Margreet Booij
‘Antifa’ is een internationale beweging die opereert in de VS, Canada, Australië en de EU. Het kreeg bekendheid nadat in mei 2020 in de VS de ex-gedetineerde George Floyd na een confrontatie met de politie de dood vond en massale protesten uitbraken onder de naam Black Lives Matter (BLM). Er zijn duizenden protesten georganiseerd door BLM, waar Antifa, zij het marginaal, onderdeel van was, maar waarbij de media deden voorkomen dat de twee bewegingen nauw verbonden waren. Gezond Verstand heeft hierover meermaals verslag gedaan.
Antifa handelt zonder (centrale)leiding, zonder hoofdkantoor en zonder duidelijke structuur. Het is een netwerkorganisatie met subafdelingen en schimmige belangen, wat het ondoorzichtig maakt en tevens het risico in zich draagt van ongeoorloofde en oncontroleerbare praktijken. Aanhangers vertonen zich tijdens openbare acties vaak in het zwart gekleed, met gezichtsbedekking, zonnebril en in bepaalde gevallen een helm. Dit lijkt op uitlokking van de confrontatie met degenen die zij als ‘fascisten’ aanwijzen. Ook deinst men er niet voor terug om dezen te doxen door het openbaar maken van privégegevens. Antifa trekt evenmin een grens bij stalking, bedreiging, beschadiging van eigendommen en daaraan gepaard gaand geweld. Meerdere landen hebben zich gefocust op een mogelijk Antifa-verbod of hebben symbolische moties aangenomen om een dergelijk verbod in werking te zetten. In de VS is een volledig Antifa-verbod ingesteld. Hongarije heeft dit ten aanzien van een subafdeling gedaan. Verder zijn er landen die verregaande beperkingen hebben opgelegd, waaronder inreisverboden en blokkades op banktegoeden.
In Nederland heeft de Tweede Kamer vorig jaar een motie aangenomen om Antifa als terroristische organisatie te classificeren. In reactie daarop beweerde de gepensioneerde AIVD-er Berrie Hanselman, die zich had beziggehouden met links-extremistische actievoerders, dat Antifa ‘alleen maar’ tegendemonstraties organiseert. Wat hem betreft is Antifa hooguit een extremistische organisatie die zich buiten de kaders van de wet begeeft, maar niet in ernstige mate. Antifa houdt volgens hem het midden tussen vreedzame activisten en terroristen, en hij meent dat het slechts om enkele tientallen aanhangers gaat. Dit uiterst milde oordeel uit de mond van een voormalige medewerker van de Nederlandse veiligheidsdienst mag als bizar worden beschouwd.
In Duitsland heeft een onderzoek uitgewezen dat 54% van de Antifa-aanhang in overheidsdienst werkzaam is, 42% leeft van sponsoring door ngo’s en dat een kleine groep voor de betrokkenheid bij demonstraties wordt betaald. Vicekanselier Lars Klingbeil heeft in zijn verleden een actieve rol bij Antifa gespeeld, en in zijn huidige positie laat hij Antifa volledig vrij in hun agressie en terreur tegen AfD-politici en -aanhangers. Onder druk van de overheid ontslaan steeds meer bedrijven medewerkers van wie bekend wordt dat zij op welke wijze dan ook de bij verkiezingen zeer succesvolle AfD ondersteunen. Daartegenover staat dat een groeiend aantal rechters dergelijke beslissingen terugdraaien en zich niet meer laten voorschrijven hoe hun oordeel dient te luiden.
Antifa acht hen die het verondersteld rechtse gedachtegoed aanhangen als extreemrechts, fascistisch en vijanden van het vrije woord, terwijl het zelf juist het vrije woord wil inperken.
Een opmerkelijk theaterstuk dat in februari van dit jaar in Hamburg werd opgevoerd, illustreert de heftige tegen elkaar ingaande Duitse gemoederen in verband met antifa-doelstellingen. Het had de vorm van een gefingeerde rechtszaak getiteld ‘Proces tegen Duitsland’ met als heimelijke inzet een verbod op AfD. Er waren zeven ‘juryleden’ uit de journalistiek, politiek en samenleving uitgenodigd, waaronder frappant genoeg Frauke Petry, voormalig voorzitter van AfD in Saksen. De ‘aanklagers’ bestonden uit een links-radicaal, een rechtsextremisme-expert en een linkse advocate. Mede vanwege het feit dat het plaatsvond op een podium van het door de staat gefinancierde Thalia Theater werd het door velen opgevat als een poging om de publieke opinie in een bepaalde richting te sturen en een virtueel verbod op AfD te bewerkstelligen.
Men had echter geen rekening gehouden met onverwacht charismatische sprekers. Er werden voor het duizendkoppige hoofdzakelijk linksgeoriënteerde publiek drie dagen lang toespraken gehouden die dienst moesten doen als pleidooien. De toespraak van journalist, schrijver en columnist Harald Martenstein overschaduwde alle andere voordrachten en werd in de media omschreven als “een flinke draai om de oren voor links”. Na enkele dagen was zijn vlammende zestien minuten durende rede al meer dan twee miljoen keer op socialemediakanalen bekeken. Martenstein won de week erna de prestigieuze ‘Taalprijs 2026’ van de Henning Kaufmann-stichting, de Duitse politiek en media tandenknarsend achter zich latend.
Martenstein ging vilein van start en legde bloot dat de ‘strijd tegen rechts’ in linkse kringen wordt verkocht als synoniem voor ‘bescherming van de vrijheid’. Hij herinnerde het publiek aan de antirechtsbeweging in het China onder Mao Zedong, en vergeleek dit met de praktijk van democratieën als Denemarken en Australië, zowel als het patriottisme van de Duitse grootheid Willy Brandt. “Democratieën herken je aan een breed toegestaan meningenspectrum. Wie dat niet verdraagt heeft een probleem, niet de andersdenkenden. Een AfD-verbod zou suggereren dat de partij uit is op het elimineren van alle andere partijen. Ik heb dergelijke bedoelingen nergens uit kunnen filteren.” Enkele rechts-extreme uitspraken van AfD-leden rechtvaardigen geen verbod, temeer omdat soortgelijke ‘bullshit’ in het verleden zonder een wanklank werd getolereerd. Zoals Franz Josef Strauss, voorzitter van de uiterst rechtse Christelijke Unie (CSU) in Beieren, die in de jaren zeventig zei: “Wat wij hier in dit land nodig hebben, zijn moedige burgers, zij die de rode ratten verjagen naar waar ze vandaan komen, uit hun holen.” Hij zat toen naast Willy Brandt, waarlijk geen nazi. Deze vertrok daarentegen geen spier, laat staan dat hij verbolgen was opgestaan en weggelopen. “Wij hebben het hier over dubbelmoraal, dat moet u zich realiseren. AfD-kiezers willen juist geen tweede Hitler, maar veel meer een tweede Willy Brandt. Iemand die moedig de werkelijke problemen aanpakt, zoals immigratie, de economische problemen en herstel van de veiligheidssituatie van voor 2010. Zonder het ultieme falen van het establishment in met name de laatste tien jaar, was AfD nooit ontstaan. Die partij heeft in de peilingen 40% steun in het Oosten van het land, en 25% landelijk.”
Het publiek was verbijsterd, deels in shock, deels muisstil, en sommigen uitten zich in wanhopig boegeroep. De ontgoocheling was compleet. Velen zagen dit pleidooi voor echte democratie als promotie van AfD.
Wanneer met hulp van leden van de linkse elite en door de staat gefinancierde toneelspelers een toneelstuk wordt opgevoerd waarbij een partijverbod in scene gezet wordt, laat dat overduidelijk vooringenomenheid zien, en ontbloot het de bereidheid om meerderheden aan de kant te zetten. Het ‘theaterstuk’ en de nasleep ervan laten zien dat de grens tussen democratisch debat en politiek voordeel vloeibaar is geworden, het was een procedure die moest lijken op het zeker stellen van recht, maar in werkelijkheid de marginalisering van legitieme politieke stromingen diende.
De uitspraak van de jury luidde: “GEEN verbod”.
– einde artikel –
Je las een Premium artikel uit Gezond Verstand
Volg ons op social media
Kijk en beluister Gezond Verstand via