Einde van de postmoderne schijnkunst en schijnpolitiek

Jos Thommassen
Einde van de postmoderne schijnkunst en schijnpolitiek
Jos Thommassen
In de beeldende kunst is een duidelijk waarneembare overgang geweest van het modernisme naar postmoderne kunst. In de roerige jaren voor de Tweede Wereldoorlog vluchtten veel Westerse kunstenaars naar Amerika, met name naar New York, waardoor daar het nieuwe epicentrum van de moderne kunst zich ontwikkelde. In het boek Het geschilderde woord hekelt schrijver Tom Wolfe het feit dat in de moderne kunst de kunst plaats heeft moeten maken voor kunsttheorie. De criticus van The New York Times zei eens dat voor iemand die tegenwoordig een schilderij bekijkt ‘het ontbreken van een geloofwaardige theorie een fundamenteel gemis is’.
K

ortom, schrijft Wolfe: ‘Zonder bijbehorende theorie kan ik vandaag de dag geen schilderij meer zien.’ Het idee, het concept en de theorie vormden de nieuwe werkelijkheid in dit postmoderne denken. Er worden in de vooraanstaande galeries van New York geen schilderijen meer gewenst zonder theorie, hierna wordt de theorie belangrijker dan het schilderij en vervolgens hebben we alleen nog maar de theorie nodig. Deze ontwikkeling werd mede aangejaagd door een van de meest invloedrijke kunstcritici uit die tijd, Clement Greenberg, die het niet liet bij analyseren maar ook dicteerde.

Het concept werd norm. Het woord ging het schilderij overheersen; het schilderij werd slechts een vertegenwoordiging van het woord. Deze omkering werd in bredere zin waargenomen door de Franse intellectueel Jean Baudrillard, die zich ontwikkelde tot een toonaangevend denker over postmoderniteit. Volgens Baudrillard kan de Amerikaanse preoccupatie met filmsterren, glamour en idolatrie worden verklaard als een heftig offensief tegen het ontwaken uit die heerlijke schijnwereld, de Amerikaanse droom, waarna men wakker wordt in de werkelijkheid van schrijnende armoede, discriminatie, trailer trash (arme meest blanke bewoners van trailers) en leugenachtige politici. Volgens Baudrillard leeft de Westerse mens in een wereld gedomineerd door ‘valse kopieën van de werkelijkheid’: films, foto’s, schilderijen, romans, kranten, radio- en televisie uitzendingen.

Alan Watts gaf in de jaren zestig al aan dat onze cultuur steeds meer het symbool aanziet voor de werkelijkheid. De menukaart krijgt meer aandacht dan de maaltijd zelf. De taal heeft de overhand, het intellect maakt mensen blind voor werkelijke materiële eigenschappen. Mede daardoor zien we de  kwaliteit van goed gemaakte producten niet meer.
Het tijdperk van het postmodernisme is het tijdperk van de onechtheid, de waan en de hypnotische werking van taal. In het postmoderne tijdperk ligt er minder nadruk op de feitelijke werkelijkheid en meer op de beleving van die werkelijkheid, vaak gekleurd door emotie, hysterie of – via reclame en propaganda – misleiding.

Een subjectieve benadering krijgt de voorkeur boven objectiviteit. Het gaat er niet om hoe iets werkelijk is, maar welk idee we over de situatie kunnen hebben. De werkelijkheid wordt zo gerelativeerd tot kleine persoonlijke verhalen waarbij er geen plaats meer is voor objectieve waarheden. Dit ondermijnt tevens het behoud van tradities en andere klassieke vastigheden.
De werkelijke wereld zal echter onontkoombare ongelijkheid kennen op het gebied van prestatie, succes en rijkdom. Indien op ethische gronden gelijkheid is gewenst, zal de subjectieve belevingswereld veel aanleiding kunnen geven tot slachtofferschap. Waar slachtofferschap een stuwende kracht biedt, dienen redders zich aan en ontstaat een voedingsbodem voor deugdzaamheid. De hele woke-beweging leunt op dit postmoderne relativeringsdenken waarbij objectiviteit plaats moet maken voor subjectieve beleving.

Gezond Verstand thuis ontvangen?
Doe mee en ontvang 24x per jaar Gezond Verstand thuis. Als abonnee krijg je toegang tot alle edities (online) én het ledenforum. Met jouw bijdrage ondersteun je de onafhankelijke journalistiek en berichtgeving voor en door Nederlandse burgers.

Dit alles heeft een belangrijke politieke betekenis. In moderne tijden werd er gestreefd naar vooruitgang, verbetering en objectieve idealen. De cynische postmoderne houding is gericht op de subjectieve emotie. In de politiek is dit zichtbaar door Poetin te zien als een modernist en Zelensky als een postmodern leider: slechts een leider in de belevingswereld van het volk. Zoals in het postmodernisme in de kunst de scheiding tussen hoge en lage kunsten werd opgeheven, konden we in coronatijd waarnemen dat politici als minister op posten terechtkwamen waar ze totaal geen verstand van hadden. Je zou het postmoderne politiek kunnen noemen.
In deze postmoderne politiek wordt vaak de emotiekaart getrokken om het debat te frustreren. Deugdzaamheid staat tegenover vermeende slechtheid, zoals racisme of fascisme, die de tegenstander vaak wordt aangewreven, maar in de werkelijkheid kunnen en zullen dader en redder elkaar meestal overlappen.
In het postmoderne denken lijkt het directe contact met de werkelijkheid verloren te raken door een teveel aan theoretisch denkwerk. Het intellect heeft de overhand boven het gezonde verstand. Een kunstmatig geconstrueerde crisis kan zo ervaren worden als de realiteit. Bijna alle crisissen gaan over onzichtbare gevaren en baseren zich op angstaanjagende modellen geproduceerd door geselecteerde wetenschappers met een publieke reputatie. Het hebben van zo’n status, en zeker het behouden ervan, wil binnen de wetenschap nog wel eens tot onverkwikkelijke zaken leiden. ‘Perverse financiële prikkels’ kunnen ervoor zorgen dat er plotseling niet meer per se uit nieuwsgierigheid, enthousiasme, innerlijke drang of fascinatie onderzocht en gewerkt wordt, maar dat inspanningen meer gericht zijn op het vooruitzicht van subsidies of ander geldelijk gewin. Menig wetenschapper dient het eigen ego in plaats van de wetenschap. Hierdoor in staat gesteld door beoordelingscommissies die louter beoordelen op het aantal publicaties in gerenommeerde tijdschriften, het aantal gedane onderzoeken of de bruikbaarheid van de uitkomsten van het onderzoek. De verpakking is belangrijker dan de inhoud – een alleszins postmodern verschijnsel.

Dat de kunstenaar hiervoor niet ongevoelig is weten we maar al te goed. Veel kunstenaars die zelf in de hoogste financiële regionen verkeren leunen meer op status dan op prestatie. Net als bij frauduleuze wetenschappers zijn de financiële prikkels pervers te noemen, immers, de waarde van de vervaardigde kunstwerken blijft constant, of stijgt onafhankelijk van de hoeveelheid geproduceerd werk. Dit werk wordt dan ook vaak uitgepoept als ware het diarree.

Het equivalent in de wetenschap hebben we kunnen zien binnen het grote Covid-verhaal waarbij veel wetenschappers hun authenticiteit hebben verloren en hun ziel hebben verkocht aan de duivel.
Simultaan met de postmoderne ontwikkelingen in de kunst vindt er dus een loskoppeling plaats van werkelijkheid en waan, ook op economisch gebied. In de jaren zeventig kende geld niet langer een basis in de waarde van edelmetalen, maar werd het hiervan losgekoppeld waardoor geldcreatie de vrije loop kon nemen. De geldhoeveelheid kon exponentieel toenemen en daardoor ontstond ook een nieuwe relatie tussen kunst en geld.

Kunst, en met name ook nieuwe kunst, werd een investeringsbron voor het grote geld. Het roerige neoliberale milieu zorgde voor perverse financiële prikkels in het bankwezen, bij verzekeraars en bij beleggers, centralisering en globalisering van machtige concerns, ongebreidelde kredieten, zieke financiële producten (derivaten) en stijgende vaste lasten voor de gewone burger (gezondheidszorg, woonlasten, energie, vervoerskosten), terwijl geld niet meer werd verdiend met arbeid maar met geld zelf. Het grote geld drong binnen in musea en galerieën. Het aantal kunstenaars nam tevens enorm toe (met een verdunning in de kwaliteit als gevolg), een exponentiële vermenigvuldiging van beschikbaar beeldmateriaal werd beschikbaar door het internet, en de democratisering van de kunst kreeg een extra impuls door kunstuitleencentra, wat ook weer zorgde voor de nodige concurrentie en de bijbehorende flexibiliteit van de kunstenaar. Het kunstenaarschap werd in korte tijd voor veel kunstenaars een deceptie en een desillusie. Het was afgelopen met het romantische idee van de onafhankelijke kunstenaar die in zijn atelier, armoede trotserend, op gewetensvolle wijze de wereld probeerde te verrijken met vooruitstrevende kunstwerken. Kunst, gebruikt als beleggingsobject voor het grootkapitaal, verwordt van artistiek product tot een geloof. Men moet maar geloven dat de investeringen rendabel blijven. Elke krachtinspanning, via kunstcritici en kunsthandelaren, om de waarde van een kunstwerk te garanderen zal benut moeten worden, en deze prijsgarantie leidt automatisch tot een perverse prikkel bij de kunstenaar, wiens beloning niet geschaad wordt door overproductie.

Deze omstandigheden bij elkaar beïnvloedden in een onontwarbare kluwen van krachten het kunstklimaat in de jaren tachtig en negentig. Kunstcritica Janneke Wesseling merkt in het verlengde hiervan op: “Musea concurreren tegenwoordig met pretparken. Alles is handel geworden. Kunst is niet langer iets om te onderzoeken, om over na te denken en langdurig zorgvuldige aandacht aan te besteden. In het tijdperk van de postmoderne vervaging van het onderscheid tussen hoge en lage kunst, tussen kunst en reclame en kunst en design, worden musea afgerekend op hun marktaandeel. Ze moeten de bezoekersaantallen verhogen, dus leveren ze fun en entertainment – want de kassa moet rinkelen. En zo raken we langzamerhand het contact kwijt met waar kunst eigenlijk om draait. Kunst is iets waar je moeite voor moet doen”.
Het postmodernisme in de kunst is volgens literair criticus Carel Peeters echter ten einde. Het is in de kunst, architectuur en design ten onder gegaan aan te veel ironie, te veel pastiches, te weinig geloof in eigen originaliteit en aan een teveel aan verschillende stijlen. Dit postmodernisme raakte ook te snel in het vaarwater van het grote geld, de glossy’s en de muziekindustrie. De associatie met de celebrity-cultus liep uit op een verstikkende omhelzing.

Je las een artikel uit:
Gezond Verstand nummer 57
Losse uitgave bestellen

Selecteer een uitgave en druk op Doorgaan.
Het kan enkele seconden duren voordat je wordt doorgestuurd.

Ga naar de webshop als je een uitgave in PDF formaat wilt downloaden.

Welke uitgave wil je bestellen?
Aantal exemplaren

This will close in 0 seconds

PDF downloaden.

Als deelnemer van Gezond Verstand kun je alle uitgaven als PDF downloaden.

Om een uitgave te downloaden moet je het bestelproces doorlopen, maar hoef je niets te betalen. Je kunt het bestand daarna downloaden vanuit Mijn Account > Downloads.

Welke uitgave wil je downloaden?