Esther Hendriksen-Mauriks
In de politieke arena zijn er ook veranderingen waar te nemen die bijdragen aan een cultuur die de dood verheerlijkt, onder het mom van progressieve vrijheid en persoonlijke autonomie. Dit beleid legt de nadruk op economische efficiëntie en een doorgeschoten vorm van zelfbeschikking, met onmenswaardige gevolgen. Ontwikkelingen in de medische ethiek illustreren deze trend op pijnlijke wijze. Zo gaan er stemmen op voor euthanasie bij depressie of ‘voltooid leven’. In de media verschijnen ijzingwekkende gedachte-experimenten over financiële beloning in ruil voor vrijwillige euthanasie. Ook de verruiming van de embryowet – waarbij experimenten op menselijke embryo’s worden toegestaan – het ontzeggen van zorg aan ouderen en de extreem late Nederlandse abortustermijnen zijn stuk voor stuk tekenen van een zich in de maatschappij dieper wortelende doodscultus.
De glijdende schaal van euthanasie
Nederland was in 2002 het eerste land ter wereld dat euthanasie legaliseerde. Aanvankelijk stond de wet euthanasie toe bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden ongeacht fysieke of psychische oorzaak. Sindsdien breidt in de praktijk de toepassing zich sluipenderwijs uit. Als het aan D66 ligt, kunnen straks ook ouderen van 75 jaar en ouder die hun leven ‘voltooid’ achten, zonder medische noodzaak een euthanasieverzoek indienen, waardoor de drempel verder wordt verlaagd. Hoewel dit voorstel brede maatschappelijke weerstand heeft ontmoet, zet het wel de toon voor een maatschappij die de economische bruikbaarheid van haar inwoners boven hun intrinsieke waarde laat prevaleren.
In een artikel dat recentelijk in het Algemeen Dagblad verscheen, werd geopperd om ouderen vroegtijdig te laten kiezen voor euthanasie in ruil voor financiële compensatie voor hun nabestaanden. In zijn boek De Staatsinjectie betoogt hoogleraar vergrijzingsvraagstukken Tinie Kardol dat ouderen in een samenleving waarin zorgkosten stijgen en middelen schaars worden, mogelijk zouden kiezen voor euthanasie als hen een financiële prikkel wordt geboden. Dit gedachte-experiment is niet alleen luguber, maar ook alarmerend dicht bij de realiteit. De coronatijd bracht al discussies over het ‘nut’ van dure behandelingen voor ouderen aan het licht, waarbij termen als ‘dor hout’ door opiniemakers werden gebruikt om de sterfgevallen onder ouderen te rationaliseren en eventueel noodzakelijk geachte triage (selectie van wie medische hulp verdient en wie niet) te normaliseren.
Bij de verheerlijking van de dood speelt ook een onderliggende ideologie die de agenda aanstuurt van technocraten, wetenschappers en beleidsmakers die pleiten voor strikte bevolkingsbeheersing als de enige oplossing voor de vermeende milieuproblemen van de wereld. Prominente propagandisten van de Club van Rome, zoals Paul Ehrlich met zijn controversiële boek The Population Bomb (1968), hebben jarenlang gewezen op de vermeende gevaren van bevolkingsgroei, vaak met impliciete of expliciete pleidooien voor bevolkingsreductie om de aarde te redden van overconsumptie en ecologische vernietiging.
Dat overwegingen met betrekking tot het recht op leven zich niet beperken tot de oudere generatie, blijkt onder andere uit toenemende druk op jongeren om zich te bezinnen op het krijgen van kinderen. Milieu-activistische organisaties roepen jongeren expliciet op om de ecologische voetafdruk te verkleinen en suggereren hierbij dat het afzien van de kinderwens daarin een belangrijke bijdrage vormt. Ook abortusartsen zien een stijging in het aantal abortussen waarbij de opgegeven reden door de moeders ‘klimaatangst’ is.
Tweede-trimesterabortus: een ethisch dieptepunt
Tijdens een Kamerdebat over medische ethiek op 15 januari jl. gebruikte Gideon van Meijeren (FVD) zijn spreektijd om aandacht te vragen voor het groeiende aantal abortussen in Nederland en voor het feit dat ons land het enige EU-land is waar abortus tot 24 weken legaal is. Ter vergelijking: de ons omringende landen hanteren doorgaans limieten van 10 tot 12 weken en op Malta is abortus zelfs verboden.
De abortustermijn in Nederland is met 24 weken zelfs een van de ruimste ter wereld. In deze fase van de zwangerschap is een foetus al volledig gevormd: van de wimpertjes en vingernageltjes tot aan volledig ontwikkelde organen, die zich aan het voorbereiden zijn op het leven buiten de baarmoeder. Een foetus van 24 weken kan zich al uitrekken, dingen stevig vastgrijpen, slikken, gapen, geluiden horen, de stem van de moeder herkennen en zelfs al pijn ervaren.
Om zijn betoog kracht bij te zetten en om de morele implicaties van deze abortuspraktijk te benadrukken, wilde Van Meijeren een anatomisch model van een 22 weken oude foetus op ware grootte tonen. Direct daarop werd hij onderbroken door de voorzitter, die de vergadering schorste en hem gebood het foetusmodel te verwijderen. Dit bewijst dat er niet alleen weinig tot geen ruimte is voor een kritische blik op medische praktijken die de ethische grenzen ernstig tarten, er wordt zelfs doelbewust voor gekozen de harde realiteit buiten het gezichtsveld van de veelal onwetende burger te houden.
Van Meijeren, genoodzaakt het debat te verlaten omdat hem niet werd toegestaan zijn betoog op de door hem verkozen wijze voort te zetten, publiceerde daarna op diverse socialmediaplatforms een krachtige video waarin hij de gruwelijke werkelijkheid van een abortus in het tweede trimester beschrijft. Hij liet zien hoe een foetus vanaf 13 weken aan stukken wordt gescheurd om uit de baarmoeder te kunnen worden verwijderd. Uit de meest recente Jaarrapportage Wet afbreking zwangerschap (Wafz) blijkt dat in 2023 meer dan 5.000 ongeboren baby’s in het tweede trimester op deze manier zijn geaborteerd. Een praktijk die volgens Van Meijeren elke ethische grens overschrijdt, temeer omdat de opgegeven redenen voor abortus in toenemende mate nauwelijks tot niets te maken hebben met de wettelijk verplichte “noodtoestand van de vrouw, die abortus onontkoombaar maakt”. Het is de plicht van abortusartsen hierop toe te zien, maar in de praktijk lijkt dit veelal niet te gebeuren.
Uit de stortvloed aan reacties naar aanleiding van zowel het debat als de later gepubliceerde video, blijkt dat veel Nederlanders niet of nauwelijks op de hoogte zijn van de in Nederland wettelijk toegestane abortuspraktijken. Dat het overgrote deel hiervan met afgrijzen kennis heeft genomen, heeft geleid tot ongenoegen bij de pro-abortusbeweging, die met incorrecte ‘factchecks’ door abortusartsen die zelf financieel belang hebben en derhalve de schijn van onafhankelijkheid tegen zich hebben, poogt de geleden schade terug te draaien.
Een machtsstructuur die heeft gebroken met morele waarden
Dit roept de vraag op of deze in het beleid geslopen doodscultus enkel is toe te dichten aan een doorgeslagen economisch nihilisme, of dat er achter de politieke agenda mogelijk een andere, al dan niet spirituele ideologie schuilgaat. Is het beleid van de afgelopen decennia een voorbode van een machtsstructuur die zichzelf losmaakt van traditionele morele waarden en het leven zelf steeds minder waardeert? Het lijkt zinvol de veronderstelling te overwegen dat een aanzienlijk aantal mensen in machtsposities de religieuze waarden die het leven als heilig beschouwen, afwijst. In plaats daarvan lijken zij de beëindiging van levens – via abortus, euthanasie of populatiereductie – als een soort bevrijding te zien, waarbij de mens zijn lot in eigen handen neemt.
Wat vertel ik mijn medemens?
- Er is een trend ontstaan die de verheerlijking van de dood en de afnemende waarde van het menselijke leven weerspiegelt.
- Aanvankelijk stond de wet euthanasie toe bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Sindsdien breidt in de praktijk de toepassing zich sluipenderwijs uit.
- Een hoogleraar vergrijzingsvraagstukken betoogt dat ouderen mogelijk zouden kiezen voor euthanasie als hen een financiële prikkel wordt geboden.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via