Sander Boon
Trumps tweede termijn markeert een geopolitieke verschuiving van de door de VS gedomineerde rules-based order naar balance of power, waarbij nationale soevereiniteit en multipolariteit voorop staan. Trump ziet de rules-based order voor wat die is – een soevereiniteit-ondermijnende bureaucratische en corrumperende moloch – en is consequent bezig om de VS te onttrekken aan de tentakels van de gefinancialiseerde globalisering. Volgens Rabobank-econoom Michael Every kan Trumps aanpak worden gezien als een ‘reverse perestroika’ (in een op 22 januari jl. gepubliceerd rapport), een omkering van de hervormingen die Sovjet-leider Gorbatsjov in de jaren 1980-1990 doorvoerde. Waar Gorbatsjov de Sovjet-economie wilde verschuiven van militaire productie en kapitaalaccumulatie naar consumptie en marktvrijheid – met catastrofale gevolgen – streeft Trump naar het tegenovergestelde: een transitie van Amerikaanse consumptie en financialisering naar investeringen in industrie en defensie. Dit uit zich in onverwachte acties, zoals interventies in Venezuela en Groenland, en een ‘National Security Strategy’ die economische met nationale veiligheid versmelt.
Het resultaat is een breuk met globalisering, introductie van neo-mercantilisme via tarieven, exportcontroles en controle over kritieke toeleveringsketens. Het leidt tot toenemende spanningen en de-globalisering van de economie. Deze verschuiving veroorzaakt een diepe kloof in internationale allianties, met de VS dat een nieuw blok van politiek en economisch gelieerde landen nastreeft, vergelijkbaar met een omgekeerd ‘Warschaupact’. Traditionele bondgenoten, zoals NAVO-lidstaten, Japan en Zuid-Korea, worden gedwongen tot hogere defensie-uitgaven en beleidswijzigingen, inclusief tariefmuren op handel en een rem op migratiestromen en groene initiatieven.
Tegelijkertijd biedt Trump een alternatief ontwikkelingsmodel aan niet-westerse landen, met investerings-beloften en stablecoins om de dollarhegemonie te behouden en begrotingstekorten te financieren. Dit leidt tot een gefragmenteerde wereld met economische clusters, confrontaties met rivalen als China en de BRICS, en risico’s op inflatie, politieke instabiliteit of zelfs mislukking. Toch kan succes een gebalanceerde groei binnen blokken opleveren, aldus Every. Maar het markeert onherroepelijk het einde van de post-Koude-Oorlog-globalisering, die de geopolitieke relaties herdefinieert.
De rules-based international order is altijd gepresenteerd als een systeem gebaseerd op gedeelde waarden. Door de tijd heen zijn die aangevuld met nieuwe modieuze waarden, zoals diversiteit, inclusie, genderfluïditeit, duurzaamheid en klimaatdwang. In werkelijkheid dienden deze bij elkaar geraapte ‘waarden’ als dekmantel voor machtspolitiek, waarbij machtige naties regels naar believen interpreteerden. Territoriale integriteit gold bijvoorbeeld voor Oekraïne, maar niet consistent voor andere conflictgebieden; vrije handel was heilig, totdat eigen industrieën beschermd moesten worden. Deze selectieve toepassing creëerde een ‘leugen’ waarin bureaucraten, politici en media meespeelden, vergelijkbaar met Václav Havels beschrijving in zijn boek The Power of the Powerless (1978) van “living within the lie” – een collectieve medeplichtigheid die totalitaire systemen in stand houdt.
In deze leugen kan corruptie welig tieren. Een misvatting over corruptie is dat er sprake is van enveloppen met contant geld of dure auto’s en villa’s. Dat is echter de corruptie voor amateurs. In de hoogste regionen van de technocratie werkt het anders. Daar is sprake van netwerkcorruptie en verrijkt men zich niet persoonlijk, maar institutioneel. Vaker gaat het meer om invloed- en welvaart-brengende posities dan om alleen geld. Hannah Arendts analyse van de Pentagon Papers over de Amerikaanse leugens en deceptie rondom de Vietnamoorlog (gepubliceerd in The New York Review of Books in 1971) illustreert hoe herhaalde leugens in deze wereld een alternatieve realiteit scheppen, waarin feiten flexibel zijn en leiders niet aanspreekbaar op de werkelijkheid.
In de rules-based order manifesteerde dit zich toen in bureaucratische ficties, zoals militaire rapportages die voertuigen zonder wielen als ‘operationeel’ bestempelden. De term ‘waarden’ zelf werd een corruptie-instrument: een vergaarbak van verzonnen uitgangspunten die interventies legitimeerden onder het mom van morele superioriteit, terwijl echte belangen, zoals olie of hegemonie, verborgen bleven. Karel van Wolferen waarschuwde in een artikel uit 2012, Down with ‘Western Values’, al voor deze vaagheid, die polarisatie voedt en universele menselijke overeenkomsten – zoals aversie tegen oorlog en verlangen naar veiligheid – negeert. Deze waarden zijn niet exclusief westers, maar resoneren wereldwijd, van Azië tot het zuidelijk halfrond. Ze worden echter gemaskeerd door ons huidige door financialisering gevoede ‘crony-kapitalisme’.
Waar Trump de rules-based order proactief ontmantelt, ontmantelde Mark Carney – voorheen voorzitter van de Bank of Canada, daarna de Bank of England en daarmee de technocratische onderkoning van de rules-based order – de leugen in zijn WEF-speech. Carney verwees expliciet naar Havels ideeën over leven in een leugen. Echter niet om schoon schip te maken. In zijn pleidooi hield hij op welhaast Orwelliaanse wijze uitdrukkelijk vast aan de machtsstructuur, door te stellen dat middelgrote landen zich moeten gaan verenigen rondom dezelfde gedeelde waarden van de rules-based order, zij het zonder Amerikaanse dominantie. Hij riep ‘middle powers’ – inclusief Canada – op om coalities te vormen rond concrete onderwerpen, zoals gezamenlijke inkoop van mineralen of handelsverdragen, en te kiezen voor ‘values-based realism’. Carney positioneerde zich als een soort mini-Trump van de nog te vormen alliantie van middelgrote landen.
Carney’s voorstel klonk als een nieuwe koers, maar bleek opportunistisch. De hypocrisie kwam niet alleen naar voren in zijn eigen pleidooi, maar ook uit de handelsovereenkomst die hij enkele dagen eerder met China ondertekende. Canada zou de tarieven op Chinese elektrische voertuigen verlagen naar 6,1%, tot 49.000 voertuigen per jaar, in ruil voor China’s verlaging naar 15% van tarieven op Canadese koolzaadolie en enkele andere producten. Dit werd gepresenteerd als een nieuw begin na jaren van spanningen, maar het ondermijnde Carney’s boodschap van samen optrekken. VS-minister van Financiën Scott Bessent waarschuwde dat dit Canada tot een doorgeefluik zou maken voor Chinese goederen in de VS, gezien de geïntegreerde markten. Trump dreigde met 100%-tarieven en Carney kwam tot inkeer. Zijn pleidooi voor een alliantie van ‘middle powers’ houdt dus niet alleen de hypocrisie van de rules-based order in stand, maar gaat in de nieuwe mondiale setting überhaupt niet werken.
Europa staat erbij en kijkt ernaar. Het oude continent verkeert in diepe verwarring over de snelle verschuivingen. Twee groepen tekenen zich af: leiders als de voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen, de Franse president Emmanuel Macron en de Finse premier Alexander Stubb prijzen Carney’s analyse en pleiten voor zijn hypocriete hergroepering, inclusief het aanhalen van banden met het protectionistische China en de onrendabele investeringen in duurzaamheid. Ook is er een meer pragmatische groep, zonder duidelijke contouren, die de spanningen minimaliseert als ‘geen breuk, slechts verandering’. In welke richting die verandering gaat en hoe hierop te reageren, is voor hen echter nog ongewis. De verwarring wortelt in nostalgie over de NAVO en de EU als morele bakens, maar botst nu met de realiteit.
De versplintering van de rules-based order en de gedeelde ‘waarden’ komt in Europa des te harder aan, omdat het de verkeerde les uit de Tweede Wereldoorlog heeft getrokken. Nationalisme werd als groot kwaad bestempeld, wat leidde tot supranationale structuren. Dit creëerde een nieuw transnationaal totalitarisme. De Europese bestuurlijke elite is ontvankelijk geworden voor dezelfde ideologieën en netwerkcorruptie die zijn veroorzaakt door de rules-based order. De EU dwingt met autonome instellingen als de Commissie en het Hof ideologische kaders af op het gebied van geopolitiek, migratie, klimaat en digitaal beleid, en beschouwt kritiek hierop als een aanval op de ‘Europese waarden’. Deze paradoxale uniformering ondermijnt het oorspronkelijke doel: bescherming van individu en samenleving tegen de overheid en tegen ideologische overheersing. De weg uit dit moeras kan alleen worden gevonden door afscheid te nemen van arbitraire ‘waarden’ en een weloverwogen keuze voor gedeelde en cultuur-overstijgende principes.
Wat vertel ik mijn medemens?
- Bureaucratie, politiek, wetenschap en media zijn gaan geloven in de ‘waarden’ van de eigen ‘order’.
- De weg naar een nieuw mondiaal evenwicht ligt in een herwaardering van cultuur-overstijgende principes.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via