Skip to main content Scroll Top

Verwevenheid van de inlichtingendiensten

133 Verwevenheid van de inlichtingendiensten
Verwevenheid van de inlichtingendiensten

Jeroen van den Berg

Om de onderlinge verhoudingen tussen geheime diensten – zoals de Amerikaanse CIA, de Britse MI6 en de Israëlische Mossad – te begrijpen, moeten we verder kijken dan het idee van losse nationale diensten. In werkelijkheid functioneren zij binnen een wereldwijd netwerk, dat draait om afgestemde taakverdelingen, wederkerigheid en technische integratie. Dit netwerk is geen formele supranationale organisatie, maar een vorm van samenwerking gebaseerd op voortdurend onderhandelen. De dynamiek ervan laat zich het beste begrijpen aan de hand van de volgende vijf bouwstenen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Word nu abonnee van Gezond Verstand Magazine

Kies uit een jaar– of kwartaalabonnement en ontvang de meest kritische en onafhankelijke kijk op actuele onderwerpen.
Wil je liever digitaal lezen? Voor slechts €60 per jaar heb je al een digitaal abonnement.
Je krijgt na je bestelling direct toegang tot alle uitgaven op de website.

De eerste bouwsteen bestaat uit de taakverdeling per domein. Inlichtingenwerk kent namelijk verschillende disciplines. HUMINT staat voor ‘human intelligence’. Dit is informatie verkregen via menselijke bronnen, agenten en informanten. SIGINT betekent ‘signals intelligence’, wat gaat over het onderscheppen van communicatie, variërend van radioverkeer tot digitale data. Daarnaast is er IMINT, oftewel ‘imagery intelligence’. Dit behelst beeldinformatie via satellieten of drones. Als laatste is er MASINT, ‘measurement and signature intelligence’, dit zijn gespecialiseerde technische metingen, zoals chemische sporen, warmtepatronen, stralingswaarden, trillingen of akoestische signalen. De CIA beschikt over wereldwijde capaciteit in al deze domeinen, met bijzondere nadruk op gegevensverzameling op ongeëvenaarde technologische en logistieke schaal. MI6 richt zich traditioneel sterk op HUMINT, met diepgewortelde en fijnmazige netwerken in het Midden-Oosten, Afrika en delen van Azië. Mossad staat bekend om zijn regionale toegang, infiltratie en cultuur van directe operationele actie.

De tweede bouwsteen is een vorm van strategische uitwisseling, of in diplomatieke termen ‘quid pro quo’ (wederkerigheid). Wanneer Washington gevoelige inlichtingen deelt, verwacht het toegang tot lokale bronnen, of diplomatieke dekking. Wanneer Londen zijn historische netwerken openstelt, wil het bijvoorbeeld als tegenprestatie toegang tot Amerikaanse technologie. Deze wederkerigheid wordt vastgelegd in bilaterale en multilaterale afspraken, soms formeel, maar vaak impliciet. Binnen ‘Five Eyes’ – het samenwerkingsverband tussen de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland – is die belangenuitruil sterk geïnstitutionaliseerd. Five Eyes is primair gericht op communicatie-uitwisseling. Lidstaten delen intercepties, analyseresultaten en technische infrastructuur. Israël is geen lid, maar onderhoudt intensieve relaties met de VS en het Verenigd Koninkrijk (VK).

De derde bouwsteen is het mechanisme van samenwerking. In de praktijk verloopt dit via zogenoemde liaisonofficieren. Dit zijn vaste vertegenwoordigers van de ene dienst bij een andere dienst en via gezamenlijke taskforces rond een specifiek dossier, bijvoorbeeld terrorisme. Informatie-uitwisseling vindt plaats via beveiligde netwerken, met strikte classificaties. Termen als NOFORN (‘no foreign nationals’) geven aan dat informatie niet met buitenlandse partners mag worden gedeeld. ‘REL TO USA, GBR’ betekent dat het document mag worden vrijgegeven aan de VS en het VK. Deze technische en administratieve protocollen vormen de ruggengraat van het onderlinge vertrouwen. Een belangrijk principe in deze mechaniek is de zogenaamde ‘third party rule’. Informatie die van een partner wordt ontvangen, mag formeel niet zonder toestemming aan een derde partij worden doorgegeven.

De vierde bouwsteen betreft waarschuwingen/voorbehouden en risico’s. Het gaat hier om beperkende voorwaarden bij gedeelde informatie. Ze bepalen hoe data mogen worden gebruikt, wie er toegang toe heeft en of het bij juridische procedures mag worden ingezet. Een partner kan politiek onder druk komen te staan, interne lekken kunnen het vertrouwen schaden, of juridische kaders kunnen met elkaar botsen. In de VS wordt inlichtingenwerk onder meer gereguleerd door Executive Orders. Dit zijn presidentiële besluiten die de bevoegdheden van diensten afbakenen. In het VK gelden eigen wettelijke kaders en parlementaire toezichtmechanismen. Wanneer er gezamenlijke operaties plaatsvinden, moeten deze nationale regels op elkaar worden afgestemd. Daarbij speelt ook het vraagstuk van ‘plausible deniability’, ofwel de mogelijkheid voor regeringen om betrokkenheid bij een operatie geloofwaardig te kunnen ontkennen. In clandestiene operaties wordt de financiering vaak uitgevoerd via indirecte kanalen, namelijk frontbedrijven, bevriende staten of speciale fondsen. Het doel hiervan is niet alleen geheimhouding, maar ook politieke bescherming. Als een operatie mislukt, of controversieel wordt, kan formele afstand worden bewaard.

133 Verwevenheid van de inlichtingendiensten

De vijfde bouwsteen is democratische controle. Inlichtingendiensten opereren per definitie in het geheim, maar toch zijn er vormen van formeel toezicht. In de VS spelen Congrescommissies en inspecteurs-generaal een rol. In het VK houdt het ‘Intelligence and Security Committee’ toezicht op de activiteiten van de diensten. Dit toezicht is echter nationaal georganiseerd, terwijl samenwerking grensoverschrijdend kan zijn. Wanneer de CIA en MI6 gezamenlijk opereren, ziet het Amerikaanse Congres primair toe op de Amerikaanse component, terwijl het Britse parlement de Britse rol beoordeelt. De gezamenlijke dimensie blijft daardoor vaak buiten het directe zicht van een enkel controleorgaan. Daarnaast is het belangrijk te beseffen dat er facties zijn binnen de geheime diensten die volledig autonoom en vaak met eigen belangen onder de radar functioneren en ook zorgen voor eigen financiering via bijvoorbeeld drugshandel (zoals operatie Gladio). Oud-president Harry S. Truman waarschuwde al in 1963 voor dit grote gevaar.

De intensieve samenwerking tussen westerse diensten vergroot niet alleen de effectiviteit, maar ook de kwetsbaarheid. Een geïnfiltreerde of omgekochte insider kan meerdere partners tegelijk schaden. Een illustratief voorbeeld van deze kwetsbaarheid is operatie Wedlock. Deze langdurige contraspionage-operatie werd opgezet nadat de CIA de Britse autoriteiten had gewaarschuwd voor een infiltrant binnen MI6. De Britse binnenlandse veiligheidsdienst MI5 startte daarop een intensief onderzoek. Gedurende bijna twintig jaar werden uitgebreide surveillance- en veiligheidsmaatregelen ingezet, waaronder fysieke observatie, technische monitoring en interne screening.

Een treffend voorbeeld van Anglo-Amerikaanse samenwerking bij clandestiene operaties is de omverwerping van de Iraanse premier in 1953: operatie Ajax. De CIA werkte nauw samen met MI6 om de regering van Mohammad Mossadegh te destabiliseren. Hoewel Washington hierbij vaak als hoofdrolspeler wordt genoemd, was het initiatief juist Brits. Londen wilde zijn strategische belangen in de Iraanse olie-industrie veiligstellen. De Britse inlichtingenervaring in Iran, gecombineerd met Amerikaanse middelen en politieke dekking, maakte de operatie mogelijk. Het is een voorbeeld van hoe MI6 strategisch richting kon geven, terwijl de CIA de middelen leverde. Ook in Afghanistan, tijdens de jaren tachtig, was de samenwerking intens. Terwijl de CIA de Afghaanse Moedjahedien ondersteunde, fungeerde Pakistan als cruciale tussenpersoon. MI6 leverde aanvullende expertise en contacten vanuit hun ervaring in Zuid-Azië. De financiering verliep via Amerikaanse kanalen en regionale bondgenoten, waarbij geld, wapens en training door meerdere lagen werden geleid om directe verantwoordelijkheid te vertroebelen.

Een ander voorbeeld van samenwerking tussen de CIA, MI6 en de Mossad was de internationale inspanning in de jaren 2000 en 2010 om het Iraanse nucleaire programma te monitoren en te vertragen. Uit onderzoek is duidelijk geworden dat de drie diensten intensief informatie uitwisselden over Iraanse wetenschappers, verrijkingsinstallaties en toeleveringsnetwerken. Israël leverde diepgaande regionale inlichtingen en operationele toegang, de VS bracht geavanceerde communicatie en cybercapaciteiten in, terwijl het VK diplomatieke kanalen en aanvullende technische analyse leverde. In bredere zin werd binnen deze samenwerking informatie gedeeld over centrifugetechnologie, logistieke routes en internationale sanctie-ontwijking. De cyberoperatie rond het beruchte Stuxnet-virus, dat centrifuges beschadigde, kwam tot stand door Amerikaanse, Israëlische en Britse samenwerking.

Hoewel Nederland geen grootmacht is op het terrein van inlichtingen, is de verwevenheid van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) met westerse partners aanzienlijk. Binnen het SIGINT-domein werkt Nederland samen met de Amerikaanse National Security Agency door hun interceptiecapaciteit en technische analyses volgens afgesproken protocollen te delen. De samenwerking met de VS is in het afgelopen jaar echter – als gevolg van de Trump-regering – selectiever geworden. Daarnaast bestaan er nauwe operationele lijnen met de Britse geheime diensten, met name op het gebied van contraterrorisme. De geografische ligging, de digitale infrastructuur en de actieve rol van Nederland binnen de NAVO maken ons land tot een strategisch knooppunt. Hoewel Israël geen formele multilaterale partner is, onderhoudt Nederland bilaterale contacten met de Mossad.

Sinds de start van de Trump-regering is er een duidelijke verschuiving zichtbaar in de manier waarop de Amerikaanse inlichtingenarchitectuur functioneert. Dat is met name het gevolg van de grootschalige strijd tegen de macht van de City of London en de aan haar gelieerde geheime diensten. Dit is vooral zichtbaar bij het centrale coördinerende orgaan: het Office of the Director of National Intelligence (ODNI). Met de benoeming van Tulsi Gabbard tot Director of National Intelligence in februari 2025 werd het pad ingeslagen van het zuiveren van de interne cultuur en de prioriteiten van de geheime diensten. Het doel is om de diensten te transformeren. Dit ambitieuze plan is gericht op het met meer dan 40% verminderen van bureaucratische ballast, personeel en kosten. In de zomer van 2025 werd bovendien door de VS besloten om bepaalde gevoelige informatie, zoals analyses rond de Russisch/Oekraïense vredesonderhandelingen, niet meer automatisch te delen met partnerdiensten binnen Five Eyes.

– einde artikel –

Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand

Volg ons op social media

Kijk en beluister Gezond Verstand via

X


Dit artikel is alleen voor abonnees
Login als abonnee of abonneer je om onbeperkt alle artikelen te lezen.
Word nu abonnee van Gezond Verstand Magazine

Kies uit een jaar– of kwartaalabonnement en ontvang de meest kritische en onafhankelijke kijk op actuele onderwerpen.
Wil je liever digitaal lezen? Voor slechts €60 per jaar heb je al een digitaal abonnement.
Je krijgt na je bestelling direct toegang tot alle uitgaven op de website.

Gerelateerde berichten

Loading...
Privacybeleid
Wanneer u onze website bezoekt, dan kan deze informatie via je browser opslaan voor specifieke services, meestal in de vorm van cookies. Hieronder kunt je je privacyvoorkeuren wijzigen. Houd er rekening mee dat het blokkeren van cookies van invloed kan zijn op je ervaring op onze website en de diensten die we aanbieden.