Diana Saaman
Deze manier van omgaan met dierziekten dateert van na de Tweede Wereldoorlog, toen de landbouw werd opgeschaald en de internationale handel zich sterk uitbreidde. De risico’s van dierziekten werden steeds meer gezien in economische termen van beheersbaarheid. In dat verband werd het logisch om ziekten in te delen naar hun risico voor de handel. Die logica werkt tot aan vandaag door. Aan de wieg van deze economische benadering staat de World Organisation for Animal Health (WOAH), waarbij 183 landen zijn aangesloten. Deze landen onderschrijven de officiële indeling van dierziekten, maar dat betekent niet dat zij alle op dezelfde manier op een uitbraak reageren. ‘Ruimen’ als standaardreactie is vooral kenmerkend voor sterk exportgerichte landbouwsystemen, met Nederland (naast enkele andere EU-landen) als uitgesproken voorbeeld, plus de VS en Canada.
De werking van die indeling wordt zichtbaar wanneer twee griepachtige aandoeningen die biologisch vergelijkbaar zijn naast elkaar worden gelegd, maar bestuurlijk anders worden behandeld: vogelgriep en koeiengriep. Beide circuleren al decennialang, verlopen meestal mild en veroorzaken soms ernstige ziekte of sterfte. Toch krijgt alleen vogelgriep de status van nationale crisis. Niet omdat het veronderstelde virus fundamenteel anders is, maar omdat het binnen het huidige systeem anders is gepositioneerd. Vogelgriep is in de loop van de jaren negentig geclassificeerd als een nationaal systeemrisico. Dat was een periode waarin de internationale handel sterk toenam en beleidsmakers extreem gevoelig werden voor onzekerheid en reputatieschade na eerdere crises, zoals BSE (gekkekoeienziekte).
Sindsdien zit vogelgriep vast in een noodframe. Detectie of het vermoeden ervan activeert automatisch nationale draaiboeken, noodmaatregelen en handelsbeperkingen. Dat frame past bovendien bij de structuur van de pluimveesector zelf, met zeer grote aantallen dieren, hoge concentratie in bepaalde regio’s, genetische uniformiteit en een sterke afhankelijkheid van constante doorstroming. Daardoor is de sector economisch kwetsbaar; kleine verstoringen hebben grote gevolgen voor de export en die kwetsbaarheid wordt bestuurlijk vertaald naar ‘hoog risico’. Tegelijk functioneren diergezondheidsregels ook hier als handelsinstrument. Het is politiek en juridisch gezien eenvoudiger om de grenzen te sluiten met een beroep op diergezondheid, dan om openlijk protectionistisch te zijn. Vogelgriep is daarvoor bruikbaar geworden en koeiengriep niet. Influenza bij koeien is min of meer genormaliseerd als bedrijfsprobleem en ingebed in sectorale beheers-programma’s en routineonderzoek door veeartsen. Het verschil zit hem dus niet in de ziekteverwekker, maar in de historische, economische en politieke positie van de sector en het kader dat daar bestuurlijk omheen is gebouwd.
Deze manier van risicoanalyse hangt samen met hoe de veehouderij is ingericht. Het werkt anders in sterk exportgerichte landen met een hoge vee-dichtheid dan in landen die vooral voor de eigen markt produceren. In landen waar de veehouderij kleinschaliger is en vooral op de eigen markt is gericht, blijft een ziekte vaker een lokaal probleem. Het raakt een bedrijf, soms een regio, maar niet meteen de hele sector. Boerderijen zijn bovendien vaak familiebedrijven, die diep in een gemeenschap zijn verankerd. Een ingreep als ‘ruimen’ schaadt dan niet alleen dieren en inkomsten, maar ook families en dorpen. Daarom wordt er daar vaker gekozen voor lokale maatregelen, acceptatie of behandeling van de zieke dieren.
In Nederland worden bijna honderd miljoen kippen gehouden, waarbij 80% van de eieren en het kippenvlees bestemd is voor de wereldmarkt. Nederland is een van de grootste exporteurs van pluimveevlees in Europa. Deze exportafhankelijkheid betekent dat een uitbraak niet alleen een bedrijf treft, maar hele handelsketens raakt. Zodra de formele status van ‘ziektevrij’ onder druk komt te staan, kan de export stilvallen en de productie vastlopen.
Exporteren betekent ook dat een land zich conformeert aan internationale normen en waarden. Bij de internationale handel draait het vooral om status en vertrouwen. Landen verhandelen niet alleen vlees, eieren of dieren, maar ook garanties over herkomst en gezondheidsstatus. Zodra die status wegvalt, kan de handel stilvallen. Niet omdat het product gevaarlijk is, maar omdat de formele zekerheid ontbreekt. Het handelsrisico waar het beleid op reageert, zit hem dus niet in consumptiegevaren, maar in het verlies van status en markttoegang.
De overheid spreekt over ‘ruimen’ in plaats van doden of vernietigen. Dat woord klinkt technisch en neutraal en maakt ingrijpende maatregelen makkelijker aanvaardbaar. Ook de financiële kant hoort daarbij. Wanneer dieren worden geruimd, krijgen boeren een vergoeding uit het Diergezondheidsfonds. Die compensatie voorkomt financiële schade voor de boer en maakt snelle uitvoering mogelijk. De angel van mogelijk verzet wordt er zo uitgehaald.
Samen zorgen classificatie, taal en compensatie ervoor dat het systeem zichzelf in stand houdt. Zo wordt handelslogica gepresenteerd als gezondheidslogica.Het massaal doden van dieren wekt de indruk dat er sprake is van uitzonderlijk gevaar. Dat beeld maakt het ruimen logisch in de ogen van het publiek. Twijfel, debat of verzet lijkt daardoor al snel ongepast of onverantwoord. Biologisch gezien is vogelgriep echter geen uitzonderlijk of gevaarlijk fenomeen. Net als bij mensen verloopt het meestal mild en alleen een enkele keer pakt het voor een individuele kip (of andere vogel) ernstig uit.
Opvallend genoeg ontbreekt een derde mogelijkheid binnen dit kader: ‘uit laten zieken’ wordt nauwelijks besproken. Niet omdat het biologisch onmogelijk is, maar omdat het bestuurlijk slecht past en botst met het streven naar de formele ziektevrije status van een land.
Dat de crisisstatus van een dierziekte niet wordt bepaald door het biologische risico maar een bestuurlijke constructie behelst, is afkomstig uit de tijd van de wereldhandel-schaalvergroting en functioneert nog steeds binnen dat kader. Dat maakt haar historisch, gebaseerd op achterhaalde feiten, en daarmee ook bespreekbaar en veranderbaar. Een land kan ervoor kiezen minder afhankelijk te worden van export, of pleiten voor aanpassing van de internationale normen. Dat vraagt geen technische doorbraak, maar een politieke keuze.
Wat vertel ik mijn medemens?
- Wat als crisis geldt, is geen biologisch gegeven, maar een bestuurlijke keuze.
- Ziekten die minder of geen handelsimpact hebben, worden anders behandeld, ook wanneer die voor de dieren zelf ernstiger zijn.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via