Sander Boon
Tegenover hen staan krachten die proberen om die greep op de samenleving te doorbreken. Dit schept een gevaarlijke feedbackloop: hoe meer de elite haar macht probeert vast te houden, hoe totalitairder die wordt – en hoe opstandiger de critici. Verslag doen van deze ontwikkelingen is allesbehalve eenvoudig. Belangrijke bronnen en analisten die in het ene dossier nog betrouwbaar lijken, kunnen in een andere context plotseling onbruikbaar blijken. Veel experts observeren immers vanuit ideologische vooringenomenheid, een verdienmodel of een sterke emotionele binding met een bepaalde gewenste uitkomst.
In tijden van grote maatschappelijke transitie, verschuivende machtsverhoudingen en oorlog, is de waarheid meestal het eerste slachtoffer. Alles wat in het openbaar wordt gezegd, heeft een strategisch doel; transparantie is zelden het motief. Daardoor ontbreekt het buitenstaanders volledig aan inzicht in de werkelijke bedoelingen en strategie achter allerlei acties. Trumps aanpak van Iran is daarvan een treffend voorbeeld. De interpretaties lopen sterk uiteen: sommigen zien er klassiek neocon-beleid in (onder wie Jeffrey Sachs), anderen beweren dat Trump in de val is gelokt door de FBI en/of Israël (Max Blumenthal), terwijl weer anderen het interpreteren als een slimme, maar riskante zet tegen China via de olievoorraden (Michael Every van Rabobank). Er zijn ook theorieën die de acties linken aan de Abraham-akkoorden en de bestrijding van extremisme in het Midden-Oosten (Dario García), een bredere herordening naar een multipolaire wereld (Pippa Malmgren), een breuk met de Britse ‘verdeel-en-heers’-traditie (Promethean Action), of een strijd tegen de progressieve Deep State (Izabella Kaminska). Critici spreken daarentegen van overmoed, kortzichtigheid of een blunder die Trumps eigen agenda tegen de Deep State ondermijnt (Alex Krainer).
Tot slot is er de these dat hij bewust een schijnbare mislukking nastreeft, om die later als overwinning te verkopen om zo het proces van dekolonisering te versnellen (Kai-Alexander Schlevogt). Elke analist leest de gebeurtenissen door de bril van de eigen agenda, expertise of emotionele betrokkenheid, en verandert vaak van toon zodra de feiten niet meer in zijn/haar theorie passen. Uiteindelijk blijft één ding duidelijk: buitenstaanders hebben geen werkelijk zicht op de keuzes, afwegingen en werkelijke doelen van de direct betrokkenen.
Toch is er een leidraad: Trumps opvallende consistentie. Zijn huidige Midden-Oosten-strategie is geen verrassing voor wie zijn geschiedenis kent. Al in 1987 plaatste hij drie paginagrote advertenties in Amerikaanse kranten, waarin hij fel uithaalde naar de Golfcrisis. Terwijl de VS tankers escorteerde in de Straat van Hormuz, schreef hij dat Washington schepen beschermde die Amerika niet bezat, met olie die het niet nodig had, voor bondgenoten die Amerika nooit zouden helpen. Hij verweet de Verenigde Staten een gebrek aan ruggengraat en pleitte voor een harde, beslissende afstraffing van Iran: “Als er ook maar één kogel op een van onze mannen of schepen wordt afgevuurd, maak ik van het eiland Kharg een puinhoop.” Deze consistentie zie je terug op veel terreinen. Trump strijdt tegen de losgezongen technocratie en is voor ondernemerschap, strategische autonomie en nationale soevereiniteit. Dat blijkt uit grote beleidsinitiatieven, zoals de Big Beautiful Bill, de GENIUS Act, de nieuwe Nationale Veiligheidsstrategie (NSS) en vooral de in december vorig jaar aangenomen Genesis Act. Deze wet koppelt geheime overheidsprogramma’s aan privaat kapitaal, om de VS koploper te maken in AI, nucleaire energie en fundamentele wetenschap – denk aan innovaties als TRISO-brandstof voor de zeer geavanceerde Valar Ward 250 mobiele kerncentrales. Trumps tactische manoeuvres blijven vaak onvoorspelbaar, maar zijn strategische koersdoelen zijn glashelder.
Wat Trump ook doet of zegt, voor een grote groep criticasters kan hij het nooit goed doen. Dit zijn de ideologisch vooringenomen politici en analisten die fel gekant zijn tegen zijn grondhouding. Die staat namelijk haaks op de progressieve ideologie die de afgelopen decennia zowel in de VS als in Europa dominant is geweest. Deze tweedeling is duidelijk zichtbaar in de mainstream-media en bij veel populaire analisten op de sociale media. In de Verenigde Staten betreft het vooral de Democratische Partij. Toen journalist David Friedberg aan senator John Fetterman vroeg wie nu eigenlijk echt de leiding heeft binnen de Democraten, was diens antwoord veelzeggend: “Trump Derangement Syndrome” – de alles-verterende haat tegen Donald Trump. Deze houding vindt haar evenknie in Europa, waar een politieke kaste is ontstaan die decennialang een welvaartsstaat heeft kunnen opbouwen zonder noemenswaardige offers te hoeven brengen. Daardoor is de top van de politiek en de bureaucratie losgezongen van de samenleving en zwaar geïdeologiseerd geraakt. Bestuurders, journalisten, analisten en influencers hebben zich emotioneel verpand aan een gewenste utopie.
Melanie Phillips, voormalig The Guardian-journalist, vat deze mentaliteit treffend samen op basis van haar tientallen jaren ervaring met Europese elites: “Objectief bewijs werd terzijde geschoven, omdat het te ongemakkelijk was. Rede en rationaliteit telden niet meer. Ideologieën als multiculturalisme, moreel relativisme en radicaal milieubewustzijn beloofden perfectie. Wie met feiten kwam die hiertegen ingingen, had niet alleen ongelijk – hij of zij was slecht.” Feiten die niet in het plaatje passen, worden weggezet als rechts-radicaal of fascistisch. Amerikaanse Democraten en Europese technocraten willen dat de wereld is zoals zij geloven, en kunnen nog altijd niet accepteren dat de realiteit zich daar niets van aantrekt. Dat zij zichzelf hiermee in de voet schieten, ontgaat hen volledig. Trump vormt een direct gevaar voor dat geloofssysteem en wordt daarom op morele, ethische en ideologische gronden systematisch afgeserveerd.
Naast de gebruikelijke progressieve Trump-haters duiken er ook binnen de MAGA-beweging zelf steeds meer scheidslijnen op, afhankelijk van Trumps concrete beleidskeuzes. Enerzijds zijn er de principiële non-interventionisten, die fel gekant zijn tegen Israëlische lobby-gelden, regime change en ‘forever wars’. Anderzijds zijn er de aanhangers die wél interventies steunen op basis van duidelijke culturele en religieuze tegenstellingen – pro-westers Israël en tegen extremistische islam. Deze tweespalt kwam scherp naar voren in de oorlog van Israël tegen Hamas in Gaza en nu bij de confrontatie met Iran. Verwarrend is dat sommige analisten Trump in het ene dossier steunen, maar in het andere plotseling fel bekritiseren. Velen die vroeger zijn anti-globalistische koers toejuichten, keren zich nu tegen hem omdat hij samen met Israël optreedt tegen Iran. Veel van deze critici zijn financieel afhankelijk van hun achterban via abonnees, mediakanalen of nieuwsbrieven. Dat maakt het voor hen moeilijk, of onmogelijk, om met distantie naar de feiten te kijken; ze ‘weten’ al wat de uitkomst moet zijn. Daarnaast is er een grote groep die emotioneel zwaar geïnvesteerd had in Trump als redder van Amerika. Zij hadden verwacht dat hij in zijn tweede termijn alle problemen zou gaan oplossen, zonder te beseffen hoe fel de tegenstand van globalisten en gevestigde belangen is, en ook hoezeer verandering van nature weerstand oproept. Wanneer Trump onbegrepen keuzes maakt, ervaren zij dat als verraad en hopen sommigen zelfs openlijk op een verkiezingsnederlaag in november. Het laat zien hoe emotie en eigenbelang het oordeelsvermogen van veel ‘analisten’ vertroebelen. Voor de gemiddelde geïnteresseerde blijft het daardoor lastig te bepalen wie nog te vertrouwen is.
Trump brengt met zijn acties de politiek terug in het hart van de westerse samenleving, na vijftig jaar van progressieve consensus die nauwelijks tegenspraak duldde. Dat is misschien wel de grootste bron van weerstand tegen hem. Hij kiest consequent voor nationale soevereiniteit en verzet zich tegen de internationale uitholling ervan. Progressieve Europeanen en Amerikaanse Democraten realiseren zich niet – nog altijd gevangen in Francis Fukuyama’s idee van ‘het einde van de geschiedenis’ na de val van het communisme in 1991 – dat hun ideologie dogmatisch en totalitair is geworden. Trumps beleid is een radicale koerswending, die past in een lange – maar vergeten – traditie van Amerikaans eigenbelang.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via