Bernard Zevenhuizen
Nu ontwikkelen jongeren een tweede, digitale identiteit die soms de echte identiteit in het werkelijke leven overschaduwt. De digitale wereld maakt het voor jongeren moeilijker dan voorheen om hun eigen authentieke zelf te ontwikkelen.
Enquêtes laten zien dat adolescenten en jongvolwassenen gemiddeld zes tot zeven uur per dag besteden aan het kijken naar schermen in plaats van gezichten. De werkelijkheid ervaren ze via sociale media, games en platforms, en online community’s. Hun blik is niet gericht op de substantiële onvervalste werkelijkheid maar op een digitale schijnwerkelijkheid, een schijnwerkelijkheid waarvan ouders van tieners vaak geen weet hebben. Dat kan niet anders dan een effect hebben op het welzijn van jongeren, en het brengt gevaren met zich mee. Om een voorbeeld te noemen: er bestaan pro-ana-sites, waarbij pro-ana staat voor ‘professional anorectic’, waarbij anorexia nervosa en andere eetstoornissen als een levensstijl worden gepresenteerd in plaats van als een stoornis. Onzekere meisjes kunnen verdwaald raken op zo’n site en terechtkomen in een duistere wereld waarin men elkaar opjut om te liegen over eigen eetgedrag en gewichtsverlieswedstrijden houdt. Inmiddels bestaat op TikTok de hashtag ‘skinnytok’, waarmee een vertekend schoonheidsideaal wordt verspreid.
Daarnaast wordt de digitale ruimte overspoeld met seksuele en transgender inhoud. Hierdoor kunnen jongeren met psychische problemen of normale jeugdige onzekerheid tot de conclusie worden geleid dat ze in het verkeerde lichaam zijn geboren. Volgens het Fonds Slachtofferhulp krijgt de helft van jongeren tussen 12 en 25 jaar ook te maken met online seksueel misbruik, zoals sextortion, grooming en verspreiding van hun naaktfoto’s.
Daarnaast gaat veel tijd verloren aan game waarin men de held speelt in schietpartijen of met een alter ego in een sprookjeswereld rondloopt. Een aan McDonald’s en energiedrankjes verslaafde tiener met obesitas kan zich in die andere, digitale wereld een gespierde aantrekkelijke hunk wanen, of een tienermeisje waant zich een soort onweerstaanbare barbiepop. Daarbij kan men met toepassing van AI de werkelijkheid nog verder vervormen en zich met filters heel anders presenteren. Een ideaalplaatje van jezelf laten zien en anderen zien via een opgepoetst ideaalbeeld, wordt een onderdeel van de ‘normale’ alledaagse wereld.
Met de enorme focus op de digitale wereld wordt het vermogen om zich te concentreren op de werkelijkheid aangetast. Notificaties, feeds en de eindeloze druk om te reageren, of in te grijpen, zorgen voor spanning en onrust.
Daarbij heb je nog influencers, jongeren die op internet een groot bereik van volgers hebben opgebouwd door informatie over een geïdealiseerd leven te delen. Het grote bereik met die talloze volgers is genoeg voor beroemdheid, een bijzonder talent is er niet voor nodig. Vaak worden deze influencers door bedrijven gesponsord, in ruil voor promotie van producten die de volgers een gedeeld geluk zouden opleveren. Jongeren zijn daar in het bijzonder vatbaar voor. In coronatijd werden influencers zelfs door de overheid ingehuurd om burgers te overtuigen van de noodzaak van de maatregelen. In totaal zijn destijds in Nederland zestig meestal betaalde influencers ingezet in het kader van de campagne ‘Alleen Samen’.
Big Tech en allerlei belangengroepen zowel als de overheid gebruiken de digitale wereld om controle en macht te verwerven door afleiding waarbij jongeren worden verleid om de blik af te wenden van de echte wereld, wat mogelijk wordt gemaakt door middel van allerhande games en AI. Dit kan allemaal onder de noemer ‘virtueel’ worden gerangschikt. Virtueel betekent in feite niets anders dan iets dat niet bestaat in de fysieke wereld maar dat wel kunstmatig gedefinieerd kan worden en een zekere mate van betekenis kan krijgen.
Big Tech conditioneert kinderen en jongeren door ze verslaafd te maken aan wat op de verschillende schermen wordt aangeboden. Daarbij wordt gebruikgemaakt van theoretische handleidingen. Zo is er B.J. Fogg, een Amerikaanse sociale wetenschapper en adjunct-professor van de Universiteit van Stanford. Hij is oprichter en directeur van het Stanford Behavior Design Lab en mag worden gezien als de initiatiefnemer van een nieuwe studietak: de kunst van gedragscontrole middels technologie. Elke ping, swipe en like is verslavend. Jonge kinderen die nog niet eens de leeftijd hebben bereikt waarop ze kunnen lezen en schrijven, worden al geconfronteerd met schermen die zijn ontworpen om kinderen te wennen aan verslavend gedrag. Dit kan uiteindelijk leiden tot een mentale gezondheidscrisis.
Maatschappelijke verbinding met anderen en familiebanden worden op deze manier ondermijnd, en het ontdekken van de omringende werkelijke wereld en het maken van vrienden worden erdoor ingeperkt. Niet voor niets gaf Bill Gates zijn kinderen geen smartphone voordat zij hun veertiende jaar hadden bereikt. Een voormalige hoge CEO bij Facebook, Chamath Palihapitiya, heeft verklaard dat hij zijn eigen kinderen heeft verboden om sociale media te gebruiken. De Big Tech-elite weet hoe funest sociale media en digitale technologie voor kinderen kunnen zijn, maar brengt het toch op de markt.
Big Tech zet met opzet en met behulp van gedragswetenschap dit alles in in de wetenschap dat kinderen en adolescenten die naar volwassenheid toegroeien, in sociale vaardigheden, ambitie en concentratie misdeeld zullen zijn. De hersens en de geest van deze jonge mensen worden als het ware gegijzeld door technieken van onophoudelijk scrollen, constante updates, likes en comments van dingen die er in het werkelijke leven niet toe doen. Mensen blijven veel langer online dan ze eigenlijk willen. James Williams, een voormalige medewerker van Google die zich heeft ontpopt als criticus van Big Tech, noemt de Big Tech-industrie de grootste en meest gecentraliseerde vorm van aandachtscontrole in de menselijke geschiedenis.
Naast Big Tech zijn er de belangengroepen die jongeren voor hun doeleinden willen gebruiken. Zo wordt de transgender agenda online bewust aangejaagd. Onzekere tieners die geconfronteerd worden met online transactivisme kunnen al gauw in de echoput belanden van de herhaalde bewering dat al hun problemen worden veroorzaakt door het feit dat ze eigenlijk transseksueel zijn. Van niet goed in je vel zitten naar het denken dat je in een verkeerd lichaam bent geboren is dan soms maar een kleine stap. Online circuleren verschillende adviezen dat je mag liegen tegen je ouders en psychologen en dingen achter mag houden, om hen van dat verkeerde lichaam te overtuigen; er wordt zelfs geadviseerd hoe je je moet gedragen om hormoontherapie gedaan te krijgen. Voorlichting en kritiek die bedoeld zijn als tegengif worden door internetproviders, websites en de overheid gecensureerd en bestempeld als ‘lhbtiq haat’.
Volgens een studie van onderzoeksbureau Newcom is 63% van de Nederlanders inmiddels voor een verbod op het gebruik van sociale media door jeugdigen onder de 16 jaar. In Australië geldt al sinds eind 2025 een dergelijk verbod, ook voor kinderen onder de 16. Uit het ontwerp-coalitieakkoord van het te vormen nieuwe Nederlandse kabinet blijkt dat men wil dat er een Europese minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media komt, alsmede ‘privacyvriendelijke leeftijdsverificatie’ voor jongeren. Dit is echter geen overheidstaak en wellicht een voorbode van meer verificatie en controle op iedereen als een obstakel voor toegang tot internet. De verantwoordelijkheid ligt in de eerste plaats bij de ouders om hun kinderen te beschermen tegen het constante bombardement van online beïnvloeding.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via