Skip to main content Scroll Top

Militarisering van het hoger onderwijs

132 Militarisering van het hoger onderwijs
Militarisering van het hoger onderwijs

Tjeu Lemmens

“Wij zijn het volgende doelwit van Rusland: we lopen eigenlijk nu al gevaar.” Dat was de alarmerende boodschap van Mark Rutte in zijn toespraak op de veiligheidsconferentie in Berlijn, 11 december 2025. De vermeende oorlogsdreiging van ‘agressor’ Poetin heeft Nederland ertoe gebracht om met grote snelheid de krijgsmacht, die tot voor kort doelwit was van bezuinigingen en verwaarlozing, te versterken en deels van de grond af aan opnieuw op te bouwen. Deze hernieuwde militarisering van Nederland heeft grote maatschappelijke impact en burgers worden vrijwel dagelijks geconfronteerd met dit nieuwe beleid, onder andere door de invoering van extra belastingen, waarvan een deel de eufemistische naam ‘vrijheidsheffing’ draagt. Deze oorlogsbelasting moet vanaf 2028 ruim € 5 miljard opleveren, waarvan burgers een twee derde deel betalen en het bedrijfsleven de rest. Alsof burgers en bedrijfsleven twee gescheiden werelden zijn – uiteindelijk worden lastenverhogingen voor het bedrijfsleven altijd verdisconteerd in consumentenprijzen. Naast lastenverzwaring, wordt de militarisering ook gefinancierd door een verslechtering van de sociale voorzieningen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Word nu abonnee van Gezond Verstand Magazine

Kies uit een jaar– of kwartaalabonnement en ontvang de meest kritische en onafhankelijke kijk op actuele onderwerpen.
Wil je liever digitaal lezen? Voor slechts €60 per jaar heb je al een digitaal abonnement.
Je krijgt na je bestelling direct toegang tot alle uitgaven op de website.

De oorlogsvoorbereiding heeft eveneens grote invloed op maatschappelijke terreinen waarmee betrekkelijk weinig burgers dagelijks te maken hebben, namelijk het onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek aan hogescholen en universiteiten. Het Nederlandse ministerie van Defensie wil nauwer gaan samenwerken met deze HBO/WO-instellingen (Hoger Beroeps Onderwijs en Wetenschappelijk Onderwijs) om hun (technologische) kennis en onderzoekservaring te benutten voor het vergroten van de militaire slagkracht. Defensie beoogt ook de beschikbare manschappen in 2030 aangevuld te hebben tot 100.000 reservisten, dat zijn deeltijdmilitairen met daarnaast een andere deeltijdbaan. Een deel van de benodigde mannen en vrouwen wil Defensie gaan werven uit de studentengeledingen van HBO en WO. De bestuurders van deze kennisinstituten staan welwillend tegenover samenwerking en beschouwen uitwisseling van expertise als een ‘vruchtbare kruisbestuiving’.

“Defensie en onderwijs moeten dichter bij elkaar komen”, betoogde Dick Schoof, toen hij nog premier was. Thans is het hoger onderwijs – in samenspraak met Defensie – drukdoende militaire minoren te ontwikkelen. Minoren zijn HBO/WO-studietrajecten met een met de hoofdstudie samenhangend vakkenpakket van een kwartaal of een half jaar. Hogescholen in Leeuwarden en Breda zijn daar al mee gestart. Vanaf februari 2026 vangt de Hogeschool van Amsterdam (HvA) aan met drie militaire minoren, waarvan Defensie grotendeels verantwoordelijk is voor de inhoud. Studenten volgen eerst tien weken theoretische vakken op de HvA, waarna zij tien weken lang vijf dagen per week militair getraind worden op een kazerne in Amsterdam met gratis inwoning. Toelatingsvoorwaarde is geschiktheid, blijkend uit een intelligentietest en lichamelijke- en psychologische keuringen. Na afronding van de training treden zij in dienst van de krijgsmacht als reservist in een officiersrang en krijgen ze een uniform aangemeten. Degenen met een journalistieke opleiding worden als reservist verder getraind in het opsporen van ‘desinformatie’. Henk Geveke, sinds 1 maart 2025 lid van het College van Bestuur van de HvA, motiveert de samenwerking als volgt: “In Amsterdam kunnen we niet wegkijken van de veiligheidsvraagstukken van onze tijd. Daarom zetten we samen met Defensie kennis en innovatie in om bij te dragen aan de vrijheid en veiligheid van ons allemaal.”

Niet alleen infiltreert de krijgsmacht in het hoger onderwijs via militaire minoren, maar ook via de aanstelling van hooggeplaatste militairen als bijzonder hoogleraar aan universiteiten en lector aan hogescholen. Deze benoemingen worden gepresenteerd als een symbiose, die profijtelijk is voor zowel de HBO/WO-instelling als voor de krijgsmacht. Deze militaire ‘hoogleraren’ en ‘lectoren’ krijgen een vorstelijk budget mee voor het stimuleren van onderzoek bij hun kennisinstelling, onder voorwaarde dat de resultaten ingezet kunnen worden voor het opkalefateren van de krijgsmacht. De genoemde Geveke was eerder bestuurder bij de Nationale Politie en directeur van TNO Defensie & Veiligheid. De toelating tot de bestuurskamer van de HvA van iemand met een defensieachtergrond vormt een opmaat tot de benoeming van een groeiend aantal hooggeplaatste militairen aan HBO/WO-instellingen.

132 Militarisering van het hoger onderwijs

Naast het ontwikkelen van militaire minoren en de aanstelling van militairen als docenten, heeft de krijgsmacht ook nog een speciaal opleidingsinstituut in het leven geroepen dat zich uitsluitend richt op HBO- en WO-studenten. Dit in 2023 opgerichte instituut draagt de modieuze naam Defensity College en biedt studenten een betaalde deeltijdopleiding tot militair en lokt hen met teksten als: “Wil jij met jouw bijbaan het beste uit je studententijd halen? Steek je kennis in een uniform… Met een bijbaan van 1 à 2 dagen in de week ontdek jij hoe het is om te werken voor een organisatie die van aanpakken weet, terwijl je jouw eigen studiekennis in praktijk brengt voor vrede en veiligheid.”

De afgelopen jaren hebben velen die verbonden zijn aan Nederlandse HBO/WO-instellingen gedemonstreerd tegen de samenwerking met Israëlische universiteiten, vooral wegens hun verstrengeling met de Israëlische krijgsmacht. Vanuit dat oogpunt is de optimistische visie van het Nederlandse HBO/WO-bestuur op samenwerking met de krijgsmacht tamelijk hypocriet. Daarnaast veronderstelt samenwerking dat de HBO/WO-instanties onafhankelijk van elkaar kunnen opereren. In hun relatie schuilen echter grote onevenwichtigheden en die hebben alles te maken met hiërarchie en financiering. Immers, Defensie mag in 2026 € 27 miljard besteden, een stijging van 15% ten opzichte van 2025 en het militaire budget stijgt jaar op jaar verder met dubbelcijferige percentages. Daarentegen wordt het hoger onderwijs van overheidswege geconfronteerd met fikse bezuinigingen. Met een goedgevulde geldbuidel kan Defensie de inhoud van onderwijs en onderzoek dwingend sturen, want de hand die geeft, staat boven de hand die ontvangt.

Bovendien zijn universiteiten in de afgelopen twee decennia voor hun inkomsten deels afhankelijk geworden van de instroom van studenten van buiten de EU. Deze studenten betalen het tienvoudige collegegeld van wat EU-studenten verschuldigd zijn, en die gelden vormen een aanzienlijk deel van het HBO/WO-budget. Veel niet EU-studenten hebben de Chinese nationaliteit. Na terugkomst in hun vaderland vinden velen daarvan direct of indirect goed betaald emplooi bij de Chinese wapenindustrie. China en Rusland zijn onze twee belangrijkste militaire tegenstanders, aldus voormalig minister van Defensie Brekelmans. Nu militairen het onderwijs- en onderzoeksbeleid van kennisinstituten naar zich toe trekken, zullen zij de toestroom van studenten uit landen die forse militaire ambities hebben, verbieden. Bovenop de bezuinigingen vanuit de overheid, betekent dat nog een extra aderlating.

Een belangrijk aspect van academische vrijheid bestaat uit het voor iedereen vrij toegankelijk zijn van onderzoeksresultaten. Hiervoor is een uitgebreid netwerk van wetenschappelijke tijdschriften opgericht, waarin onderzoekers hun nieuw verworven kennis kunnen publiceren. Uitspraken van Brekelmans laten er echter geen misverstand over bestaan dat innovaties die bruikbaar zijn voor de Nederlandse krijgsmacht niet mogen uitlekken naar de tegenstanders. Hij overgiet dit met een militair sausje door te praten over de “veiligheid van kennis” waaraan hogescholen en universiteiten moeten blijven werken. Dit komt feitelijk neer op een publicatieverbod. Het gevolg is een rigoureuze omwenteling in het belonings- en bevorderingssysteem aan kennisinstituten waar ‘output’ – lees: publicaties – de allesbepalende graadmeter vormt voor waardering en carrière. Of onderzoek leidt tot innovatief wapentuig, zal door militairen vastgesteld worden en bepalend zijn voor wetenschappelijke loopbanen. Dat vergt een academische ethiek, die bij veel wetenschappers gewetensbezwaren zal opwekken. Enkele wetenschappers hebben hiervoor al recentelijk in reguliere kranten gewaarschuwd. De kern van de kritiek is, dat wanneer HBO/WO-instellingen verlengstukken van Defensie worden, wetenschappers gedwongen worden hun talenten te gebruiken voor het ontwikkelen van wapens, en onderzoek naar vreedzame oplossingen moeten afzweren.

In samenwerking met het militair-wetenschappelijk tijdschrift Militaire Spectator (het maandblad is opgericht in 1832) pareert een militair historicus dit academische toekomstbeeld met te stellen dat het hier zou gaan om: “een gevaarlijke vorm van academische naïviteit, die realistisch veiligheids-denken infantiliseert”. Voorts beschuldigt deze historicus potentiële gewetensbezwaarden van karakterloosheid: “Een wetenschapper die weigert in de realiteit van geweld, macht, escalatie en strategische competitie te stappen omdat dit ‘te militair’ zou zijn, capituleert moreel en intellectueel en trekt zich terug in een fictieve wereld van wensdenken en pacifisme.”

Het doel is duidelijk; alle inspanningen moeten leiden tot een sterke vergroting van de krijgsmacht, onder andere door het kweken van reservisten. Dat de wervingsacties zich richten op HBO/WO-studenten is een signaal dat met militarisering van het hoger onderwijs voorgesorteerd wordt op het reactiveren van de dienstplicht door herinvoering van de opkomstplicht. Opmerkelijk genoeg ontbreekt in het coalitieakkoord van CDA, D66 en VVD een in steen gebeitelde paragraaf waarin beëindiging van de oorlog in Oekraïne – gepaard gaand met vredesbesprekingen – de hoogste prioriteit heeft. Integendeel, onze bewindvoerders zetten zwaar in op militarisering en kibbelen voor de bühne over wat de meest geschikte groepen in de samenleving zijn om de zwaarste financiële lasten aan te kunnen opleggen.

 

Wat vertel ik mijn medemens?

Het Nederlandse ministerie van Defensie wil nauwer gaan samenwerken met HBO/WO-instellingen om hun (technologische) kennis en onderzoekservaring te benutten voor het vergroten van de militaire slagkracht.

Ook wil Defensie een deel van de per 2030 beoogde 100.000 reservisten gaan werven uit de studentengeledingen van HBO en WO.

– einde artikel –

Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand

Volg ons op social media

Kijk en beluister Gezond Verstand via

X


Dit artikel is alleen voor abonnees
Login als abonnee of abonneer je om onbeperkt alle artikelen te lezen.
Word nu abonnee van Gezond Verstand Magazine

Kies uit een jaar– of kwartaalabonnement en ontvang de meest kritische en onafhankelijke kijk op actuele onderwerpen.
Wil je liever digitaal lezen? Voor slechts €60 per jaar heb je al een digitaal abonnement.
Je krijgt na je bestelling direct toegang tot alle uitgaven op de website.

Gerelateerde berichten

Loading...
Privacybeleid
Wanneer u onze website bezoekt, dan kan deze informatie via je browser opslaan voor specifieke services, meestal in de vorm van cookies. Hieronder kunt je je privacyvoorkeuren wijzigen. Houd er rekening mee dat het blokkeren van cookies van invloed kan zijn op je ervaring op onze website en de diensten die we aanbieden.