Jeroen van den Berg
De Europese Rekenkamer heeft eind februari jl. stevige kritiek geuit op de plannen voor de nieuwe meerjarenbegroting van de EU voor de periode 2028-2034. Het gaat hierbij om een enorme financiële uitbreiding. De voorgestelde meerjarenbegroting zal oplopen tot ongeveer € 2.000 miljard, wat neerkomt op bijna een verdubbeling ten opzichte van de huidige EU-begroting. Volgens de financiële waakhond bevatten de voorstellen van de Europese Commissie belangrijke zwakke punten op het gebied van controle, transparantie en verantwoord beheer van het belastinggeld. Zo zal een deel van het budget voortaan via nationale plannen worden verdeeld, vergelijkbaar met het coronaherstelfonds.
De Rekenkamer waarschuwt dat hierdoor moeilijker te controleren wordt waar het geld uiteindelijk terechtkomt en of het effectief wordt besteed. Daarnaast vrezen de auditors dat de nieuwe structuur de traceerbaarheid van uitgaven ernstig verslechtert en dat er onvoldoende duidelijke regels zijn om de resultaten van EU-investeringen te meten. Transparantie en controle zijn volgens de Rekenkamer cruciaal om misbruik van publieke middelen te voorkomen, maar juist op die punten schieten de huidige voorstellen tekort.
Grote fraudezaken zijn door de invoering van het Europese coronaherstelfonds – waarbij honderden miljarden euro’s via nationale plannen werden verdeeld – in verschillende lidstaten aan het licht gekomen. Zo arresteerden Italiaanse autoriteiten in 2024 tientallen verdachten wegens het opzetten van een netwerk dat miljoenen euro’s uit het fonds had verkregen met vervalste facturen en nepbedrijven, terwijl in Spanje meerdere onderzoeken lopen naar misbruik van subsidies voor digitaliserings- en energieprojecten die nooit zijn uitgevoerd. Ook in Griekenland werden projecten ontdekt waarbij EU-geld via complexe constructies bij bevriende bedrijven terechtkwam.
Naast de explosief groeiende begroting speelt ook de manier waarop de Europese Unie haar uitgaven financiert een steeds grotere rol in het debat over macht en soevereiniteit. Tijdens de coronacrisis zette de EU een historische stap door voor het eerst op grote schaal gezamenlijk geld te lenen op de internationale kapitaalmarkt via het zogeheten herstelprogramma NextGenerationEU. Daarmee werd een belangrijk precedent geschapen. De Europese Commissie ging feitelijk functioneren als een gezamenlijke schulduitgever namens alle lidstaten. Hierdoor vond een significante verschuiving plaats in de financiële architectuur van Europa. Waar begrotingsbeleid traditioneel tot de kern van nationale soevereiniteit behoort, ontstond een situatie waarin Brussel steeds meer invloed kreeg op hoe en waar geld wordt geleend, verdeeld en besteed. De EU verandert daardoor in sneltreinvaart van een coördinerend samenwerkingsverband in een centrale financiële actor.
Europa is in korte tijd uitgegroeid tot de grootste wapenimporteur ter wereld. Volgens cijfers van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) zijn de wapenimporten van Europese landen in de afgelopen vijf jaar met ongeveer 210% toegenomen, wat zelfs neerkomt op een verdrievoudiging ten opzichte van de periode 2016–2020. Daardoor is Europa inmiddels goed voor ongeveer een derde van alle wereldwijde wapenimporten. De sterke stijging wordt vooral toegeschreven aan de oorlog in Oekraïne. Sinds 2022 hebben tientallen Europese landen wapens geleverd aan Oekraïne, terwijl andere staten tegelijkertijd hun eigen legers versneld moderniseren na jaren van relatief lage defensie-uitgaven. Een opvallend aspect van deze ontwikkeling is dat het grootste deel van de wapens die Europa koopt uit de Verenigde Staten komen. Dit betekent dat tot bijna twee derde van de Europese wapenimport afkomstig is van Amerikaanse producenten. De enorme groei van de Europese defensie-uitgaven vormt tegelijkertijd een grote impuls voor de Amerikaanse wapenindustrie. De Verenigde Staten hebben hun positie als dominante exporteur verder versterkt en in de periode 2021–2025 was dit maar liefst voor ongeveer 42% van alle wapenexporten wereldwijd. Bovendien ging voor het eerst in twintig jaar het grootste deel van de Amerikaanse wapenexport naar Europa in plaats van naar het Midden-Oosten.
Hoewel Europese landen hun eigen defensie-industrie proberen op te schalen, blijven zij voor veel geavanceerde systemen sterk afhankelijk van Amerikaanse technologie, zoals gevechtsvliegtuigen en langeafstandsluchtverdediging. De huidige trend laat zien dat de herbewapening van Europa niet alleen een geopolitieke verschuiving weerspiegelt, maar ook een economische realiteit, waarin de Amerikaanse defensie-industrie een van de grootste profiteurs is van de snel stijgende Europese vraag naar wapens.
De snelle groei van Europese defensie-uitgaven staat niet op zichzelf. In Brussel wordt al jaren gewerkt aan plannen om de militaire samenwerking tussen lidstaten verder te verdiepen. Zo bestaat er inmiddels een Europees Defensiefonds, dat onderzoek en ontwikkeling van militaire technologie ondersteunt, terwijl ook wordt gewerkt aan gezamenlijke projecten voor wapenproductie en militaire innovatie. Daarnaast investeert de EU in zogenaamde militaire mobiliteit. Dit zijn infrastructuurprojecten die het mogelijk moeten maken om manschappen, voertuigen en materieel snel door Europa te verplaatsen in geval van een conflict. Hiermee wordt stap voor stap een meer gecentraliseerde militaire structuur ingevoerd, waarin belangrijke defensiebeslissingen steeds vaker op Europees niveau worden genomen.
Er zijn bronnen die melden dat Nederlandse manschappen in Oekraïne in een geheim internationaal F-16-eskader opereren, waarbij naast Oekraïense ook Amerikaanse piloten vliegen. Deze ervaren westerse veteranen patrouilleren samen met Oekraïense bemanningen in onder meer de regio Kiev, met als belangrijkste doel het onderscheppen van Russische kruisraketten en drones tijdens grootschalige aanvallen op Oekraïense infrastructuur. De gezamenlijke eskaders zijn in het geheim opgezet om de operationele ervaring van NAVO-piloten snel te kunnen overdragen aan Oekraïense vliegers, die pas relatief kort met F-16-gevechtsvliegtuigen werken. De buitenlandse piloten hebben tijdelijke contracten en samen met Oekraïense bemanningen voeren ze complexe luchtverdedigingsmissies uit, waaronder nachtelijke onderscheppingen en operaties onder zware elektronische oorlogsvoering.
De spanningen tussen Hongarije en Oekraïne zijn de afgelopen weken verder opgelopen door een combinatie van energiepolitiek, financiële incidenten en conflicten binnen de Europese Unie. Een belangrijke aanleiding was de arrestatie van zeven Oekraïense bankmedewerkers in Hongarije, die in gepantserde voertuigen door het land reisden met grote hoeveelheden contant geld en goud. Naar verluidt ging het om ongeveer $ 40 miljoen, € 35 miljoen en 9 kilo goud. De Hongaarse autoriteiten startten daarna een onderzoek naar mogelijke witwaspraktijken, terwijl Kiev het incident omschreef als een gijzeling door de Hongaarse regering. Deze gebeurtenis hangt nauw samen met het bredere energieconflict binnen Europa.
Oekraïne heeft eind februari jl. een grootschalige drone-aanval uitgevoerd op infrastructuur die verbonden is met de Droezjba-oliepijpleiding, waardoor de olieaanvoer naar Hongarije en Slowakije werd onderbroken. Daarnaast hebben Oekraïense drones een cruciaal Russisch pompstation geraakt dat een rol speelt in het transport van olie via Droezjba. Zowel Hongarije als Slowakije zijn sterk afhankelijk van Russische olie die via de deze pijpleiding naar Centraal-Europa stroomt. Hongaarse leiders hebben openlijk verklaard dat zij politieke en financiële druk zullen gebruiken om Oekraïne te dwingen de olie-doorvoer te herstellen.
De politieke strijd binnen de EU wordt steeds meer aangewakkerd. Hongarije blokkeerde onder meer een EU-lening van € 90 miljard voor Oekraïne en een nieuw sanctiepakket tegen Rusland, wat leidde tot groeiende frustratie bij de andere lidstaten.
Sommige Europese politici pleiten daarom voor het beperken of neutraliseren van het Hongaarse vetorecht, dat momenteel bestaat omdat belangrijke buitenlandse politieke beslissingen binnen de EU unanimiteit vereisen. Voorstanders van hervorming willen overstappen op een systeem van een gekwalificeerde meerderheid, waarbij een meerderheid van lidstaten een besluit kan doordrukken zonder instemming van alle landen. Een dergelijke verandering zal een fundamentele verschuiving betekenen en besluitvorming in een stroomversnelling laten komen.
Het zou de EU veranderen van een samenwerkingsverband van soevereine staten naar een autocratische politieke structuur, waarin individuele landen vrijwel geen invloed meer hebben. In dat licht kunnen we de gebeurtenissen in Hongarije zien als bredere symptomen van een grote machtsstrijd over energie, nationale soevereiniteit en de toekomst van besluitvorming binnen de Europese Unie. De uitbreiding van de begroting, de introductie van gezamenlijke schulden en de groeiende militaire samenwerking wijzen allemaal in dezelfde richting: Brussel wil een steeds verdergaande centralisatie van macht op Europees niveau.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via