De met ‘een prik’ genetisch gemodificeerde mens

Van de miljoenen mensen die zich inmiddels hebben laten “prikken” met de zogenaamde “mRNA”-injecties, zullen slechts enkelen zich realiseren dat ze zich hebben laten omvormen tot GGO’s, oftewel Genetisch Gemodificeerde Organismes.
De met ‘een prik’ genetisch gemodificeerde mens

Bert Schwitters

Van de miljoenen mensen die zich inmiddels hebben laten “prikken” met de zogenaamde “mRNA”-injecties, zullen slechts enkelen zich realiseren dat ze zich hebben laten omvormen tot GGO’s, oftewel Genetisch Gemodificeerde Organismes.
Z

e zijn namelijk ingespoten met een medicijn voor gentherapie. Dat is een geneesmiddel dat voor de gelegenheid is omgedoopt tot “COVID-19-vaccin”. Onder de geprikten bevinden zich zeker velen die de ontwikkeling en het gebruik van genetisch gemanipuleerd voedsel, beschouwen als een zeer ernstige bedreiging van hun gezondheid, van de natuur en van de wereld in het algemeen. De meer strijdlustigen onder hen hebben al laten zien graag bereid te zijn om proefvelden met GGO-gewassen plat te branden. De Europese Unie doet min of meer hetzelfde middels strenge regelgeving.
Maar, wanneer genetische modificatie van mensen met indrukwekkende technische termen wordt gepresenteerd als de resultaten van een “mRNA technologie platform” en de “Software of Life”, dan wordt als bij toverslag “mRNA wetenschap” een topic dat zelfs het Vaticaan als wonderbaarlijk veelbelovend kenschetst in haar aankondiging van de door de Kerk van Paus Franciscus van 6 tot 8 mei online gehouden conferentie Exploring Mind, Body & Soul. Op de agenda van de conferentie prijkte Stéphane Bancel, de CEO van Moderna, een van de twee producenten van mRNA-geneesmiddelen. Aan hem was de taak ons inzicht te verschaffen omtrent “A New Generation of Vaccines” en wat we mogen verwachten van zijn firma’s “mRNA technologie platform”.

Volgens de kerkelijke organisatoren gaat het hier om experimentele vaccins die worden geproduceerd door gebruik te maken van de genetische code van het laatste coronavirus, zonder dat deze code uit het bestaande virus is geïsoleerd. Dat maakt het bijzonder ingewikkelde en tijdrovende isoleren van het echte virus overbodig, omdat de code wordt geleverd door het “mRNA technologie platform”, dat, zoals Moderna op haar website uitlegt, functioneert net zoals het besturingssysteem op een computer. De “mRNA drug” is het “programma” of de “app” die de virale code bevat. Dit synthetisch geproduceerde virale mRNA moet dan middels injectie in het menselijk organisme worden “gedownload” om daar de  virale code tot expressie te brengen. Om die reden noemt Moderna haar mRNA-medicijnen “instruction sets” met een “softwareachtige kwaliteit”.

De Europese Commissie besloot op 14 september 2009 dat onder “geneesmiddelen voor gentherapie” onder andere moeten worden verstaan alle producten waarin niet alleen genetisch gemodificeerd materiaal is opgenomen, maar die welke het “expressieproduct” – het mRNA – van gemodificeerd erfelijk materiaal bevatten. Alhoewel, mogen we aannemen, het virale “expressieproduct” in de Covid-19 mRNA geneesmiddelen niet het product is van een genetisch gemodificeerd virus (het was volgens de onderzoekscommissie van de Wereldgezondheidsorganisatie immers afkomstig van een vleermuis en niet van het Wuhan “virus”-laboratorium), is er hoe dan ook sprake van een “expressieproduct.” Het lichaamsvreemde mRNA dat door het “technologie platform” wordt gegenereerd zou immers een kopie zijn van het expressieproduct van “levend” viraal genetisch materiaal. Ieder weldenkend mens zou dus verwachten dat, bij eenduidige toepassing van de in de EU aan geneesmiddelen voor geavanceerde therapie vastgelegde technische eisen, mRNA-geneesmiddelen naar de aard van de werkzame stof dienen te worden geklassificeerd als gen-geneesmiddelen. Dat blijkt echter een misvatting.

Het is kennelijk de bedoeling van de EU-wetgever dat geneesmiddelen voor gentherapie uitsluitend, en onder strikte voorwaarden, worden toegepast voor de behandeling van ziektes ontstaan uit een aangeboren of opgelopen afwijking of beschadiging van het lichaamseigen genetisch materiaal (DNA) en diens “expressieproducten” (mRNA). Maar, bij het gebruik van mRNA-‘vaccins’ gebeurt iets heel anders. De gezonde cel wordt hier gekaapt om de opdrachten van het geïmplanteerde virale genetische materiaal uit te voeren. De cel wordt gedwongen zich tegennatuurlijk te gedragen, dat wil zeggen om ziekmakende virale eiwitten te gaan produceren, die dan op hun beurt het afweersysteem moeten aanzetten tot de aanmaak van antilichamen. Hiervoor is ons eigen DNA van nature niet ‘gecodeerd’, ook niet in geval van een gebrek of afwijking daarvan. Bij geneesmiddelen die viraal mRNA bevatten is er dus helemaal geen sprake van gentherapie, maar van genetische modificatie van een gezond organisme.

De theorie die ten grondslag ligt aan Pfizers en Moderna’s mRNA-injecties is gebaseerd op het idee dat het afwezig zijn van de in het vermeende virus opgeslagen ‘software’ in onze lichaamscellen, een afwijking is die middels genetische verandering gecorrigeerd kan en moet worden. Door viraal mRNA te ‘downloaden’ in de normaal functionerende menselijke cel zal het natuurlijke immuunsysteem de gemodificeerde lichaamscel (terecht) vanwege het naar buiten tredende virale eiwit gaan herkennen en zo de gemodificeerde cel beschouwen als het lichaamsvreemde virus dat moet worden aangevallen en vernietigd. Het lichaam valt zo zichzelf aan. Deze auto-immuunrespons is volstrekt natuurlijk, maar kan, zoals we inmiddels weten, ernstige tot dodelijke gevolgen hebben.

De makers van de zogenaamde ‘vaccins’ die het experimentele synthetisch vervaardigde, lichaamsvreemde, virale mRNA bevatten, claimen dat deze mRNA’s slechts genetisch aangestuurde boodschappers (“messengers”) zijn die niet geacht worden het menselijk genoom, ons DNA/genetisch materiaal, onomkeerbaar te wijzigen. Maar het onomstotelijke bewijs dat lichaamsvreemd viraal mRNA niet middels ‘reverse transcription’ kan worden geïntegreerd in het menselijk genoom, is nog niet geleverd. Integendeel! Er is al aangetoond dat SARS CoV-2 RNA’s (de virale mRNA-boodschappers in de injecties) naar het menselijk genoom kunnen worden ‘overgeschreven’. Zo zouden de ‘geprikten’ dus terecht komen in het toepassingsgebied van de Richtlijn (2001/18/EG) waarin de EU-wetgever twintig jaar geleden bepaalde dat “met het oog op de bescherming van de volksgezondheid en het milieu (…) de nodige aandacht [moet] worden geschonken aan de beperking van de risico’s die verbonden zijn aan de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu.”

Gezond Verstand thuis ontvangen?
Doe mee en ontvang 24x per jaar Gezond Verstand thuis. Als lid krijg je toegang tot alle edities (online) én het ledenforum. Met jouw bijdrage ondersteun je de onafhankelijke journalistiek en berichtgeving voor en door Nederlandse burgers.

De EU bepaalde dat elke ‘biologische entiteit’ waarvan het genetische materiaal veranderd is op een manier die van nature (door voortplanting en/of natuurlijk samenvoegen) niet mogelijk is, en die wel het vermogen bezit tot voortplanting of tot overdracht van zijn gemodificeerde genetisch materiaal, daarom voorafgaand aan ‘introductie’ door de lidstaten moet worden onderworpen aan een strenge voorzorg-test. De lidstaten moeten overeenkomstig het Voorzorg Principe alle nodige maatregelen nemen ter voorkoming van zekere en onzekere risico’s op negatieve effecten van GGO’s op de gezondheid van mens en milieu. Bijzonder is dat in de wettelijk vastgelegde definitie van genetisch gemodificeerd organisme ‘menselijke wezens’ nadrukkelijk worden uitgezonderd. Menselijke wezens die met viraal mRNA geprikt zijn vallen dus niet onder de Europese GGO Richtlijn. Zij mogen als potentiële genetisch gemodificeerde menselijke wezens ongehinderd deelnemen aan de samenleving, ook al staat nog geenszins met  absolute zekerheid vast dat zij géén gevaar zouden kunnen vormen voor hun niet-gemodificeerde medemens. Voorzorg is in dit geval dus niet geboden.

Net zoals menselijke wezens niet vallen onder de GGO Richtlijn, vallen vaccins in de EU-wetgeving niet onder de in de Richtlijn voor Geneesmiddelen voor Geavanceerde Therapie vastgelegde technische specificaties. Zonder opgaaf van reden bepaalde de Europese wetgever: “Vaccins tegen infectieziekten worden niet als geneesmiddelen voor gentherapie beschouwd.” De Franse en Engelse versies van de betreffende Richtlijn bepalen dat “vaccins tegen infectieziekten niet zijn begrepen in geneesmiddelen voor gentherapie.” De Duitse versie bepaalt zelfs met grote stelligheid: “Impfstoffe gegen Infektionskrankheiten sind keine  Gentherapeutik.” De gevolgen van dit ‘omkatten’ zijn gigantisch. Medicijnen voor gentherapie geef je immers niet aan gezonde mensen. Vaccins wel. Met genmedicijnen bestrijd je geen “pandemie”. Met vaccins wel. De term ‘gentherapie’ ligt communicatief gesproken niet “echt lekker”. Vaccins doen het wat dat betreft beter. Met medicijnen voor gentherapie betreed je het mijnenveld van de genetische modificatie en de GGO’s. Een doos van Pandora die de EU en de mRNA-fabrikanten liever gesloten houden, zeker wanneer het gaat om productaansprakelijkheid.

Je las een artikel uit:
Gezond Verstand nummer 16
Reacties (alleen voor leden)
Alleen abonnees kunnen reacties plaatsen.
Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
0
Zou graag je gedachten willen weten, s.v.p. laat een reactie achter.x
()
x
Privacybeleid
Wanneer u onze website bezoekt, dan kan deze informatie via je browser opslaan voor specifieke services, meestal in de vorm van cookies. Hieronder kunt je je privacyvoorkeuren wijzigen. Houd er rekening mee dat het blokkeren van cookies van invloed kan zijn op je ervaring op onze website en de diensten die we aanbieden.