Eric Lopes Cardozo
Wat hier zichtbaar wordt, is geen ideologische vooringenomenheid of ruis in het systeem die met betere journalistiek zou kunnen worden opgelost. Wat zichtbaar wordt is een structureel kenmerk van het systeem zelf. Het is ook niet zo dat dezelfde werkelijkheid door verschillende lenzen wordt beschouwd. Er worden daadwerkelijk verschillende werkelijkheden getoond. Algoritmisch gefilterde informatiestromen, opgebouwd uit een mix van authentieke, gemanipuleerde en volledig verzonnen elementen, worden afgestemd op het bevestigen van bestaande overtuigingen en het maximaliseren van emotionele betrokkenheid. Waar vroeger propaganda zich richtte op de massa, richt deze nieuwe vorm van beïnvloeding zich op het individu, maar dan wel op de schaal van diezelfde massa.
Dat informatievoorziening in tijden van oorlog problematisch is, is op zichzelf niets nieuws. De (metaforische) kruitdampen ontnemen het zicht op het slagveld. Dat is de zogenaamde ‘Fog of War’. Wat echter wezenlijk veranderd is, is dat deze mist niet langer een onvermijdelijk bijproduct is, maar een doelbewust geconstrueerd instrument. De mist kan worden opgeroepen, gestuurd, verdicht en verspreid met een snelheid en precisie die historisch ongekend is. Het primaire doel is niet het misleiden van de vijand, maar om bevolkingen van zowel de tegenstander als die van bondgenoten te beïnvloeden, te verdelen en waar nodig te verlammen in besluiteloosheid.
Het inzicht dat oorlogen gewonnen kunnen worden via de geest in plaats van via het lichaam is zo oud als oorlogsvoering zelf. Sun Tzu stelde al dat alle oorlogsvoering gebaseerd is op misleiding. Alexander de Grote en Dzjengis Khan begrepen al dat perceptie op basis van angst, reputatie en/of verwachting vaak doorslaggevender is dan fysieke kracht. Wat destijds intuïtief en fragmentarisch werd toegepast, is vandaag systematisch, technologisch ondersteund en op wereldschaal inzetbaar geworden.
Deze moderne vorm van dit soort oorlogsvoering kreeg gestalte tijdens de Tweede Wereldoorlog. Operatie Fortitude, de grootschalige misleidings-campagne rond D-Day, liet zien hoe een zorgvuldig geconstrueerde fictieve werkelijkheid strategische beslissingen van een tegenstander kon sturen. Fictieve legers, vervalste documenten en gecontroleerde lekken vormden samen een overtuigend alternatief narratief, dat door de tegenstander als werkelijkheid werd geaccepteerd.
Tegelijkertijd werd in nazi-Duitsland propaganda, onder leiding van Joseph Goebbels, gecentraliseerd tot een integraal systeem waarin media, cultuur en technologie samensmolten tot één doel: het vormgeven van perceptie en het sturen van de collectieve beleving. Met de massale verspreiding van de Volksempfänger-radio ontstond voor het eerst een vrijwel uniforme informatiestroom. Er werd niet alleen verteld wat men moest denken, maar ook hoe men zich moest voelen. Wat toen centraal werd opgelegd, wordt vandaag decentraal, gepersonaliseerd en onzichtbaar gefilterd aan ons getoond.
Tijdens de Koude Oorlog werd deze benadering verder verfijnd en geprofessionaliseerd. De strijd tussen Oost en West speelde zich niet alleen af op militair of economisch terrein, maar vooral in het domein van perceptie en overtuiging. Zowel de Verenigde Staten als de Sovjet-Unie ontwikkelden methoden om informatie te sturen, media te beïnvloeden en besluitvorming indirect te manipuleren. Daarbij ging het niet langer alleen om klassieke propaganda, maar om het conditioneren van denkprocessen. Het doel was niet dat mensen iets geloofden, maar dat zij ogenschijnlijk zelfstandig tot conclusies kwamen die binnen een vooraf gedefinieerd kader vielen.
De stap naar het conditioneren van denkprocessen markeert de overgang van psychologische naar cognitieve oorlogsvoering. Waar psychologische oorlogsvoering zich richt op emoties (angst, hoop, woede), richt cognitieve oorlogsvoering zich juist op het denkproces zelf. Het herstructureert hoe de werkelijkheid wordt waargenomen, geïnterpreteerd en beoordeeld. Twijfel wordt niet weggenomen, maar juist gecreëerd en verdiept. Tegenstrijdige informatie wordt niet opgelost, maar opgestapeld, totdat samenhang verdwijnt en de behoefte aan houvast toeneemt. In die toestand van permanente verwarring verliest het individu geleidelijk aan het vermogen tot zelfstandig oordelen en wordt het ontvankelijk voor richtinggevende impulsen van buitenaf.
De digitale revolutie heeft deze ontwikkeling in een stroomversnelling gebracht. Moderne informatie-oorlogsvoering maakt gebruik van grootschalige data-analyse, gedragsprofilering en algoritmische distributie, om zorgvuldig geconstrueerde boodschappen precies daar te plaatsen waar ze het meeste effect sorteren. Wat ooit massacommunicatie was, is getransformeerd tot gepersonaliseerde beïnvloeding op grote schaal. Rusland, China en de Verenigde Staten hebben elk hun eigen varianten ontwikkeld, maar delen eenzelfde strategisch uitgangspunt: de beslissende slag wordt niet gewonnen op het fysieke slagveld, maar in het hoofd van de mens, het slagveld van de 21ste eeuw.
Ook binnen de NAVO is deze realiteit inmiddels onderkend. Cognitieve oorlogsvoering wordt in toenemende mate gezien als een integraal onderdeel van moderne conflictvoering. Concepten, doctrines en experimentele programma’s richten zich op het begrijpen en beïnvloeden van perceptie, gedrag en besluitvorming. Daarmee vervaagt onvermijdelijk de scheidslijn tussen externe dreiging en interne beïnvloeding. Immers, waar het operationele domein het menselijk bewustzijn zelf is, valt de eigen bevolking daar per definitie ook onder. Niet noodzakelijkerwijs als doelwit, maar naar eigen beleving onvermijdelijk als onderdeel van het speelveld.
Technologie vormt hierbij de katalysator. Met de opkomst van kunstmatige intelligentie is de productie van overtuigende desinformatie niet langer voorbehouden aan staten of gespecialiseerde organisaties. Deepfakes, synthetische stemmen en automatisch gegenereerde teksten maken het mogelijk om op grote schaal realistisch ogende, maar volledig kunstmatig geconstrueerde werkelijkheden te creëren. De drempel om geloofwaardige manipulatie te kunnen produceren is drastisch verlaagd, terwijl de snelheid en schaal exponentieel zijn toegenomen. Tegelijkertijd ontstaat een fundamentele paradox: doordat vervalsing alomtegenwoordig is geworden, verliest ook authentieke informatie haar geloofwaardigheid. Echte gruweldaden kunnen worden afgedaan als deepfakes, terwijl echt bewijsmateriaal kan worden afgedaan als AI.
Het strijdtoneel verschuift daarmee van overtuiging naar verwarring. Waar propaganda ooit gericht was op het vestigen van één dominante werkelijkheid, richt cognitieve oorlogsvoering zich steeds vaker op het ondermijnen van het idee dat werkelijkheid überhaupt bestaat. In een omgeving waarin alles gemanipuleerd kan zijn, wordt het onderscheid tussen waar en onwaar van ondergeschikt belang. Wat resteert is perceptie, en perceptie is manipuleerbaar.
De volgende technologische sprong dient zich reeds aan: directe beïnvloeding van het brein zelf. Experimenten met EEG- en brein-computerinterfaces suggereren dat hersenactiviteit in zekere mate extern kan worden gemoduleerd. Wat zich nu nog grotendeels in de onderzoeksfase bevindt, wijst op een mogelijke toekomst waarin beïnvloeding niet langer via taal, beeld of narratief verloopt, maar rechtstreeks via onze neurologische processen. Het onderscheid tussen overtuiging en conditionering vervaagt daarmee verder, evenals de grens tussen vrijwillige en onvrijwillige gedachtevorming. Hoe deze ontwikkelingen zich zullen ontvouwen is onzeker.
Wat echter wel zichtbaar is, is een consistent patroon: iedere oorlog, iedere crisis, ieder moment van collectieve ontregeling fungeert als testomgeving. Naar de Nederlandse situatie vertaald, moet dan worden gedacht aan de coronamisdaad, de boerenprotesten, de asiel- en migratiedebatten en de aangekondigde tijdelijke maatregelen om de energiecrisis het hoofd te bieden. Overal worden narratieven getest, wordt weerstand gemeten en worden mechanismen verfijnd. Wat als ‘tijdelijke maatregel’ begint, verdwijnt echter zelden. Het wordt geïnstitutionaliseerd, gelegaliseerd en vervolgens permanent. NCTV-rapporten over ‘informatiegerichte dreigingen’, EU-verordeningen over desinformatie, Online Safety Act-achtige initiatieven, het zijn allemaal bouwstenen van hetzelfde bouwwerk. Cognitieve oorlogsvoering is dan ook meer dan een militair fenomeen. Het strekt zich uit tot politiek, economie, media en zelfs volksgezondheid. Overal waar perceptie, gedrag en besluitvorming van belang zijn, ontstaat een potentieel toepassingsgebied. En overal waar onzekerheid, angst en informatiehonger samenkomen, ontstaat een kwetsbaarheid die kan worden benut.
In die zin is cognitieve oorlogsvoering ook geen toekomstscenario, maar een reeds alom aanwezige realiteit. Een realiteit waarin niet alleen wordt gevochten om territorium, grondstoffen of geopolitieke invloed, maar om controle over de perceptie van de werkelijkheid. En wie die controle bezit, bepaalt uiteindelijk niet alleen hoe conflicten worden waargenomen, maar ook hoe zij worden uitgevochten, beëindigd, gerechtvaardigd en herinnerd.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via