wordt verkocht, omdat deze niet aan geldende octrooien is gebonden, en dus een grote bedreiging vormt voor de gigantische inkomstenstromen van deze industrie die in de loop van meer dan een eeuw de protocollen van gezondheidszorg in grote delen van de wereld heeft kunnen bepalen.
Daar blijft het niet bij. Er is ook nog de gezonde mens als ‘bedreigende’ factor naast de opkomst van alternatieve therapieën. Gezonde mensen leveren niets op, er wordt alleen aan de zieke mens verdiend. Als er weinig zieke mensen zijn heeft de farma-industrie dus een probleem. Dat is echter oplosbaar als er een methode voor handen is die dat ondervangt: het bevolkingsonderzoek, een methode die effectief patiënten blijkt te creëren als ze er eigenlijk niet zijn.
Bevolkingsonderzoek naar kanker is een methode die wordt aangeprezen als een middel om in een vroeg stadium kanker op te sporen, bij voorkeur zelfs voordat er symptomen zijn. De industrie beweert dat daarmee de behandeling minder zwaar zou worden, en de kansen dat de behandeling werkt worden verhoogd. Oppervlakkig bekeken lijkt daar weinig op af te dingen. Net zoals met vaccinaties worden de vermeende voordelen echter hoog geprezen en de nadelen simpelweg onder het tapijt geveegd.
Bevolkingsonderzoek heeft wel degelijk bijwerkingen die schadelijk zijn. Tot die bijwerkingen behoort het fenomeen van valspositieve uitslagen en overdiagnose leidend tot overbehandeling. Gezonde mensen worden tot kankerpatiënt verklaard en daarmee tegelijkertijd tot ‘afnemer’ van de farma-industrie.
Bevolkingsonderzoek zou alleen moeten worden ingevoerd als aangetoond is dat de voordelen, zo die er zijn – zoals vele levens redden – opwegen tegen de nadelen, zoals schade door behandelingen van gezonde mensen. Dergelijke overwegingen moeten door de gezondheidsautoriteiten worden gemaakt, maar deze lijken daar zo goed als blind voor te zijn. De besluitvorming beperkt zich tot de voordelen, ook als die er niet zijn, terwijl mogelijke nadelen worden genegeerd. Daarom roepen onze volksgezondheidsautoriteiten alle vrouwen tussen 50 en 75 jaar tweejaarlijks op voor bijvoorbeeld mammografie (röntgenonderzoek van de borsten op zoek naar borstkanker). De uitnodigingsbrief benadrukt dat het onderzoek tot doel heeft om borstkanker zo vroeg mogelijk te ontdekken, maar vermeldt niet hoeveel gezonde vrouwen te maken krijgen met overdiagnose en zwijgt over de schadelijke overbehandeling.
Het bevolkingsonderzoek naar borstkanker heeft nauwelijks een positief resultaat. Bij de screening van 20.000 vrouwen per jaar zal slechts bij één worden voorkomen dat ze overlijdt aan borstkanker. Echter, tegelijkertijd zullen tien gezonde vrouwen als gevolg van de screening worden aangemerkt als kankerpatiënt en onnodig worden behandeld.
Bij deze vrouwen zal een deel van de borst of een hele borst worden verwijderd; zij zullen vaak bestraling ondergaan evenals chemo-, hormoon- of immuuntherapie. Uit een Cochrane-review bleek dat een borst werd verwijderd bij 20% meer vrouwen in de gescreende groep dan in de controlegroep.
Een belangrijke oorzaak van overbehandeling is de psychologische druk. Zodra er sprake is van een positieve testuitslag, is de druk, zowel voor de patiënt als de arts, om ‘alles te doen wat kan’. Niemand wil achteraf gedwongen zijn om te zeggen: “We hadden moeten ingrijpen, maar nu is het te laat.” Die angst drijft beslissingen om tot behandeling over te gaan op, ook als de kans op progressie klein is of de uitslag valspositief was. Dit fenomeen wordt versterkt door een gebrek aan wetenschappelijke kennis over het natuurlijke verloop van sommige kankersoorten of van vroege celveranderingen (carcinoma in situ). In deze gevallen is het niet mogelijk om onderscheid te maken tussen gevaarlijke en ongevaarlijke celveranderingen; daarom worden ze allemaal als zijnde gevaarlijk op één hoop gegooid.
Bij de uitvoering van de behandeling wordt het gebruikelijke behandelingsarsenaal ingezet. Naast niet-farmacologische ingrepen, zoals operatie en bestraling, gaat het om chemo-, hormoon- of sommige vormen van immuuntherapie.
Deze behandelingen verhogen de sterftekans van de vrouwen, dus precies andersom dan met het bevolkingsonderzoek wordt beoogd en voorgespiegeld. Bij de oorzaken van overlijden kan het onder andere gaan om hartbeschadiging bij chemotherapie, wat kan leiden tot hartfalen en verminderde hartfunctie. Bestraling van de linkerzijde van het hart en de kransslagaders kan jaren later een verhoogd risico geven op coronaire hartziekte, hartklepaandoeningen en hartfalen.
Hormoontherapie is niet altijd gunstig voor cholesterolwaarden en botgezondheid, wat het cardiovasculaire risico verhoogt. Immuuntherapie kan tijdens de behandeling of daarna ontstekingen veroorzaken in verschillende organen., zoals de darmen (colitis), de longen (pneumonitis), de lever, nieren of alvleesklier. Daarnaast worden afwijkingen van de schildklier gezien, ontstekingen van het zenuwstelsel, diabetes type 1 of ernstige huidreacties.
Chemotherapie, herhaald röntgenonderzoek en bestraling kunnen DNA-schade veroorzaken in gezonde cellen, wat decennia later kan leiden tot nieuwe tumoren (zoals longkanker, slokdarmkanker of leukemie).
En zo kunnen mensen die vóór het bevolkingsonderzoek nog helemaal gezond waren, na onderzoek de medische molen in worden getrokken voor niet de minste aandoeningen.
Het gaat niet om kleine aantallen. Uit gerandomiseerde onderzoeken bleek dat door screening het aantal vrouwen dat de diagnose borstkanker kreeg en behandeld werd, steeg met 30% ten opzichte van de groep die niet werd gescreend. Deze verontrustende mate van overdiagnose werd ook gevonden in grote onderzoeken in de Verenigde Staten, Canada en Australië. Een systematisch overzicht van landen met georganiseerde screeningsprogramma’s vond 52% overdiagnose. In Denemarken, met een niet-gescreende controlegroep, was het percentage overdiagnose 33%. Overdiagnose is voor de patiënt een belangrijk gezondheidsprobleem en voor de farma-industrie een cashcow.
Daar komt nog bij dat screening met behulp van mammografie niet eens in staat is om alle kankers op te sporen. En ook daar kleven nadelen aan. Wanneer een vrouw een knobbeltje in haar borst voelt, is de kans groot dat ze na een gunstige screening niet naar de huisarts gaat. Het was toch allemaal in orde?
Het voordeel van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker is dus vrijwel afwezig. De enige partij die er wel bij vaart is de farma-industrie. Zij verdienen rechtstreeks aan overbehandeling en op termijn aan de schade die die overbehandeling vervolgens weer teweegbrengt.
Als die behandeling zou worden vervangen door nieuwe werkzame, minder belastende geneesmiddelen, zou het wel eens kunnen zijn dat bevolkingsonderzoek voor de farma-industrie minder interessant wordt. Dat geeft ruimte voor onafhankelijkheid van serieus onderzoek. Dan kunnen we echt te weten komen in welke gevallen bevolkingsonderzoek zinvol is, en wordt de bevolking beter in staat gesteld een geïnformeerde keuze te maken.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via